Maand: november 2011

Ik begrijp het ook niet…

Ik schrik ervan hoeveel ondertekenaars de petitie nu al heeft (mede dankzij heel wat mediageweld). Gisteren sprak ik op een klasreunie met een oud-leraar pater jezuiet die zich erover verbaasde dat ik de standpunten uit de petitie niet onderschrijf. Op de vraag waarom niet, kon ik geen heel duidelijk antwoord formuleren. Het argument dat de standpunten niet stroken met de leer van de kerk, heeft geen overtuigingskracht, want precies die leer is het, die in twijfel wordt getrokken. Expliciet wat betreft het priesterschap, maar impliciet daarmee ook wat betreft sacramenten en huwelijksethiek. Het gaat niet op te zeggen “Ik onderteken niet want ‘de kerk’ leert zus en zo…”. De ondertekenaars zijn immers ‘de kerk’.

Veel restte er me niet dan een buikgevoel om te beargumenteren dat de voorgestelde maatregelen geen goede zaak zijn voor de kerk.

Ik zeg: geen goede zaak. Ik zeg niet: een slechte zaak. Ik twijfel er geen moment aan dat de ondertekenaars het goed menen met de kerk en dat de kerk die ze zouden opbouwen een goede kerk zou zijn, waarin mensen zorgen voor mekaar, van mekaar houden, vertellen over Jezus en zijn voorbeeld trachten te volgen. En dus zal die kerk ook bijdragen tot het heil van de kerkgemeenschap.

Waarom voel ik me er dan zo slecht bij?

Stijn van den Bossche heeft het goed verwoord door te zeggen: gelovigen moeten in de cultuur van vandaag ‘op weg naar’ het geloof. Men spiegelt zich graag af aan de eerste christenen en alhoewel ik eerder al schreef dat dit prille christendom voor mij geen referentie hoeft te zijn, probeer ik me soms ook te verplaatsen in de wereld van de eerste christenen. Welnu: het kerkbeeld van Van den Bossche komt me in dat perspectief meer natuurlijk over dan het kerkbeeld van de petitie, dat me eerder doet denken aan ‘de kerk van de laatste christenen’. En daarom voel ik me er slecht bij.

Als onze kerk een minderheid is, en dat is ze, dan moeten we als gelovigen inderdaad ‘op weg naar’ het geloof, niet alleen op weg naar de kerk als centrale plaats waar de gemeenschap bijeenkomt, die niet meer de uitgestorven lokale dorpskerk zal zijn, maar ook op weg naar de kerk waar het geloof in zijn volle leerstellige en sacramentele inhoud beleden wordt, wat evenmin in diezelfde dorpskerk zal zijn. We moeten op weg door de woestijn, op zoek naar een oase. Ook in de woestijn zijn we samen en kan het goed zijn, maar we kunnen er ons niet laven.

Aanbidding
Aanbidding

En begrijp me goed: er is natuurlijk niks op tegen dat gelovigen bijeenkomen om het getijdengebed te bidden of het heilig sacrament te aanbidden, integendeel, dat is uitstekend! En er is ook niks op tegen dat dit gebeurt in de lokale dorpskerk, integendeel, dat is immers het gebedshuis bij uitstek en daartoe perfect uitgerust! En er is ook niks op tegen als leken voor mekaar lezingen organiseren en elkaars kennis over Schrift, traditie en geloofsleer verdiepen, integendeel: verkondiging is de plicht van elke gelovige!

Maar “ik begrijp niet” waarom al deze activiteiten, die we als leken perfect kunnen ontplooien en die ongetwijfeld zullen bijdragen tot ons geloof, blijkbaar niet goed genoeg zijn en waarom per se de usurpatie nodig is van die andere katholieke activiteiten, die toch een bijzonder karakter en een buitengewone betekenis hebben in onze kerk: de eucharistie en de sacramenten, bediend door de handen van priesters.

En “ik begrijp niet” waarom onze bisschoppen gevraagd wordt troeven uit te spelen die ze zelf niet in handen hebben. Dat er meer aandacht kan gaan naar vorming en naar diocesaan personeelsbeleid, akkoord! Dat parochies, groot of klein, gemanaged kunnen worden door professionele leken, akkoord! Daar kunnen onze bisschoppen, als ze willen, allemaal voor zorgen. Maar waarom moet ook meteen de volledige sacramentologie van huwelijk, eucharistie en priesterschap worden herzien? Alsof onze bisschoppen ook dat zomaar te veranderen hebben!

Het doel is bereikt: wij zijn net geworden als de eerste christenen, die in hun tijd ook heel veel moeite en inspanning hebben moeten besteden aan het bestrijden van dwaalleren en die, vaak na vurige strijd, hebben getracht aan hun kinderen en aan de jongere generatie mede-gelovigen een kerk na te laten waarin niet hun eigen hand en de tekenen van hun eigen tijd herkenbaar waren, maar de hand van God en de tekenen van de eeuwigheid.

Roekeloze barmhartigheid

Eerder deze avond reed ik per fiets door de stad, met mijn zoontje voorop. De schemering begon. We kwamen net doorheen het stadspark wanneer een jongeman ons voorbijstak op zijn scateboard – ik wist niet eens dat die dingen zo’n vaart halen. Hij was ons zo’n tien meter voorgereden, wanneer hij in volle vaart een rechtse zijstraat kruist en daarbij gegrepen wordt door een auto die -ietwat roekeloos- uit die straat komt gereden, echter zonder dat er echt een ongeluk gebeurt.

Zoals enigszins te verwachten viel, begon die jongeman zijn verontwaardiging te uiten tegenover de automobilist. Als gevolg van de emotie valt dat best te begrijpen, hoewel het me voorkomt dat de scateboarder, die op de weg reed, voorrang had moeten verlenen aan de automobilist. Verder gevolg is er niet aan gegeven, de automobilist heeft wellicht niet eens gehoord wat de jongeman zei, en iedereen heeft zijn weg vervolgd. Maar wat de jongeman zei, verraste me wel, het was iets in de trant van: “stommeling, moet je niet uitkijken, je had bijna dat jongetje kunnen overrijden [daarbij wijzend op ons, die nu bijna het kruispunt bereikten]”.

Dit alles voltrok zich echter in enkele luttele seconden! Ik ben geen psycholoog, maar wat zeggen zo’n -haast instinctieve- reacties eigenlijk over een mens? Zou die jongeman zo’n groot altruisme hebben dat hij zichzelf volledig wegcijfert en niet bezorgd is om zichzelf, hoewel hij net bijna overreden werd, maar wel over een -hem onbekende- fietser met zijn zoontje, en daarom de roekeloze automobilist daarover vermaant? (Wat niet echt nodig was, want ik ken die straat en hoed me wel die zonder kijken te kruisen).

Of herken ik in de reflex van de jongeman een typisch gedrag van schuldafwenteling? Natuurlijk wist hij dat hijzelf roekeloos was door niet te kijken naar verkeer dat voorrang heeft en dat die automobilist hem dat best eens zou kunnen verwijten, mocht er schade zijn aan de wagen. Haast automatisch heeft hij echter de reflex om zo snel mogelijk de schuld van zich af te wentelen, en daarbij maakt hij heel handig gebruik van het -toevallige- feit dat we net achter hem fietsen. Wij worden zijn excuus om de automobilist een schuldgevoel te bezorgen en zichzelf vrij te pleiten… het lijkt wel een truuk van een volleerd assisenpleiter!

Zo moeilijk is het iemands beweegredenen in te schatten!

En toch heb ik -misschien ietwat pessimistisch ingesteld over het menselijk instinct- het gevoel dat de tweede analyse de juiste is. Waarschijnlijk juist omdat de reflex van schuldafwenteling zo alomtegenwoordig is. Hoeveel mensen kan je er niet op betrappen dat ze, wanneer er iets onverwachts misloopt, al dan niet buiten hun wil om, binnen een fractie van een seconde een verklaring gereed hebben, waarbij een ander de schuld krijgt van wat gebeurde, zelfs al was het gewoon “pech”, een speling van het lot die ons zo vaak overkomt, waaraan per definitie niemand schuld heeft? In de psychologie zijn daarover ongetwijfeld bibliotheken volgeschreven.

Het Laatste Oordeel
Het Laatste Oordeel

Wat het thema voor mij interessant maakt, is dat schuldafwenteling ook een tegenovergestelde heeft: de schuldbekentenis. En nu wil ik even op godsdienstige toer gaan, want als er iets is wat het christendom de mensheid heeft bij te brengen, is het de erkenning van persoonlijke schuld. Ik was getuige van dit bijna-ongeluk op het feest van Christus Koning, wanneer het evangelie wordt gelezen van het Laatste Oordeel en de werken van barmhartigheid. Volgens de Schrift zal de Mensenzoon ons oordelen op basis van heel eenvoudige daden die we verrichten in ons leven. Niet op basis van groot geloof of van diep wijsgerig of theologisch inzicht, maar op basis van de hulp en bijstand die we leveren -of niet leveren- aan ‘de minsten’.

Een oordeel gaat ook daarover: over schuld. Wie gelooft in het Laatste Oordeel, beseft dat schuld, zelfs in alledaagse dingen, niet zomaar kan worden afgewenteld. Een ander de schuld geven in een zaak, terwijl je er zelf middenin zit, lost dan ook helemaal niks op! Of het nu een futiele ruzie is tussen broer die per ongeluk zijn zusje ten val brengt, of een juridisch geschil in de nasleep van een rockconcert dat door onweer wordt getroffen en waar ettelijke doden vallen, wat goeds levert de schuldvraag uiteindelijk op? De samenleving zou er veel baat bij vinden, mochten mensen wat vaker durven erkennen dat ze zelf mee schuld hebben aan dingen die misgaan, of erkennen dat dingen misgaan waaraan niemand schuld heeft. Dat er ongelukken gebeuren waarvoor niemand verantwoordelijk hoeft worden gesteld. Dat we ook maar mensen zijn, en niet alles onder onze controle hebben. Dat we niet voortduren schuldigen moeten zoeken.

Met het Laatste Oordeel in gedachte is het veel voordeliger schuld te bekennen dan schuld af te wentelen. Afgewentelde schuld blijft immers wegen, maar schuld waarop berouw volgt, wordt vergeven en niet gewogen. En het is al helemaal niet aan ons om over de schuld van anderen te oordelen, want -wie weet- was die jongeman op het scateboard echt heel oprecht bezorgd over wat mij en mijn zoontje had kunnen overkomen, en heeft hij in ogen van de Mensenzoon een daad van barmhartigheid gesteld door de automobilist op zijn roekeloosheid te wijzen…