Bisdom Antwerpen hervormt – interview met kan. Paepen

Onderstaand interview verscheen eerder in het laatste nummer van Catholica.

Net als in alle bisdommen worden ook in Antwerpen de parochies hervormd. Dit is de tweede hervorming sinds de heroprichting van het bisdom in 1961. De eerste hervorming dateert van 2005 en werd nog ondertekend door mgr. Paul van den Berghe. Die vormde de dekenaten om tot 35 parochiefederaties. Tien jaar later vindt er een nieuwe beweging plaats waarbij elke federatie en haar parochies wordt omgevormd tot een pastorale eenheid. Het zwaartepunt van de lokale parochiewerking verschuift daardoor naar een nieuw team van priesters, diakens, pastorale werkers en leken dat de verantwoordelijkheid krijgt voor de organisatie en coördinatie van het gelovige leven in de ganse pastorale eenheid. Naast de parochies betrekt de pastorale eenheid ook gelovige gemeenschappen, katholieke onderwijs en andere geloofskernen die actief zijn in het gebied dat de eenheid omschrijft.

Parochies kunnen onderling heel sterk verschillen. De demografische samenstelling, de manier waarop de liturgie wordt uitgedrukt, de aanwezigheid van parochiale verenigingen, de aard van het kerkgebouw: elke parochie is een klein wereldje op zichzelf. De organisatie van een pastorale eenheid zal dus niet zonder slag of stoot verlopen. De leden van de nieuwe teams moeten harmonie en samenwerking betrachten in het parochielandschap, zodat zij niet de enige bindende figuren blijven, echter zonder de verschillen tussen de parochies te willen uitvlakken.

Misschien heeft het bewustzijn van deze nieuwe uitdagingen mee de aanzet gegeven tot een andere hervorming in het bisdom. Die is minder zichtbaar en betreft de vicariaten. Een vicariaat voert het beleid van de bisschop uit en wordt bestuurd door een vicaris of bisschoppelijk gedelegeerde. Naar gewoonte krijgt elke vicaris, net als een minister, zijn eigen gespecialiseerde bevoegdheden, zoals onderwijs, kerkfabrieken, ziekenhuizen, de kerkelijke rechtbank, oecumene, priesteropleiding, enzovoort.

Mgr. Bonny, bisschop van Antwerpen

Mgr. Johan Bonny kiest nu voor een radikaal andere indeling van de vicariale bevoegdheden. In zijn bisdom ziet hij niet enkel de verscheidenheid tussen parochies onderling, waarmee de teams van de pastorale eenheden te worstelen hebben, maar hij ziet ook de verscheidenheid tussen de Antwerpse stadsregio en de steden en gemeenten van de Kempen. De nieuwe bestuursploeg krijgt daarom drie vicariaten: het vicariaat Antwerpen en het vicariaat Kempen, die voor beide regio’s een specifiek beleid kunnen bepalen, en een derde vicariaat voor de gezamenlijke diocesane diensten.

Kan. Bart Paepen, vicaris bevoegd voor de stadsregio Antwerpen

Om deze nieuwe structuur verder toe te lichten, mogen we vicaris Bart Paepen enkele vragen stellen, waarbij onze focus ligt op het stadsvicariaat, dat hij zal leiden:

Catholica: Kan u uiteenzetten hoe de nieuwe bestuursploeg er zal uitzien en hoe ze daarmee verschilt van de vorige organisatie?

Vicaris Paepen: De nieuwe bestuursploeg telt drie vicarissen:  twee vicarissen die elk verantwoordelijk zijn in een bepaalde regio van het bisdom voor het geheel van de pastoraal, zowel territoriaal als categoriaal en één vicaris die verantwoordelijk is voor de gezamenlijke diensten. Wim Selderslaghs wordt vicaris van de Kempen, ik van Antwerpen en Bruno Aerts wordt vicaris van de diocesane diensten, bijvoorbeeld de jeugddienst, vorming, enz. Bruno wordt ook meteen vicaris generaal, dat wil zeggen dat hij de bisschop op bepaalde momenten en plaatsen vertegenwoordigt en beleidsverantwoordelijke is voor het geheel van het bisdom. We behouden ook de drie gedelegeerden: voor het katholiek onderwijs, voor het economaat en voor de religieuzen. Het belangrijkste verschil is dus dat we niet langer het werk opdelen zoals ministers die elk bepaalde items op zich nemen, maar dat we werken met twee pastorale territoria en daar op onze eigen wijze het beleid uitbouwen, ondersteund door de diocesane diensten.

Catholica: De grootste uitdaging in de stadsregio is ongetwijfeld de aanwezigheid van zoveel verschillende culturen, in de stad, maar ook binnen de katholieke kerk. Deze gemeenschappen genieten reeds volop de gunst van onze bisschop, wat heeft de nieuwe stadsvicaris in petto voor hen?

Vicaris Paepen: Om te beginnen moet ik inwerken in de nieuwe functie. Het soort van werk dat ik moet doen is anders dan voordien en een aantal zaken moet ik eerst leren kennen. Het nieuwe vicariaat Antwerpen was vroeger 1 dekenaat. We hebben het vicariaat opgesplitst in drie dekenaten. Jef Barzin blijft deken voor Antwerpen Noord. Antwerpen Centrum krijgt Bernard de Preter als deken en Antwerpen Zuid Roland Sledsens. Die drie mensen zullen met mij een team vormen en eerst moeten wij als team afstemmen op elkaar. Ik vind het heel belangrijk om gezamenlijk te kunnen aanpikken en zoveel mogelijk te ondersteunen van wat ter plaatse is gerealiseerd.

Hoewel er dus op dit moment geen plannen op tafel liggen die we vanaf volgende week zomaar gaan uitvoeren, is wel duidelijk dat de bisschop een aantal accenten vooropstelt. Een van de meest geprofileerde is het internationale karakter van de kerk in Antwerpen. Ik wil dat gegeven ook echt zien als een troef. We bevinden ons hier in een kerk die multicultureel is, met vele talen functioneert, en die juist door die gelovigen uit andere culturen en werelddelen haar levendigheid terugvindt. De gemiddelde leeftijd van de Vlaamse kerkganger is redelijk hoog, terwijl de gemeenschappen van internationale oorsporong dikwijls jong en dynamisch zijn. Dat geeft een schoonheid en een geweldige troef en verzekert de toekomst van het bisdom en van de kerk rond de metropool, maar het is ook niet gemakkelijk.

De belangrijkste uitdaging is dat we moeten werken aan een mentaliteit van een kerkgemeenschap die openstaat voor zulke realiteit en die daar ook haar roeping in vindt. Ik las vandaag nog een tekst van één van de oude kerkvaders, Diogenedes, over hoe wij fundamenteel niet behoren tot één apart deel van de wereld, noch tot een land, noch tot een volk. Christenen, schrijft hij, zijn per definitie vreemden in hun eigen woonplaats, maar als vreemden in hun eigen woonplaats vormen zij een eenheid. De eerste petrusbrief gaat daar ook erg op in. Dat zijn oude bijbelse beelden, die niet aan de orde zijn geweest in de Vlaamse kerk pakweg de laatste honderd jaar, maar waarvoor we nu pas terug openheid ontwikkelen, omdat de realiteit zich zo aandient. Het is niet gemakkelijk om de mentaliteit van onze kerkgemeenschappen in die richting te laten evolueren. Als internationele gemeenschappen misschien wat minder belang hechten aan hoe recht de stoelen staan en er een koster is die al veertig jaar die stoelen op de millimeter juist zet, wekt dat ergernis, en we mogen en kunnen de koster het ook niet kwalijk nemen dat hij geërgerd is. Hoe kunnen we zulke heel menselijke aspecten (en er zijn er ook grotere), waarderen en toch mensen helpen om zich eroverheen te zetten? Waar verlangen wij van anderen om zich aan te passen aan ons? Waar mogen we verlangen dat wij als Vlamingen ons aanpassen aan hen? Ik weet het niet precies. Ik weet alleen dat het een ongelooflijke kans is voor onze kerk om daarin te vliegen en ik zie her en der ontwikkelingen die tonen dat het mogelijk is. Bijvoorbeeld in de franstalige Afrikaanse gemeenschap in de Sint-Walburgiskerk in de Volksstraat. Die heeft een heel aantrekkelijke Afrikaanse liturgie waarnaar vele jonge Vlaamse gezinnen op zoek zijn. Tegelijk hoor ik van Guy Kibete, de voorganger daar, dat de kinderen die daar naar de mis gaan, de afrikaanse bevolking, vragen of de mis meer in het Nederlands wordt dan in het Frans, omdat ze hier in het Nederlands naar school gaan en Nederlands spreken. Daar zie je een groeiscenario. Wie weet wat het over 10 of 20 jaar is…

Catholica: In de parochies zien we de allochtone gemeenschappen bestuursmatig in de schaduw staan, hoewel zij in levendigheid de autochtone gemeenschap vaak de loef afsteken. Sommige allochtone gemeenschappen opereren als een volwaardige personele parochie. Wordt het geen tijd om hen niet langer als gast-gelovigen te beschouwen in onze Vlaamse kerk?

Vicaris Paepen: Ja. Ik denk dat daar de grote uitdaging ligt. Hoe kunnen wij samen met hen en zij samen met ons kerk vormen in respect voor elkaars eigenheden? Belangrijk is de vraag in hoeverre zij bestuursverantwoordleijk mee gaan opnemen. We dromen ervan dat er op termijn kerkfabrieken komen waarin de verschillende groepen verantwoordelijkheid nemen die in een bepaalde kerk vieren en dat mensen die tot nu ‘te gast’ zijn in een kerk die niet van hen is, mee het werk, de rechten en de plichten opnemen om die kerk levend en draaiend te houden. De Sint-Eligiusparochie in Antwerpen-Noord met de Chaldeeuwse gemeenschap is een voorbeeld waar de kerkfabriek bestaat uit mensen van de traditionele parochie zowel als van de internationale gemeenschap. Dat is de toekomst. We moeten erover waken dat het niet een eerste stap is in het “Chaldeïseren” van het geheel. Het is niet onze bedoeling om het landschap te veranderen in eilandjes, met een Chaldeeuwse parochie en een Spaanse parochie en een Poolse parochie. Dat is absoluut niet de bedoeling. De vraag is hoe ze met elkaar kerk kunnen vormen, zelfs in het geval van de Chaldeeuwen, als de liturgie verschillend is. Het is niet de bedoeling dat de mensen van de Sint-Eligiusparochie die verknocht zijn aan hun kerk en liever niet naar een andere kerk willen gaan, in een andere ritus moeten vieren en de Chaldeeuwen moeten niet plots in de latijnse ritus moeten gaan vieren. Het kan zijn dat die twee ritussen daar naast mekaar bestaan, maar met een maximum van respect en dat de een niet de gast of minder thuis is dan de ander.

In Sint-Eligius werkt dat, mede omdat de Paulus Sati als pastoor daar een hele krachtige en geloofwaardige rol speelt. Een sleutel ligt in het vinden van een aantal concrete mensen die het geduld en het verstand en de wijsheid en het geloof hebben om aan die kar te trekken. Als die er niet zijn, zal het heel moeilijk zijn en ongetwijfeld zal dit proces zich afspelen op verschillende snelheden. Bepaalde gemeenschappen zullen daarin gemakkelijker bewegen dan andere.

Een ander voorbeeld is de Poolse gemeenschap (niet de Poolse paters op de Ossenmarkt, daar is er wel een wisselwerking) die viert in Berchem. Dat is echt een missieparochie, dus de pastoor van die parochie wordt benoemd door de bisschop in Polen. Het zal niet vanzelfsprekend zijn dat daar een wisselwerking ontstaat, hoewel ik hoor dat contacten wel positief zijn. Er is dus een groot verschil tussen de verschillende statuten van de groepen.

Catholica: Het model van de personele parochie kan in stedelijke context ook op andere specifieke doelgroepen worden toegepast. Gelovigen gaan meer en meer ‘zappen’ tussen parochies, maar weten vaak van tevoren niet wat hen te wachten staat als ze een kerk binnenstappen. Een personele parochie kan een manier zijn om een specifieke doelgroep aan te spreken, die zich nu ‘zappend’ uit de slag trekt, en hen tegelijk uit te nodigen om zich te binden. In buitenlandse steden bestaan er zo al personele parochies waar de liturgie volgens de buitengewone vorm de bindende factor is. Is dit een model dat in Antwerpen kan worden toegepast?

Vicaris Paepen: De personele parochie gaat eigenlijk als concept in tegen wat wij precies willen bereiken. In onze pastorale eenheden willen wij de verscheidenheid laten bestaan, maar de structuren samenbrengen en de concrete mensen samenbrengen. Een personele parochie is een institutionaliseren en afbakenen van die verscheidenheid. Daarom denk ik niet dat wij op dit moment gaan kiezen voor dit model om kracht te geven aan bepaalde verschillen binnen de pastorale eenheid. Bovendien vraagt een personele parochie dat je een pastoor benoemt en daar wringt ook ons schoentje. Ons model voor de pastorale eenheid is dat we in elke eenheid minstens een priester, een diakenen  een pastoraal werker hebben, samen met een aantal leken die aangesteld zijn door de bisschop om verantwoordelijkheid te nemen. Het zal al moelijk genoeg zijn in elke pastorale eenheid professionele, gewijde vertegenwoordigers van de bisschop aan te stellen, hoe zouden we personele parochies gaan maken? Daar hebben we de mensen niet voor.

We bevinden ons hier in een kerk die multicultureel is, met vele talen functioneert, en die juist door die gelovigen uit andere culturen en werelddelen haar levendigheid terugvindt.

Maar dat is praktisch, fundamenteel is de keuze om de schotten die er bestaan tussen de verschillende groepen te verlagen. Ze moeten niet verdwijnen, maar maar we gaan geen nieuwe schotten opzetten. De vraag wat dat betekent voor bijvoorbeeld de oude ritus is natuurlijk een belangrijk punt voor uw lezerspubliek. Paus Benedictus XVI heeft de ritus toegestaan als ‘buitengewone ritus’ en heeft gezegd dat het mogelijk moet zijn voor mensen die het willen, om aan die dienst mee te vieren. Het accent van waar wij liturgisch naar streven ligt echter totaal anders.

Ik schat in dat je binnen de beweging die een verlangen heeft naar de oude ritus, twee invalshoeken hebt. De ene is een nostalgische overtuiging dat wat vroeger was, goed was en wat erna gekomen is, slecht is. Ik kan alleen maar zeggen dat wij het daarmee absoluut en totaal oneens zijn en dat teruggaan naar wat geweest is nooit heeft gewerkt en nu ook niet zal werken. Wat ik verneem van de vorige generaties over hoe de kerk precies functioneerde in de jaren ’50 is trouwens absoluut geen rozengeur en manenschijn.

De gemiddelde leeftijd van de Vlaamse kerkganger is redelijk hoog, terwijl de gemeenschappen van internationale oorsporong dikwijls jong en dynamisch zijn. Dat geeft een schoonheid en een geweldige troef en verzekert de toekomst van het bisdom en van de kerk rond de metropool.

Maar ik weet dat er een grotere en veel belangrijkere groep is van mensen die geloven dat de oude ritus antwoord biedt op de actuele problemen en voor de toekomst een belangrijk aspect kan zijn van een revival, en dat is veel interessanter om daarover na te denken. Ik ben vorig jaar naar een congres geweest in Rome over de oude ritus en ik ben het honderd procent eens met de analyse die daar wordt gemaakt over de liturgische problematiek in de Westerse landen . Er is werkelijk een probleem omtrent de beleving van liturgie. Ik ben het er echter niet mee eens dat de oude ordo daarop het antwoord is, omdat ik niet geloof in de analyse dat de nieuwe ordo niet werkt, nee de juiste analyse is: op dit moment werkt de nieuwe ordo niet.

Ik niet geloof in de analyse dat de nieuwe ordo niet werkt, nee de juiste analyse is: op dit moment werkt de nieuwe ordo niet.

We zijn een kerk in moeilijkheden, een verzwakkende kerk, het is voor ons bisdom belangrijk om verzamelen te blazen en de verbrokkeling zo sterk mogelijk te verminderen. Door het goed vieren van de nieuwe ordo, en dat moeten we allemaal nog leren, kan je de mensen samenbrengen, en antwoord geven op de verzuchtingen van mensen die nu met de blik op de toekomst bij de oude ordo uitkomen. Er zijn heel weinig mensen gelukkig met de liturgie zoals ze nu functioneert en er is een vlucht naar de ene kant en een vlucht naar de andere kant en wij blijven hier staan en roepen: vlucht niet, maar blijf samen. Ik roep echt alle jongeren van hart, alle jonge gelovigen op om zich mee achter dat project te scharen . Een personele parochie voor de oude ritus gaat er dus zeker niet komen en wij hopen dat die oude ritus zich ook niet gaat installeren als een vast element in het grote gamma, want dat zou betekenen dat een belangrijk deel van de mensen de stap niet met ons meezet te bouwen aan de toekomst, ook van de liturgie.

Door het goed vieren van de nieuwe ordo, en dat moeten we allemaal nog leren, kan je de mensen samenbrengen, en antwoord geven op de verzuchtingen van mensen die nu met de blik op de toekomst bij de oude ordo uitkomen.

Catholica: Nog een redelijk nieuw fenomeen in de zap-cultuur is de wervingskracht van katholieke bewegingen. In Antwerpen doet Sint-Egidius het bijvoorbeeld goed. Kunnen zij een plaats innemen in de beleidsvisie voor de stadsregio?

Vicaris Paepen: Zonder twijfel! Aangezien wij vanuit het beeld van de pastorale eenheid werken, kijken we naar alle geloofskernen, dus ook de abdijen, wat oude nieuwe bewegingen zijn en nieuwe bewgingen als Sant’Egidio. Recent is ook Chemin Neuf hier in Antwerpen geland, in de basiliek van de Merodelei. Ook het stadspastoraal van de Loodsen, de vierdewereldbeweging van de Couwenberg en alle initiatieven en groeperingen die zichzelf binnen de katholieke kerk plaatsen, nemen we mee. Als redelijke buitenstaander in stadspastoraal, heb ik het gevoel gehad dat er dikwijls ideologische drempels liggen tussen verschillende groepen, waardoor de één de concurrent lijkt van de andere. In onze heel dunne, schrale realiteit kan dat niet langer en maak je jezelf kapot. Het is een absolute prioriteit om al die verschillende fracties bijeen te brengen en elk onze verantwoordelijkheid te nemen om op onze eigen plaats ook de gezamenlijkheid uit te drukken.

Als redelijke buitenstaander in stadspastoraal, heb ik het gevoel gehad dat er dikwijls ideologische drempels liggen tussen verschillende groepen, waardoor de één de concurrent lijkt van de andere. In onze heel dunne, schrale realiteit kan dat niet langer en maak je jezelf kapot.

Catholica: Staan er nog andere punten op de agenda van de twee regio-vicarissen?

Vicaris Paepen: We gaan verder werken  aan het kerkenplan. Wat gaan we doen met al die kerkgebouwen en heel dat patrimonium dat gemaakt is voor de kerk van de jaren ’50? De bisschop zegt altijd: we hebben een pak dat veel te groot is. De druk van de burgerlijke overheden is er nog altijd om daarin beslissingen te nemen, terecht ook.

We zijn ook bezig met de verantwoordelijkheid in de pastorale eenheden. Die zal voor een heel groot stuk bij leken terechtkomen en niet alleen bij professionelen die in de kerk werken als pastorale werker, maar ook bij vrijwilligers. Het pastorale team krijgt verantwoordelijkheid over de pastorale eenheid en het kan best zijn dat de eindverantwoordelijke een vrijwillige leek is, zelfs als er een priester in de eenheid actief is, kan het zijn dat die niet de pastorale eindverantwoordelijkheid krijgt, maar een deeltaak voor zich neemt. In die context is vorming, opleiding en zeker ook begeleiding van belang. Dat is een prioriteit voor het hele bisdom: hoe dragen wij zorg voor het persoonlijk welzijn van de mensen die verantwoordelijkheid dragen en voor hun functioneren? We zijn volop met de uitbouw van een opleiding voor supervisoren en we hopen op een aantal jaren tijd heel wat pastores te hebben die opgeleid zijn als supervisor die op hun beurt anderen kunnen begeleiden in hun functioneren.

Voor mij persoonlijk blijft de opdracht om hier in de stad door interreligieuze contacten, maar ook door contacten met de academische wereld, de culturele wereld, de politieke wereld, de economische wereld, ons als kerk ook op de kaart van het maatschappelijke leven te zetten en partner te zijn in samenlevingsdebatten. Één van de belangrijkse items daarin is en blijft de armoede: hoe gaan we om met de groeiende armoede, kansarmoede, vereenzaming van mensen. Traditioneel hebben we armoede als kerk echt in handen genomen en initiatieven genomen en die zelf gedragen en ongelooflijk fantastische dingen zijn daaruit ontstaan. Het zal er nu meer op aankomen om partner te zijn van niet-kerkelijke organisaties. Dat is ook een uitdaging.

Catholica: Een goeie hervormer hervormt niet om zich aan te passen aan veranderingen uit het verleden, maar om zich gereed te maken voor veranderingen in de toekomst. Heeft u een droom hoe bisdom Antwerpen er binnen vijf à tien jaar zal uitzien?

Vicaris Paepen: Vijf à tien jaar is heel kort. Ik ben voor vijf jaar benoemd als vicaris van Antwerpen. Ik heb een belangrijk droombeeld om onderweg mee te nemen, maar ik weet niet of we het bereiken. Een droombeeld van eenheid in verscheidenheid, of verscheidenheid in eenheid. Eenheid die verscheiden is, daar bedoel ik mee: ik wil absoluut geen eenheidsworst, geen top-down antwoord op alle vragen. Ik wil graag dat er heel verscheiden keuzes worden gemaakt op basis van hoe concrete mensen in mekaar zitten, waar concrete mensen mekaar vinden, waar een chemie ontstaat en dat gekoppeld aan dat persoonlijke charisma dat zij hebben ontvangen, omdat ik geloof dat de kerk altijd zo heeft gefunctioneerd. Het gaat altijd over concrete mensen die stappen zetten en niet over schema’s die worden toegepast. Die verscheidenheid, daarvoor wil ik vechten, tegen alle mensen die absoluut willen dat het allemaal binnen een bepaald afgebakend kader past.

Ik droom van en kerk die geen ruzie meer maakt over de sacramenten, maar ze gewoon viert zoals ze in onze kerk zijn en daarin de eenheid herkent en beleeft en misschien zelfs viert. Het sacramenteel leven wordt in onze contreien veel te subjectief ingevuld en beleefd, volgens de goestingen en de overtuigingen van de concrete mensen, waardoor het als eenmakend element verdwenen is.

Maar ik wil ook vechten voor de eenheid in die verscheidenheid. Die eenheid die zie ik in het sacramentele leven. Ik droom van en kerk die geen ruzie meer maakt over de sacramenten, maar ze gewoon viert zoals ze in onze kerk zijn en daarin de eenheid herkent en beleeft en misschien zelfs viert. Het sacramenteel leven wordt in onze contreien veel te subjectief ingevuld en beleefd, volgens de goestingen en de overtuigingen van de concrete mensen, waardoor het als eenmakend element verdwenen is en zelfs al tientallen jaren onderwerp is van de meest hoogoplopende ruzies. Ik heb geen voorkeur voor welke vorm moet gekozen worden. Er valt vanalles te zeggen over de vorm van onze sacramenten zoals ze nu in de orde van dienst staat en als ik mocht kiezen, ik zou vanalles veranderen. Maar mijn punt is juist: laat ons stoppen daarover na te denken en het gewoon doen zoals het is en mekaar daarin vinden. Zelfs samen met mensen die vanuit de Oosterse ritus anders vieren kunnen wij ook een sacramentele eenheid hebben. Ik heb niet zo lang geleden de Oekraïense dienst meegemaakt in Sint-Andries met hun Oosterse liturgie, waar je helemaal niks van verstaat. Die is ongelooflijk indrukwekkend en de gelovigen beleven die echt. Daar kunnen wij wel wat van leren, wat betreft actieve participatie en het gelovig beleven van wat onze eigen sacramentele activiteiten inhouden.

De sacramenten kunnen die rol hebben en niet in het minst het doopsel. Het doopsel dat we van elkaar ook allemaal erkennen, zelfs breder dan de katholieke kerk. Op een of andere manier moeten we werken aan een doopspiritualiteit, aan de betekenis gedoopt te zijn voor u en voor mij vandaag. Ik droom van een kerk van mensen die in staat zullen zijn om in alle verscheidenheid hun gezamenlijk gedoopt-zijn werkelijk te kunnen vieren en ik weet dat ik dat niet zal bereikt hebben over vijf jaar, maar het is wel de droom die me zal sturen in al mijn beslissingen.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *