De leerlingen van Johannes – Bijbeltoneel

Synopsis van de evangeliën volgens
Matteüs 9 en 11, Marcus 2, Lucas 3, 5 en 7 en Johannes 3

6

Volk, Johannes, leerlingen van Johannes, verteller, stem uit de Hemel, Jezus, schriftgeleerden en farizeën

1

Levi (Matteüs)

De Jordaan in Ennon bij Salim, waar Johannes doopt

Joh 3:23

Volk

Kan Johannes misschien de Christus zijn?

Lc 3:15

Johannes

Ik voor mij doop u met water, maar er komt er Een, die machtiger is dan ik: ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur. Hij heeft zijn wan in de hand, en Hij zal zijn dorsvloer zuiveren: de tarwe verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur.

Lc 3:16-17

Leerlingen van Johannes

Rabbi, Hij die met u was aan de overkant van de Jordaan, en over wien ge getuigenis hebt afgelegd: zie, Hij dient het doopsel toe, en ze gaan allen naar Hem.

Joh 3:26

Johannes

Niemand kan beslag op iets leggen, tenzij het hem gegeven is uit de hemel. Gij zelf zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Niet ik ben de Christus, maar ik ben Hem vooruit gezonden. Hij die de bruid bezit, is de bruidegom; maar de vriend van den bruidegom, hij staat naar hem te luisteren, en is al zielsverheugd, als hij de stem van den bruidegom hoort. Dit is mijn vreugde, en ze is volkomen; Hij moet groter, maar ik moet kleiner worden. Wie van boven komt, is boven allen. Wie van de aarde is, behoort aan de aarde en spreekt van de aarde. Wie uit de hemel komt, is boven allen, en Hij getuigt wat Hij gezien en gehoord heeft; maar niemand neemt zijn getuigenis aan. — Wie zijn getuigenis aanvaardt, drukt er zijn zegel op, dat God waarachtig is; want Hij, dien God heeft gezonden, spreekt de woorden van God; God immers geeft den Geest zonder maat. De Vader bemint den Zoon, en heeft Hem alles in handen gegeven. — Wie in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie in den Zoon niet gelooft, zal het leven niet zien, maar Gods gramschap blijft op hem liggen.

Joh 3:27-36

Verteller

Wanneer nu al het volk zich laat dopen, en ook Jesus gedoopt wordt, gaat eensklaps, terwijl Hij aan het bidden is, de hemel open, en daalt de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer

Lc 3:21-22

Doopsel van Jezus

Stem uit de Hemel

Gij zijt mijn welbeminde Zoon; in U heb Ik welbehagen.

Lc 3:22

Verteller

Johannes brengt de blijde boodschap aan het volk. Maar wanneer de viervorst Herodes door hem wordt berispt naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer, en over al de misdaden die hij heeft bedreven, voegt Herodes nog dit er aan toe, dat hij Johannes in de kerker sluit.

Lc 3:18-20

Het tolhuis van Kafarnaum

De roeping van Matteüs (Hendrick Ter Brugghen, 1621, Utrecht, Centraal Museum)

Jezus tot Levi

Volg Mij!

Mc 2:14

Verteller

En hij staat op, laat alles achter, en volgt Hem. Nu richt Levi in zijn huis een groot gastmaal voor Hem aan; en een talrijke menigte van tollenaars en anderen liggen met hen aan tafel aan.

Lc 5:28-29

In het huis van Levi, samen met vele tollenaars en zondaars

Schriftgeleerden en farizeën

Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?

Mt 9:11

Jezus

De gezonden hebben geen geneesheer nodig, wel de zieken. Gaat, en leert wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik, en geen offerande. Ik ben niet gekomen, om de rechtvaardigen te roepen, maar wel de zondaars, om ze te bekeren.

Mt 9:12-13
Lc 5:32

Schriftgeleerden en farizeën

De leerlingen van Johannes en die der farizeën vasten en bidden dikwijls, maar de uwen eten en drinken.

Lc 5:33

Jezus

Kunnen de bruiloftsgasten vasten, zolang de bruidegom bij hen is? Zolang ze den bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar de dagen zullen komen, dat de bruidegom van hen wordt weggenomen; op die dag zullen ze vasten. Niemand zet een lap ongekrompen laken op een oud kleed; anders scheurt het nieuwe stuk van het oude af, en er ontstaat nog groter scheur, terwijl de lap van het nieuwe toch niet bij het oude past. Ook giet niemand nieuwe wijn in oude zakken; anders doet de nieuwe wijn de zakken bersten; de wijn loopt weg, en de zakken gaan verloren. Neen, nieuwe wijn moet men in nieuwe zakken doen. En niemand, die oude wijn heeft te drinken, verlangt naar de nieuwe; want hij zegt: de oude is best.

Mc 2:19-21
Lc 5:36-39

Volk

Een groot profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft zijn volk bezocht!

Lc 7:16

In de gevangenis

St. John the Baptist in Prison receives Christ’s answer (Samuel van Hoogstraten, 1627-1678)

Leerlingen van Johannes

Meester, van Jezus zegt het volk “Een groot profeet is onder ons opgestaan” en “God heeft zijn volk bezocht!”

Lc 7:18

Johannes

Gaat naar de Heer en vraagt: “Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”

Lc 7:19

Kafarnaum. Jezus genas velen van ziekten, kwalen en boze geesten, en schonk veel blinden het gezicht terug.

Lc 7:21

Leerlingen van Johannes

Johannes de Doper heeft ons tot U gezonden met de vraag: “Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”

Lc 7:20

Jezus tot de leerlingen van Johannes

Gaat en bericht aan Johannes, wat gij gezien en gehoord hebt. Blinden zien en kreupelen gaan, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden verrijzen en aan armen wordt het evangelie verkondigd. Zalig is hij, die zich aan Mij niet ergert.

Lc 7:22-23

Verteller

De leerlingen van Johannes vertrekken.

Lc 7:24

Jezus tot het volk

Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet, dat door de wind wordt bewogen? Neen; wat zijt gij gaan zien? Een mens, in zachte kleren gedost? Zie, die in zachte kleren gedost gaan, zijn in de paleizen der koningen. Waarom zijt ge dan uitgelopen? Om een profeet te zien? Ja, zeg Ik u, en meer dan een profeet. Hij is het, van wien geschreven staat: “Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, Die U de weg zal bereiden.” Voorwaar, Ik zeg u: Onder de kinderen der vrouwen is er geen opgestaan, die groter was dan Johannes de Doper; toch is de kleinste in het rijk der hemelen groter dan hij. Van de dagen van Johannes den Doper tot heden toe wordt het rijk der hemelen met geweld bestormd, en de bestormers nemen het weg. Alle profeten en de Wet, tot Johannes toe, hebben het voorzegd; en zo gij het wilt verstaan: hijzelf is de Elias, die komen moet. Wie oren heeft om te horen, hij hore. Doch waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de markt zitten, en hun makkers toeroepen: We hebben voor u op de fluit gespeeld, En gij hebt niet gedanst; We hebben een treurlied gezongen, En gij hebt niet geschreid. Want Johannes kwam; hij at noch dronk, en ze zeggen: Hij is van den duivel bezeten. De Mensenzoon kwam; Hij at en dronk, en ze zeggen: Ziet wat een gulzigaard, wat een wijndrinker, wat een vriend van tollenaars en zondaars. Maar de wijsheid wordt door haar werken gerechtvaardigd.

Mt 11:7-19

Life of John the Baptist, dome mosaic c.1240-1310, Baptistery of St. John, Florence.

A.M.D.G.
www.gelovenleren.net

Download dit toneel of andere toneeltjes in PDF-formaat:

De leerlingen van Johannes

Synopsis van verhalen over Johannes de Doper en zijn leerlingen in toneelvorm  

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *