Maand: november 2013

Catacomben

Virtueel een gebouw bezoeken via internet is niets nieuws. Je kan tal van musea virtueel binnenwandelen. Het Google Art Project geeft toegang tot 290 collecties, waaronder het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Voor sommige musea is dat een zegen. Wil je bijvoorbeeld eens helemaal alleen middenin de Sixtijnse kapel staan om alles goed te kunnen bekijken, liever dan geplet tussen een zwetende meute toeristen, dan kan dat vanuit je luie zetel.

Nu las ik vandaag toevallig dat Google de Romeinse catacomben van Priscilla op dezelfde manier virtueel toegankelijk heeft gemaakt, als onderdeel van Google Maps. Op zich wel leuk, maar net als in de echte catacomben loop je gemakkelijk verloren en tenzij je een gids hebt, weet je toch niet waar je moet kijken…

In het artikel op hun blog hebben ze bij Google bij wijze van teaser een allusie gemaakt op vrouwelijke priesters in het prille christendom (kwestie van in de gazetten te komen, dat moet je begrijpen). Misschien vind je dat een afgezaagd thema? Welaan, dan heb ik hier een andere teaser, uit een boekje van Godfried Bomans, die voor de tv (de NCRV dan nog!) ook de catacomben bezocht en daar volgende beschouwingen liet opnemen over religieuze kunst. De vermoeide conservatief uitte vervolgens zijn nieuwsgierigheid naar de uitkomst van de evolutie in de moderne kunst, die zich niet meer ten dienste stelt van een gemeenschappelijk idee… Ondertussen bijna een halve eeuw later beklijft mij nog steeds die vraag. Een gouden tip: vergeet de lijn niet, als je de hond uitlaat!

Moeder en kind – geen moderne kunst, maar wel de oudste afbeelding van Maria, bijprodukt van een idee !

Zie je die oeroude christelijke symbolen? Kijk, een vis, en hier een anker en daar een duif. Het is merkwaardig om te bedenken, dat uit deze onhandig gekraste tekens later de gebrandschilderde ramen van Chartres en de mozaieken van Ravenna zijn opgebloeid. Hier zien we het allereerste zaad van de christelijke kunst. Een nederig begin. Maar het is de idee daarachter, die er de stuwkracht aan gaf.

Je ziet in alle culturen hetzelfde gebeuren: de kunst wordt uit religie geboren. Eerst is er een wereldbeschouwing. Is die voldoende gemeenschappelijk geworden, dan komt de behoefte om daaraan vorm te geven. Maar het ging altijd om een idee. Van die conceptie was de kunst een ‘bijprodukt’. De schoonheid daarvan was niet doel in zich. Doel was een bepaalde waarheid, die door iedereen begrepen werd, uit te beelden en als dat mooi gebeurde, dan was dat meegenomen. Die functie kennen we niet meer. We willen alleen maar iets moois maken.

Dat verwerpen, zou verkeerd zijn. Je leert het af om voortdurend ‘tegen’ te zijn, en je wordt er ook doodmoe van. Ik constateer alleen een feit. L’Art pour l’art. Dat is nog nooit eerder vertoond. We weten niet wat daaruit groeien zal, omdat de achter ons liggende culturen dat niet gekend hebben. Door gebrek aan voorbeeld hebben we geen flauw vermoeden hoe dat gaat aflopen. Maar het is wel goed om zicht te realiseren, dat het avontuur volstrekt nieuw is. Voor het eerst staan we in een samenleving, die niet meer door een gemeenschappelijke conceptie gevoed wordt. Je weet evenmin wat er dan gebeurt, als wanneer je met een hond uitgaat en je laat de lijn thuis.

 

De honderdjarige

Bomans

Godfried Bomans

Godfried Bomans zou dit jaar 100 worden. In Nederland (en wellicht ook in Vlaanderen) was hij voor de generatie van mijn ouders een gevierd sprookjesauteur en een populaire humoristische tv-personaliteit. Hij overleed vrij jong, in 1971, en daarna taande zijn bekendheid snel. Ik herinner me vaag dat we in mijn schooltijd (jaren ’80) nog steeds Erik of het klein insectenboek lazen, maar in Vlaanderen lopen we altijd enkele decennia achter op onze noorderburen…

Broeder Gill

Om mijn kennis van Bomans op een aangename manier bij te spijkeren, heb ik een boek over hem gelezen: De honderdjarige van Anton de Wit. Het is geen biografie, maar een roman, waarin blijkt dat Bomans niet echt stierf in 1971, maar zijn overlijden ensceneerde om als broeder Gill onder te duiken in een Italiaanse abdij, waar Anton hem veertig jaar later bij toeval ontmoet tijdens een pelgrimtocht naar Assisi. Anton onderbreekt zijn reis om enkele weken de verzorging van de hoogbejaarde broeder waar te nemen. Oorsponkelijk heeft Anton de bedoeling zijn pelgrimage in het teken te stellen van twee vrouwelijke heiligen verbonden aan de steden die hij bezocht: de heilige Catharina van Siena en de heilige Clara van Assisi. De voorzienigheid plaatst hem echter letterlijk in de voetsporen van een andere, ‘onzichtbare’ heilige: Anna Valle, die tot dan broeder Gill verzorgd had.

Door dagelijks met mekaar op te trekken leert Anton broeder Gill wat beter kennen, maar zoals ook de officiele biograaf vermeldt, is Bomans geen man die zijn innerlijk gemakkelijk blootgeeft, ook niet als honderjarige. Evenmin als Anton kende ik Bomans goed voor ik aan het boek begon, en zelfs nu ik hier en daar op internet wat over hem gelezen heb en enkele filmpjes bekeken  heb, blijft het me grotendeels een raadsel waarvoor Bomans nu precies stond. Hij was een twijfelaar, een nostalgicus en een mysticus en hij liet zijn leven onverwachte wendingen nemen. “Hij is kleurrijk genoemd en kleurloos. Hij is tomeloos bescheiden en oneindig arrogant. Die stille in de hoek, en die luidruchtige in het midden. Hij is lichtvoetig, onbezorgd, en notoir zwaar op de hand. Hij is het allemaal, en als je hem vraagt: wat is je ware gezicht?, dan moet hij je het antwoord schuldig blijven…” -oh sorry, nu was ik plots aan het citeren uit wat Anton over zichzelf schrijft… kijk eens aan: het boek blijkt dus ook een autobiografie.

Naast Anton en Gill verschijnen echter tal van andere personages, al dan niet historisch, die elk op hun eigen manier een rol spelen in de katholieke kerk en alles opgeteld levert het een kakelbont gezelschap van hele en halve heiligen, van klaplopers en tirannen, van helden en lafaards. Het boek is dus niet zozeer een biografie van Anton of van Godfried, maar een biografie van ‘de katholiek’, de soms totaal onaangepaste gelovige die worstelt met zijn geloof, een geloof dat zich net als de mysterieuze Bomans niet gemakkelijk laat omkaderen. In die zin is het boek ook nostalgisch, naar de kleurrijkdom aan (vreemde) karakters die in de kerk vandaag al snel aan de deur staan, maar wier sporen in de geschiedenis van de kerk onuitwisbaar zijn, soms tot glorie strekkend, soms tot schande…

Deurtjes en gordijntjes

Het katholieke geloof “vraagt van je, heel redelijk eigenlijk, dat je ziet dat je niet alles ziet. Het maakt deurtjes en gordijntjes om ons daar aan te herinneren.” Maar net die gordijntjes waarachter het “Mysterie-met-een-hoofdletter te vinden is”, net dat “gemurmel in het Latijn”, die maken dat het geloof toegankelijk is voor iedereen. “Iedereen kan het. Je hoeft niet over bijzondere talenten te beschikken, je hoeft niet doorgeleerd te hebben of artistiek gevormd te zijn, je hoeft geen antenne voor mystiek of andere verheven zaken te bezitten. Iedereen is uitgenodigd.”

Het boek is een verslag van de pelgrimtocht in het geloof die de dertiger Anton heeft afgelegd en van de ervaringen die hij heeft opgedaan met de politisering van het geloof tussen tradionalisten en vernieuwers, met de geloofsijver van jonge bekeerlingen, met een schrijnend gebrek aan esthetiek in de kerk, met de tegenstrijdigheden tussen geloof en rede, met beschuldigingen van fanatisme en fundamentalisme, met de nostalgie naar de verdwenen erfenis van het rijke roomse leven, kortom: met al het goede en het kwade dat het katholicisme in de mens naar boven kan brengen, maar door dat alles heen, met de ontdekking van een jong en rebels geloof en een spiritualiteit waarin zelfs een moeilijk te vatten persoonlijkheid tot zijn ware gezicht, tot zijn ziel teruggevoerd wordt. Heel herkenbaar, dit alles…

Veranderingen

Het lijkt me interessant om via Bomans wat meer te leren over wat er nu precies in vorige eeuw allemaal met de kerk gebeurd is. Op de site Broodje Paap, die veel onzin publiceert, vond ik een -denk ik- serieus bedoelde korte biografie van de katholieke Bomans. Ik ga zeker het boekje In de kou lezen waarin hij samen met Michel van der Plas de evoluties in de katholieke kerk beschouwt van hun jeugd tot in de jaren ’60.

Naar het slot van de roman maakt de honderdjarige Bomans een ietwat cultuur-pessimistische beschouwing over de vernieuwingen in de kerk: “Ze hebben het huis tot op de grond afgebroken en vervolgens geklaagd dat ze er niet in konden wonen, en dat ze in de kou achterbleven” en met dat huis bedoelt hij “niet de sociale en kerkelijke instituten (daar zat toch al sleet op), maar die grote instituties van de geest die ons leven betekenis geven: God, de eeuwigheid, de onsterfelijke ziel. Het verval van de kerkelijke instituties is begonnen bij het afbreken van die begrippen.”

Het ziet er in het boek niet naar uit dat de mopperende honderdjarige spoedig zal sterven… hij lijkt wel eeuwig. En de vraag wie nu wie in de Kerk in de kou zet, zal ook wel eeuwig blijven zorgen voor ergernis. Misschien maar goed ook, want een katholiek “hoeft zich geen zorgen te maken wanneer de kerk hem ergert. Hij moet zich pas zorgen gaan maken wanneer zij dat niet meer doet.”

Anton de Wit, De honderdjarige, ePUB, 15 euro (tot 30 november geldt een korting)

Tienduizend leerstellige moeilijkheden

Twijfel en geloof… ik heb er in mijn blogje al vaker over geschreven. Ik kan de twijfel en de relativiteit van de filosofie onmogelijk verzoenen met de zekerheid en het vertrouwen van het geloof. In de cursus ‘Christelijke Literatuur’ prijkte vanmorgen op het eerste blad van de syllabus volgend citaat van de zalige kardinaal John Henry Newman, waaraan ik vanzelfsprekend niks heb toe te voegen:

John Henry Newman

“Ik wil natuurlijk in de verste verte niet beweren dat ieder artikel van de christelijke belijdenis, zowel bij katholieken als bij protestanten, niet van allerlei intellectuele moeilijkheden is omringd en ik geef direct toe, dat ik voor mij die moeilijkheden niet kan beantwoorden. Vele mensen voelen die moeilijkheden van de religie zeer levendig aan. Ik voel ze zo levendig aan als wie ook, maar ik heb nooit enig verband kunnen zien tussen het besef van die moeilijkheden, boe levendig en talrijk die ook mogen zijn, en twijfel aan de leerstellingen waarmee ze samenhangen. Tienduizend moeilijkheden vormen samen nog niet één twijfel, zoals ik de zaak begrijp; moeilijkheid en twijfel zijn niet met elkaar te vergelijken.” (John Henry Newman, uit Apologia pro vita sua)

Met deze uitspraak is Newman zelfs geciteerd in artikel 157 van de Catechismus van de Katholieke Kerk, in het hoofdstuk dat handelt over geloof en rede.

Newman leefde in de eeuw na de Verlichting. In zijn spiritualiteit vertrouwt hij op de individuele voorzienigheid van een personlijke God die elke mens roept en genade geeft naargelang zijn noden, om telkens nieuwe stappen te zetten in de weg naar heiligheid,  zonder de menselijke onvolkomenheden te negeren. Leerstellige moeilijkheden zijn een teken van onze geestelijke onvolmaaktheid, maar hoeven geen reden te zijn tot twijfel bij de belijdenis van Gods openbaring.

[aanvulling op 2013 11 20] Op mijn mobiel toonde ‘Augustinus voor elke dag‘ me een quote die hier ook niet mag ontbreken:

Het geloof daalt in ons hart neer. Het komt van boven. De twijfel is niet van boven neergedaald, maar de twijfel schiet in je hart op als onkruid. Het geloof verdwijnt niet uit het hart. Het geloof roeit het onkruid uit, het wiedt de akker en het zaait het goede zaad.