De duivel en de bange blanke man

Tijdens de paaswakeviering vond er in onze parochie een volwassenendoop plaats van een Nigeriaanse vrouw. Dit mooie ritueel werd uitgevoerd in het Engels. Even daarna mochten we zelf onze doopbeloftes vernieuwen, zoals dat deel uitmaakt van de liturgie van de paaswake, ditmaal in het Nederlands. Het viel me op dat de eerste drie doopbeloften anders werden voorgelegd aan de nieuw-gedoopte, dan aan de gemeente.

In het Engels luidde het:

Do you renounce Satan? – I do renounce him.

And all his works? – I do renounce them.

And all his attractions? – I do renounce them.
En in het Nederlands:

Zult u zich te allen tijde verzetten tegen kwaad en onrecht om in vrijheid te leven als kinderen van God? – Ja, dat beloof ik.
Zult u zich verzetten tegen de bekoring van zonde en onrecht, zodat het kwaad zich niet van u meester maakt? – Ja, dat beloof ik.
Zult u de Heer uw God dienen en Hem alleen? – Ja, dat beloof ik.

Niets mis mee, hoor! Deze tekst wordt in het Nederlands missaal als alternatief aangeboden voor het equivalent van de eerder aangehaalde Engelse variant. Het blijft echter knagen, dus sla ik het Romeins missaal erop na, en lees ik inderdaad opnieuw twee alternatieve sets van beloften:

Sacerdos: Abrenuntiátis Sátanae? Omnes: Abrenúntio.
Sacerdos: Et ómnibus opéribus eius? Omnes: Abrenúntio.
Sacerdos: Et ómnibus pompis eius? Omnes: Abrenúntio.
Vel:
Sacerdos: Abrenuntiátis peccáto, ut in libertáte filiórum Dei vivátis? Omnes: Abrenúntio.
Sacerdos: Abrenuntiátis seductiónibus iniquitátis, ne peccátum vobis dominétur? Omnes: Abrenúntio.
Sacerdos: Abrenuntiátis Sátanae, qui est auctor et princeps peccáti? Omnes: Abrenúntio.

Twee vragen dus: waarom wordt er in dezelfde liturgie de dopeling de ene variant laten uitspreken, en de gemeente de andere? Dat is toch een gekke inconsequentie! En waarom is de derde doopbelofte van de tweede variant in het Nederlands bovendien verkeerd vertaald?

Het is zo een van die fijnzinnige liturgische vrijheden die mijn stekels doen rechtkomen, omdat het een onschuldig symptoom is van een broeiend ongemak. De Nederlandse variant is immers in mijn ogen een paternalistische versie van de doopbeloften, waarin de gelovige wordt behandeld als een klein kind, dat moet worden beschermd tegen al te sterke indrukken, of concreet: tegen de verpersoonlijking van de zonde in de voorstelling van de duivel.

Waarom zouden we immers moeten opteren voor de alternatieve formule, als de standaardformule veel beknopter en beeldrijker is? Zijn we niet gevoelig genoeg om de betekenis ervan te vatten? Of juist te gevoelig? Of zijn we in ons geloof niet volwassen genoeg om de duivel en zijn werken te herkennen en te bestrijden? Tegen wie worden we beschermd? Of tegen welk gevaar worden we juist niet beschermd, door de duivel te verzwijgen?

Een van de eerste zondagen van de vasten mochten we in de bijbel lezen hoe Jezus door de duivel driemaal in verzoeking werd gebracht. Dat is toch geen moelijk verhaal? En wie kent er niet het scheppingsverhaal waarin de mens wordt bekoord door het slang, tot ongehoorzaamheid aan God. Dat is toch een klassieker? En dat is toch juist waar het doopsel als sacrament om draait: de uitwissing van de erfzonde. In het licht van deze twee eenvoudige en alomgekende lezingen, is de standaard-formulering van de doopbelofte een open boek.

Waarom dan overgaan op die uitvoerige en verbeeldingsloze doopbelofte? Is ons begripsvermogen zo eng geworden dat we van de duivel geen andere voorstelling meer kunnen maken dan een het akelig mannetje met vleermuisvleugels en bokkepoten van de Dore-prenten (die ik trouwens wondermooi vind)? Of zijn we juist extra bang van de echte duivel, die we niet in de ogen willen kijken. Misschien juist omdat we hem zo aanwezig achten, net op het ogenblik in de liturgie wanneer het erop aankomt hem door de hernieuwing van onze doopbeloften uit van onder onze ogen te bannen.

Verzoeking van Christus door de duivel in de woestijn (Gustav Dore)

In de kinderbijbels die ik gebruik wordt van de duivel zelden voorstelling gemaakt. Ook trouwens van engelen maar zelden. Dat is niet slecht, want in welke gedaante de duivel aan Jezus is verschenen, dat zegt de bijbel niet. Evenmin hoe de engelen er precies uitzagen. Maar de verhalen staan er wel in. Er is echter ook niks mis mee om de duivel wel voor te stellen, of om toch een engel te tekenen, zoals we die allemaal kennen. Als het maar gebeurt met het nodige respect voor de Schrift en de gebeurtenissen die erin verhaald worden, en met het nodige respect voor de gelovige lezer, die niet bij het handje moet worden gehouden omwille van een misbegrepen modern paternalisme. Hetzelfde geldt voor de liturgie.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *