“Als theoloog dient hij kritische geluiden te laten klinken”

De titel van dit atikel is meteen de samenvatting van de recensie van theoloog Geert van Oyen over het derde Jezusboek van paus Benedictus XVII . Hij is helemaal niet tevreden, want “Ratzinger hamert nadrukkelijk en onomwonden op de historiciteit van de verhalen”. Volgens van Oyen moet een echte theoloog “kritische geluiden laten klinken”, en dat doet de Paus -opnieuw volgens de recensent- duidelijk niet… Of toch? Want even verderop in zijn tekst luidt het: “Deze historiciserende lezing geeft zijn werk duidelijk een oppositioneel karakter. En dit zowel richting progressieve krachten binnen de theologische gemeenschap als tegenover de bredere maatschappij.” Daarmee geeft Van Oyen dus toe dat de Paus juist wel kritische geluiden laat klinken. Het is echter kritiek op de theologie die de recensent zelf voorstaat, en dat lijkt dus niet mee te tellen. Merkwaardig hoe een pensée unique kan verblinden…

Historia
Historia

Van Oyen heeft echter een punt: de Bijbel is geen geschiedkundig boek. Maar ik voeg daaraan meteen toe: de theoloog is geen historicus. Het is natuurlijk belangrijk de verhalen van de Bijbel in de geschiedenis te kunnen kaderen, ook voor een theoloog, maar daar waar de historicus de taak heeft om in detail uit te vlooien welke verhalen al dan niet op werkelijke feiten berusten, heeft de theoloog de vrijheid, zoniet de plicht, om de Bijbel te benaderen als geloofsboek.

Als gewone gelovige maak ik me niet druk of dit of dat feitenrelaas uit de Bijbel al dan niet letterlijke geschiedenis is. Ik lees de bijbel, en wat er staat is deel van het grote verhaal, en is daarom ook deel van mijn geloof. Daarom zal ik altijd trachten dat verhaal zoveel mogelijk deel te laten uitmaken van mijn werkelijkheid. Dat wil niet zeggen dat de schepping in zeven dagen of de verrijzenis van het lichaam deel uitmaken van mijn wetenschappelijke beleving van de werkelijkheid, maar toch zijn die concepten werkelijk en echt. Hoe kan ik immers geloven in een werkelijkheid die ik niet even werkelijk mag noemen als historische feiten, hoe kan ik geloven indien deze werkelijkheid herleid moet worden tot een betekenis naar een vrije interpretatie van een mooi verhaal?

Het kan best zijn dat je een rangorde kan opstellen van alles wat in de Bijbel beschreven staat, volgens graad van historiciteit. En dan? Een proficiat aan de theologen die kunnen uitmaken welke verhalen feiten zijn, en welke verhalen in de traditie tot stand zijn gekomen. Maar zijn ze in die rol theoloog, of historicus? Een historicus moet kritische geluiden laten klinken als hij de Bijbel hoort proclameren als louter geschiedkundig werk. Maar is het dat wat de Paus doet? Het komt me echt niet voor alsof de Heilige Vader zich aanmeet de concurrentie aan te gaan met historici die de oudheid bestuderen. Vanuit het geloof is de Bijbel het verhaal van de mensheid en van Jezus. Een waar verhaal, dat voor wie gelooft even werkelijk is als een geschiedkundig werk, schepping en verrijzenis incluis. Als je dat verhaal leest, zonder zelfs maar enige kennis van de geschiedenis, dan heb je studiemateriaal genoeg voor je geloof, en de trilogie van de Jezusboeken is daarbij, ook voor gewone gelovigen, een heel nuttig (ik zou zelfs durven zeggen: noodzakelijk) hulpmiddel. En het laat de lezer toe “te ontdekken dat er ook andere interpretaties mogelijk zijn dan die van de moderne theologen”, om Van Oyen te parafraseren.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *