Maand: maart 2017

Boek III Hoofdstuk 37 Men moet zichzelf volledig en zuiver aan God overgeven, om de vrijheid des harten te bekomen

CHRISTUS. – Zoon, verlaat uzelf, en gij zult Mij vinden. Wees zonder voorkeur, sta alle eigendom af, en gij zult gedurig winst doen. Want zohaast gij uzelf zonder wederhouding aan Mij overgeeft, zal u nog overvloediger genade gegeven worden.

DE ZIEL. – Heer, hoe dikwijls moet ik mij overgeven en waarin mij onderwerpen?

CHRISTUS. – Altijd en in alle stonden, zo in grote als in kleine dingen. Ik maak geen uitzondering, maar Ik wil dat Ik u van alles ontbloot vinde. Hoe zult gij anders aan Mij, en Ik aan u kunnen toebehoren, tenzij gij van buiten en van binnen van alle eigen wil beroofd zijt? Hoe eerder gij dit doet, des te beter zult gij u bevinden; en hoe volkomener en rechtzinniger gij het doet, zoveel te behaaglijker zult gij Mij wezen, en meerder verdiensten hebben.

Sommigen geven zichzelf over, doch met enig voorbehoud; zij vertrouwen niet volkomen op God, en daarom willen zij zich nog voorzien van wat hun nodig kan zijn. Anderen offeren alles op, maar daarna, door bekoring geschokt, leren zij weder tot zichzelf, en daarom gaan zij zeer weinig vooruit in de deugd. Dezen beider zullen nimmer tot de ware vrijheid van een zuiver hart, en tot de genade van mijn zoete gemeenschap komen, voordat zij zich eerst volkomen aan Mij overgeven, en zich dagelijks opofferen; zonder dit offer kan men zich met Mij niet verenigen, of Mij genieten.

Ik heb u dikwijls gezegd, en zeg het nogmaals: verzaak uzelf, geef uzelf over aan Mij, en gij zult grote inwendige vrede smaken. Geef alles voor alles: verlang niets, vraag niets weder, houd u standvastig aan Mij gekleefd en gij zult Mij bezitten. Dan zult gij vrij zijn van hart, en de duisternis zal u niet nederdrukken (1). Betracht dit, vraag dit, wens dit: namelijk van alle eigenliefde verlost te wezen, om naakt, de naakte Jezus te volgen, uzelf af te sterven, en eeuwig voor Mij te leven. Dan zullen alle ijdele inbeeldingen, boze ontsteltenissen, en overtollige zorgen verdwijnen. Dan ook wijkt alle onmatige vrees en sterft alle ongeregelde eigenliefde.

(1) Ps. 138: 2

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek III Hoofdstuk 36 Men moet de ijdele oordelen der mensen niet vrezen

CHRISTUS. – Zoon, stel de rust van uw hart vast in de Heer, en vrees de oordelen der mensen niet, wanneer uw geweten van uw onschuld getuigt. Het is goed en zalig alzo te lijden, en dit zal ook niet zwaar vallen aan een ootmoedig hart dat meer op God dan op zichzelf betrouwt. De mensen zeggen veel, zeer veel; en daarom is er weinig geloof aan te geven. Het is ook onmogelijk allen te voldoen. Alhoewel Paulus getracht heeft eenieder te behagen in de Heer, en alles voor allen geworden is (1), nochtans achtte hij het voor de minste, voor de vierschaar der mensen te worden geoordeeld (2).

Hij heeft zijn best gedaan om anderen te stichten, en aan hun zaligheid gearbeid zoveel in zijn macht was; maar hij heeft niet kunnen beletten dat hij door sommige mensen veroordeeld en belasterd werd. Daarom heeft Hij zijn Hemelse Vader alles aanbevolen, wie alles bekend is; en heeft zichzelf door geduld en ootmoed gewapend tegen kwaadsprekende tongen, en tegen de ijdele en leugenachtige vermoedens van hen die alles naar willekeur uitbrachten. Nochtans heeft hij somtijds zich verantwoord, opdat de kranken door zijn stilzwijgen niet verergerd zouden worden.

Wie zijt gij dat gij vreest voor een sterfelijk mens? (3) Heden is hij, en morgen ziet men hem niet meer. Vrees God, en gij zult voor het schrikbarende van mensen niet beven. Wat kan een mens u doen met al zijn woorden en lasteren? Hij hindert zich erger dan u; en hij zal Gods woord niet ontgaan, wie hij ook zijn moge. Wat u betreft, heb God voor ogen, en wil nergens over twisten of klagen. Al schijnt gij nu te bezwijken, en onverdiend enige beschaamdheid te lijden, wil u daarom niet ontstellen, en verminder uw kroon niet door onlijdzaamheid. Maar wend liever uw ogen tot Mij in de hemel; tot Mij, die machtig ben u te verlossen uit alle beschaming en ongelijk, en aan eenieder te geven volgens zijn werken (4).

(1) 1 Kor. 9: 22 (2) 1 Kor. 4: 3 (3) Is. 51; 12 (4) Rom. 2: 6

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek III Hoofdstuk 35 In dit leven is men niet beveiligd tegen bekoringen

CHRISTUS . – Zoon, gij zijt in dit leven nooit veilig; maar zolang gij leeft zullen u geestelijke wapenen nodig zijn. Gij wandelt in het midden der vijanden; van alle kanten wordt gij bevochten. Indien gij u dan niet gedurig dekt met het schild van verduldigheid, zult gij niet lang ongewond blijven. Daarenboven, indien gij uw hart niet vast op Mij stelt, met de vaste wil van alles uit liefde tot Mij te lijden, zo zult gij het geweld der bekoring niet uitstaan, noch de palmtak der gelukzaligen bekomen. Gij moet dan kloekmoedig door alles heen dringen, en grote kracht gebruiken tegen alle wederstand. Want het Manna wordt de overwinnaar gegeven (1), en voor de lafhartige is er vele ellende bereid.

Indien gij rust zoekt in dit leven, hoe dan zult gij hiernamaals tot de eeuwige rust komen? Bereid u niet tot veel rust, maar tot veel verduldigheid. Zoek de ware vrede niet op aarde, maar in de hemel; niet bij de mensen of de andere schepselen, maar in God alleen. Ter liefde van God moet gij alles gaarne ondergaan: arbeid, pijnen, bekoringen, kwellingen, benauwdheden, armoede, ziekten, opspraak, verwijten, vernederingen, schande, berispingen, versmadingen.

Deze dingen helpen tot de deugd; deze beproeven de navolger van Christus; deze bereiden de hemelse kroon. Voor kortstondige arbeid zal ik eeuwig loon geven, en van voorbijgaande schande oneindige glorie.

Meent gij altijd geestelijke vertroostingen te hebben, als gij ze verlangt? Mijn heiligen hebben die niet altijd gehad, maar integendeel veel zwarigheden, velerlei bekoringen en grote verlatenheid. Doch zij zijn in alles verduldig geweest, en hebben hun betrouwen meer op God dan op zichzelf gesteld, gedenkende dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet te achten is bij de toekomende glorie (2), welke er door verdiend wordt. Wilt gij terstond hebben wat velen nauwelijks na macht van tranen en zware arbeid bekomen hebben? Verwacht de Heer, gedraag u mannelijk (3), en wordt gesterkt; mistrouw niet, wijk niet af: maar geef leven en lichaam edelmoedig ten beste voor de glorie van God. Ik zal het u ten volle vergelden, en Ik zal met u wezen in al uw lijden.

(1) Apoc. 2: 17 (2) Rom. 8: 18 (3) Ps. 26: 14

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek III Hoofdstuk 34 Wie God bemint, vindt bij alles en boven alles in Hem zijn genoegen

DE ZIEL. – Ziedaar mijn God en mijn Al! Wat wil ik mee, wat kan ik gelukkigers wensen? O troostrijk en zoet woord! Maar voor hem die het Woord bemint, niet de wereld en wat in de wereld is (1). Mijn God en mijn Al! Dit is dikwijls genoeg gezegd voor die het verstaat; en het dikwijls herhalen, is genoegzaam aan die bemint. Want daar Gij, o Heer! Tegenwoordig zijt, is alles aangenaam; maar waar gij niet zijt, is alles verdrietig. Gij maakt onze harten gerust, Gij verleent grote vrede en feestvreugde. Gij maakt dat men zich alles laat welgevallen, en in alle dingen U love; zonder U kan niets lang behagen; maar om ergens smaak en genoegen in te bekomen, moet er uw genade bij wezen, en het zout van uw wijsheid het bereiden.

O Heer, die U smaakt, wat zal er hem smakeloos zijn? En iemand, die geen smaak in U heeft, wat zal hem aangenaam kunnen wezen? Maar de wijzen van deze wereld, en de vleselijke gezinden, vergaan in hun wijsheid; want in de wereld is niets dan ijdelheid, en in het vlees niets dan de dood. Maar zij, die U volgen door het versmaden van de wereld en door de versterving van het vlees, zijn waarachtig wijs; want zij gaan van de ijdelheid tot de waarheid over, en van de vleselijkheid tot de geest. Zulke mensen vinden smaak in God, en het goed dat zij in de schepselen vinden, wenden zij aan tot lof van hun Schepper. Nochtans is er een verschil, een groot verschil tussen de smaak van de Schepper en het schepsel, van de eeuwigheid en de tijd, van het ongeschapen licht en het ontstoken licht.

O eeuwig licht, dat alle geschapen lichten oneindig te boven gaat: schiet uw stralen uit van de hemel, en dat zij het binnenste van mijn hart doordringen. Zuiver, verblijd, verlicht en verlevendig mijn ziel met al haar krachten, opdat zij zich met u verenige in juichende verrukking. Ach! Wanneer zal het gelukkig en wenselijk uur komen, dat Gij mij zult verzadigen door uw tegenwoordigheid, en mij alles zijn in alle dingen? Want zolang dit mij niet verleend wordt, zal mijn blijdschap niet volkomen wezen. Helaas, de oude mens leeft in mij, hij is nog niet geheel gekruisigd, niet volkomen dood. Hij staat nog krachtig op tegen de geest: hij voert nog inwendig strijd, en laat het rijk van mijn ziel geen rust.

Maar Gij, o Heer! Die heerschappij hebt over de zee, en het geweld van haar baren stilt, sta op, kom mij te hulp (2). Verstrooi de volkeren die oorlog zoeken (3), en verplet ze door uw kracht. Ik bid U, toon uw wonderwerken, en doe de macht van uw rechterarm uitschijnen (4); ik heb anders geen hoop noch toevlucht dan in U, mijn Heer en mijn God!

(1) 1 Joan. 2: 15 (2) Ps. 88: 10 (3) Ps. 67: 32 (4) Judith 9: 2

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek III Hoofdstuk 33 Over de onstandvastigheid des harten, en de plicht ons einddoel in God te stellen

CHRISTUS. – Zoon, vertrouw niet veel op uw stemming van dit ogenblik, want die kan spoedig veranderen. Zolang gij leeft, zult gij aan verandering onderhevig zijn, en dit met of tegen uw wil; nu blijgemoed, dan droevig; nu gerust, dan ongerust; nu godvruchtig, dan zonder godsvrucht; nu naarstig, dan traag; nu ernstig, dan lichtzinnig. Maar de wijze, die in t geestelijke wel geoefend is, verheft zich boven al dat wisselvallige. Hij geeft geen acht wat hij in zijn gemoed gevoelt, of van welke zijde de wind der ongestadigheid blaast; maar hierop, dat zijn ziel met volle krachtinspanning naar het voorgeschreven en gewenste doel vooruitga. En zo is het dat hij in het midden van allerhande lotswisselingen op Mij alleen zijn mening en inzichten stellende, onwrikbaar en altoos een en dezelfde blijft.

En hoe zuiverder het oog der mening is, hoe standvastiger men te midden der menigvuldige stormen wandelt. Maar dat oog wordt in velen verduisterd, omdat men zich licht keert tot iets vermakelijks dat zich voordoet. Want zelden wordt er iemand gevonden, die gans vrij is van de vlek der zelfzucht. Zo kwamen eertijds de Joden te Bethani tot Maria, en Martha, niet voor Jezus alleen, maar tevens om Lazarus te zien. (1) Men dient dus het oog van zijn mening te zuiveren, opdat het eenvoudig en oprecht weze, en het tussen allerhande voorvallen en veranderingen tot Mij te sturen.

(1) Joh. 12: 9

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)