Maand: april 2014

Duiding nodig

Als een journalist een artikel schrijft over een onderwerp waarvan hij vermoedt dat de lezers er niet erg mee vertrouwd zijn, is het goed als hij naast de nieuwsfeiten ook wat meer algemene informatie voorziet over het onderwerp, of specifieke begrippen uitlegt.

Je staat er niet altijd bij stil als gelovige, maar zelfs de meest fundamentele concepten uit ons geloof zijn niet langer gemeengoed bij de gemiddelde krantenlezer. Dat maakte ik op uit het korte artikeltje in De Standaard over het telefoontje van de paus aan de hertrouwde vrouw, waar ten behoeve van de lezer beknopt wordt uitgelegd wat de ‘communie’ wel voor iets mag zijn:

Suprise Phone Call

“Samen met zijn echtgenote woont hij in San Lorenzo, een stad in het Oosten van Centraal Argentinië. Volgens hem was het doel van de brief van zijn vrouw om te weten te komen of ze effectief iets verkeerd deed door ter communie te gaan. De communie is een belangrijk onderdeel van een eucharistieviering, waarbij brood en wijn als lichaam en bloed van Christus gedeeld worden. Na zeven maanden belde de kerkvader naar de vrouw, zichzelf voorstellend als ‘vader van een betere wereld’.”

Goed om de Vlaamse lezer dit stukje duiding te geven, niet iedereen heeft immers op een katholieke school gezeten!

Om de discussie te kunnen volgen is er echter meer nodig, en daarvoor moet je natuurlijk niet in De Standaard gaan lezen. Als je wat meer achtgergrond wil over de kerkelijke leer over communie en hertrouwen, vind je een helder geschreven artikel bij Jimmy Akin, een Amerikaanse apologeet. Meer direct gericht op het telefoontje vind je een opinie op Aleteia, waarin een priester zich wat zorgen maakt over het (ongewenste) effect van zo’n prive-gesprekken op de publieke opinie, wat stilaan een gewoonte aan het worden is van paus Franciscus. Gelijkaardig trouwens aan de bedenkingen die priester Antoine Bodar liet noteren in Tertio.

Als je de discussies over dit onderwerp een beetje volgt, is het merkwaardig vast te stellen dat de ‘vernieuwende’ stemmen, die de kerk legalisme verwijten, zelf uitblinken in legalistisch denken. Wie legalistisch denkt, zoekt immers een oplossing door aan de leer te gaan sleutelen om te komen tot nieuwe wet die voor die specifieke vraag voor iedere persoon dezelfde oplossing biedt. Zo denkt de publieke opinie vandaag, ook binnenkerkelijk. Men wil elk detail van de kerkelijke wet zo schikken dat het voor iedereen ‘goed’ is.

De kerk geeft echter tal van al dan niet pastorale openingen aan, die het fundament van de leer niet aantasten. Wie pastoraal denkt, zoekt een oplossing door de leer in concrete omstandigheden toe te passen en te toetsen aan het geheel van de morele leer van de kerk. Juist omgekeerd dus. De leer wordt niet veranderd, je maakt wel de noodzakelijke openingen voor oprechte gelovigen die willen begrijpen waarom ze zich ondanks de leer kunnen verzoenen, je geeft de genade een recht van bestaan, maar je beschermt de gemeenschap van de kerk tegen genade-loos legalisme, waar het heil niet van God komt, maar uit de wet, naar eigen hand gezet.

Toch benieuwd welk effect het ballonnetje van paus Franciscus zal hebben op de bijzondere synode later dit jaar!

Positieve bijbellezing

Ik ga een artikeltje plegen dat wellicht hopeloos ongefundeerd is, maar als de lezer me dat euvel duidt, kan hij hier al afhaken. Het is een nabeschouwing op dit artikel over de historiciteit van het johannesevangelie, van een auteur die niet van enig fundamentalisme hoeft verdacht te worden (maar evengoed op dit en dit en dit en dit).

Rara, wie ben ik? De auteur van het boek Openbaring op Patmos (Jeroen Bosch, 1489)

Niet dat het tegenwoordig nog zo’n hot topic is, want ik heb de indruk dat Etienne Vermeersch nog zowat de enige is die aan de bak geraakt met zijn verhaal over de ‘historisch Jezus’ (in vrijzinnig Vlaanderen dan nog), maar toch kan ik me niet van het gevoel ontdoen dat in Vlaanderen zelfs tot in de kringen van gelovigen nog steeds een schaamte heerst om de bijbel onbevangen te lezen als een werkelijk en waarachtig relaas over de persoon die niemand minder is dan de zoon van God, onze verlosser. Misschien is mijn gevoel onterecht, maar waarom, zo vraag ik me dan af, lees ik artikels zoals hierboven aangehaald dan niet in mijn moedertaal?

De reden waarom ik ervan hou de Heilige Schrift te lezen is simpel: er staat nu eenmaal vanalles in te lezen staat over Jezus Christus, wiens belang voor ons leven niet te onderschatten is. Het verhaal van zijn leven, sterven en verrijzen is kernpunt van ons geloof. Ik heb echter een broertje dood aan doorgeschoten ‘historisch-kritisch’ bijbelonderzoek. Misschien is mijn oordeel te snel, maar ik heb de indruk dat de uitkomst van dit onderzoek op voorhand bepaald is: “je moet hetgeen in de bijbel staat niet letterlijk lezen, maar wel als een verhaal dat individuele evangelisten schrijven, vanuit hun eigen geloof en voor een specifiek publiek”, of net iets bondiger: “wat de bijbel over Jezus zegt, is voor het grootste deel overdrachtelijk en voer voor interpretatie”. En de argumenten die je hiervoor kan aandragen doen er niet zozeer toe, zolang de uitkomst maar dezelfde is.

Neem nu bijvoorbeeld Johannes, waarover bovenvermeld artikel handelt. Volgens de traditionele heiligenleer is de evangelist Johannes dezelfde als de apostel Johannes, de ‘geliefde leerling’ van Jezus. Oei!, een probleem, want vandaag is het onder bijbelkenners een geloofspunt dat de auteur (of auteurs) van het Johannesevangelie en de apostel Johannes niet dezelfde zijn. Ook is vastgesteld dat dit evangelie (veel) later is geschreven dan de drie andere evangelies. Daarmee kan ik nog leven, hoewel ik nog geen onomstotelijk bewijs gezien heb. Maar zonder slag of stoot volgt uit die bevindingen dat de historiciteit van het johannesevangelie in twijfel moet worden getrokken.

Omdat de auteur geen apostel is en niet even dicht bij Jezus stond, is het daarom minder waar? Misschien is iemand die wat verder van Jezus staat wel minder geneigd om de waarheid naar de hand te zetten! Omdat de tekst later is geschreven dan andere teksten is hij minder waar? Misschien was het wel juist de motivatie van de auteur om onvolledigheden of onjuistheden in de andere teksten recht te zetten, gefundeerd op eigen bronnen! Tal van concrete persoonlijke en chronologische details in het johannesevangelie doen alvast nadenken over de typering als zou dit evangelie uitsluitend een ‘poetisch en theologisch’ karakter hebben, een mooie manier om te zeggen dat de verhalen historisch onwaar zijn!

Ik ga hier de zaak niet maken van de bijbelgeleerden, maar als gelovige kan ik niet volgen in hun vooringenomen denktrant en kan ik niet anders dan de bijbel lezen in vol vertrouwen dat de evangelisten de bedoeling hadden een historisch juist en relevant verhaal te schrijven. Hoe kunnen de evangelies immers bijdragen tot mijn geloof in de waarheid, als ik ze eerst moet onderwerpen aan willekeurige interpretaties? Ik hou dan ook veel van de manier waarop paus Benedictus XVI de bijbel benaderde in zijn Jezus-trilogie: een oefening om de heilige Schrift te waarderen, niet door elk evangelie afzonderlijk te benaderen als een absoluut geloofsboek, wat rationeel onmogelijk is, maar door een historisch-kritische interpretatie toe te passen op de gezamenlijke evangelies, die intentioneel constructief is, eerder dan destructief, want dat is een verwijt dat ik de hedendaagse mainstream theologen durf maken, die nog altijd veel te veel bezig zijn met zichzelf te bewijzen in de strijd tegen spoken uit een verleden, dat mijn generatie al lang niet meer raakt. Zij lezen niet vanuit geloof, maar ondergraven hun eigen geloof door de bijbel als enige rationele, historische bron ervan te zien, of erger nog: zij proberen zich te profileren door middel van theorieen die aandacht krijgen juist omdat ze het geloof ondergraven.

Draai het of keer het, maar daar wringt het schoentje. De bijbel an sich is niet de enige bron van ons geloof. De katholiek kerk benoemt heel juist de apostolische traditie als voornaamste en vroegste bron, waarvan de bijbel een belangrijk en later deel uitmaakt, en daarop berust ons geloof. Niet op wetenschappelijke, ontegensprekelijke, schriftelijke bewijzen, maar vertrouwend op mensen, en op de Heilige Geest die in hen werkt.

Morgen zullen we in de kerk weer het lijdensverhaal te horen krijgen, dit jaar volgens Matteus, en elk jaar opnieuw ben ik teleurgesteld omdat de evangelist van dienst bepaalde stukken uit het lijdensverhaal vergeet te vertellen, die wel bij de andere evangelisten aan bod komen, maar ik kan mijn hart nu al ophalen aan de wetenschap dat we die details dan volgend jaar wel zullen horen! De Goede Week, met haar lange schriftlezingen, is het moment bij uitstek om te beginnen met een positieve bijbellezing, en om afstand te nemen van de ergernis en verwarring die gezaaid wordt door de vier evangelies tegen mekaar op te stellen.

Europees Parlement uitgedaagd door “One of Us”

One of Us

Het zal u misschien ontgaan zijn, maar een burgerinitietief onder de naam “One of Us” heeft gedurende de laatste maanden meer dan 1.7 miljoen handtekeningen van Europese burgers verzameld, om een hoorzitting te verkrijgen in het Europees Parlement over een voorstel van decreet met als kernpunt: “Er zal geen budget worden gereserveerd voor de financiering van activiteiten die menselijke embryo’s vernietigt, of waarbij hun vernietiging verondersteld kan worden.” De voornaamste toepassingsgebieden zijn wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingshulp.

Het afdwingen van zo’n hoorzitting is een verwezenlijking van het Verdrag van Lissabon, voordien was dat onmogelijk. “One of Us” is de tweede petitie die aan de Europese Commissie wordt overgedragen. De eerste was “Water and sanitation are a human right! Water is a public good, not a commodity!” en haalde 1.66 miljoen handtekeningen.

Deze hoorzitting is dus toch een beetje een historisch gebeurtenis voor Europa! Ze vond deze voormiddag plaats, voor de verzamelde commissies van ontwikkelingssamenwerking, onderzoek, wetgeving en petities en was live te volgen op de websites van de EU.

Het debat was levendig, waarschijnlijk niet in het minst omdat er een grote aanwezigheid van bezoekers op te maken was uit het regelmatig juichen en jouwen, tot ergenis van de voorzitsters van de opeenvolgende sessies — het Parlement is blijkbaar gewoon om te werken zonder teveel pottenkijkers. Elke sessie werd ingeleid door een presentatie van het burgercomité “One of Us” en gevolgd door vragen en opmerkingen van de vertegenwoordigers van de commissies en de parlementsleden.

“Europees Parlement” en “levendig debat” zijn begrippen die ik zelden in eenzelfde zin zou gebruiken, maar deze zitting mag als uitzondering gelden. Er waren sterke bijdrages van parlementsleden die het initiatief en de achterliggende morele principes ondersteunden, en dat is alvast hoopgevend. Uit de mond van een van de parlementsleden kon worden vernomen dat binnen de Europese structuren een censuur bestaat waardoor over abortus geen open debat kan worden gevoerd.

De kritiek werd op verschillende manieren vertolkt. Enkele parlementsleden kwamen aandraven met ‘praktische bezwaren’, zo vroeg een parlementslid aan de bisschoppen en kardinalen, die talrijk hun stem aan de petitie verleenden, of medicijnen die tot stand komen door onderzoek dat gebruik maakt van embryo’s, dan ook verboden zouden worden in de landen waar zulk onderzoek verboden is… een interessante vraag, maar niet aan de orde tijdens een principieel debat. Andere parlementsleden vertolkten de feministische slogan ‘baas in eigen buik’ zonder veel omhaal noch overtuigingskracht en werden vanop de tribune uitgejouwd. Het hele debat kreeg mee daardoor al snel een ideologische lading en de wederzijdse beschuldigingen van fundamentalistisme waren niet uit de lucht.

Toch lijkt het me niet uit te sluiten dat deze hoorzitting in Europa iets kan losweken. Je merkte hoe de algemene houding van de parlementsleden er een was van verdediging, alsof ze ervan schrokken hoe een burgercomité het Parlement zomaar eventjes de les kwam spellen over ethiek en moraal, gebieden waar het Parlement zich boven alles en iedereen verheven waant. Het is confronterend voor een parlement dat in een hoge ivoren toren leeft om te merken dat het ethisch bewustzijn wel degelijk leeft onder zijn burgers, en dat is af en toe wel eens nodig!

Benieuwd wat de Vlaamse pers hiervan zal oppikken…

Volledig videoverslag vind je hier, alsook een interessante nabeshouwing met een blik achter de schermen.

Het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus in zes bedrijven

Als de evangelisten het lijdensverhaal beschrijven, doen ze dat vol vuur. Ze halen elk de herinneringen naar boven over specifieke details of over personen die er een rol in speelden, die zij het belangrijkste vinden. Daarom lijkt het soms alsof er veel tegenstrijdigheden in de evangelies zitten, maar het omgekeerde is waar: in de verscheidenheid van de vertellingen kan je de volle werkelijkheid van het lijdensverhaal ontdekken.

De evangelisten hanteren een dramatische schrijfstijl. Daarmee bedoel ik niet dat ze sensatie zoeken, want zelfs het diepste lijden of de grootste wonderen worden met dezelfde zakelijkheid benaderd. Wel is het verhaal doorspekt met dialogen, zodat het haast een woordelijk verslag lijkt.

Het mag geen wonder heten dat het passiespel in alle tijden populair is: de bijbel nodigt uit om dit verhaal te benaderen als toneel, als spectakel, als film, als musical, of indien het dan echt sober moet: door drie lectoren voorgelezen tijdens de heilige Mis van Palmzondag of Goede Vrijdag.

Een goeie tekst vinden die het drama van het lijdensverhaal ten volle brengt en die niet teveel last heeft van fantasie, is niet zo gemakkelijk, daarom heb ik op basis van een synopsis van de evangelies, een selectie gemaakt van de dialogen, zodat het ganse lijdensverhaal, in al zijn details en op een bijbelgetrouwe manier als toneelscript gepresenteerd wordt. Hoewel het resultaat tekstueel 100% bijbelvast is, verrast het hoe geladen het drama zich voltrekt.

 

Downloaden als PDF

Downloaden om zelf als boekje af te drukken

Laten afdrukken en levering per post:

[Synopsis van het lijdensverhaal in toneelvorm]