Een vaardigheid om God te ontmoeten

Ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen alle soorten vaardigheden meester worden. Op school leren ze rekenen, schrijven, de wereld kennen, nieuwe talen. Op de muziekschool leren ze noten lezen en een instrument spelen. Op de sportclub leren ze de technieken en taktieken van een spel of een of andere vorm van lichaamsbeheersing. Daaraan wordt gewerkt volgens vaste uurroosters en thuis moet er dagelijks geoefend worden. Er worden concrete verwachtingen gesteld en het resultaat is niet vrijblijvend, zelfs niet voor de facultatieve engagementen. Ouders worden ondersteund door een overheid, die de grote brok van het onderwijs als verplichting oplegt en scholen bekostigt en sportclubs subsidieert waarnaar de ouders de vorming van hun kinderen kunnen delegeren. “Delegeren”, want de eindverantwoordelijkheid voor opvoeding en vorming ligt niet bij de school, maar bij de ouders. Die nemen er daarom nog de dagelijkse weerstand bij om huiswerk te maken, om vijf minuutjes muziek te oefenen, om taxi te spelen naar de sportclubs, enz. En als dat allemaal achter de rug is…, is de dagtaak afgerond. Het werk van Martha is gedaan, en ze is tevreden.

Maria laat haar werk liggen om naar Jezus te luisteren

Maar zijn we dan in dat lange lijstje van vaardigheden echt niks vergeten? Ik denk van wel: geloof. Maria is nog niet aan haar trekken gekomen. Zij wil nog naar Jezus luisteren!

Geloven moet je immers ook leren. Net als rekenen, schrijven, sporten, muziek, tekenen, en al die andere vaardigheden. Het is zeker niet alleen theoretische kennis, want het is even belangrijk dat je het oefent, in catechese en gebed. En er worden ook concrete verwachtingen aan gekoppeld, want je kind moet zijn eerste communie kunnen doen en haar vormsel kunnen ontvangen. Reden genoeg om aan het werk te gaan, want het delegeren naar school en parochie is niet voldoende! Die kunnen wel een aanzet geven, maar het oefenen moet je thuis (of in de kerk) doen. Net als ouders die thuis zelf zingen of musiceren al de helft van de muziekopvoeding van hun kinderen hebben gedaan en ouders die zelfs sporten hun kinderen daar ook gemakkelijker toe aanzetten, hebben ouders die thuis zelf bidden en een actief sacramenteel leven hebben en hun kinderen daarin betrekken, het grootste deel van de geloofsopvoeding als vanzelf volbracht.

Gebed en catechese horen (vooral) thuis een vaste plaats te krijgen, naast al die andere vaardigheidsoefeningen, en je hoeft ze niet met vrees of schroom of terughoudendheid te benaderen of aan te bieden zonder verdere concrete verwachtingen te stellen. Het is een vaardigheid die (minstens) evenwaardig is aan al die andere, en die (minstens) dezelfde eisen stelt om ze te verwerven.

Belangrijk is een goeie omgeving te zoeken. Je huiswerk maak je niet in de luie stoel, daarvoor zit je aan tafel of beter nog aan een bureau. Je viool speel je niet op een keukenstoel als in de woonkamer de tv schalt, daarvoor sta je recht en vraag je stilte. Sporten doe je niet in de schooluniform, daarvoor heb je sportkleren. Voor bidden is er ook een inkleding die helpt om het efficiënter te laten verlopen, een eerbiedige houding, een kruisbeeld of een mariabeeldje of een prent, een kaarjse of gedempt licht, een kruisteken voor en na, allemaal dingen die helpen.

Geloof is dus net als al die andere vaardigheden, en als je je er niet op dezelfde manier voor engageert, zal het ook nooit veel worden. Maar anderzijds is geloof ook heel verschillend. Voor school, muziek en sport krijg je na verloop van tijd (hopelijk) diploma’s en promoties. Dan kan je zeggen: ik ben er, ik heb het gehaald! Dat heb je met geloof niet, want de weg naar het ‘diploma’, de heiliging, duurt levenslang. Je zou zeggen: oh, dan hebben we een zee van tijd! Maar Jezus houdt ons voor om altijd gereed te staan. Je zou dan zeggen: oh, maar ik heb vandaag toch voor iedereen klaargestaan, ik ben tegenover iedereen lief geweest en ik heb de anderen nog geholpen ook, dus dan heb ik toch genoeg gedaan! Maar zelfs Jezus ging niet weldoende rond zonder zich regelmatig af te zonderen voor gebed.

Daarom vind ik het raar, dat vanuit de kerkelijke gemeenschap ouders nauwelijks ondersteuning, laat staan aansporing ontvangen om hiermee concreet aan de slag te gaan. Kinderbijbels zijn er genoeg, maar na een tijdje heb je die ook gezien. Gebedenboekjes zijn er ook genoeg, misschien wel teveel, want gebed is juist gebaat bij soberheid en herhaling, dus met enkele vertrouwde gebeden kom je al toe. Catechetisch materiaal dat het niveau van het thematische knutselboek overstijgt is echter zeldzaam. Materiaal dat elementen uit de traditie verwerkt, uit de liturgie, uit het getijdengebed, uit heiligenlevens, uit de spiritualiteit van het innerlijk leven… is onbestaande of heel ver te zoeken.

In geloof wordt de lat voor kinderen steevast veel te laag gelegd, veel lager dan het niveau van de uitdagingen die kinderen krijgen op school en in hun andere engagementen. Is het nog altijd die angst voor een gemythologiseerd spookbeeld van de geloofsopvoeding in de tijd van onze grootouders, die ons ervan weerhoudt om van geloofsopvoeding een beetje uitdaging te laten uitgaan? Dat was een weinig benijdenswaardige ‘hoogepunt van het rijke roomse leven’, wanneer door overinstitutionalisering van het geloofsonderricht, ouders met blind vertrouwen heel de geloofsopvoeding hebben gedelegeerd en daarna zelf de interesse zijn verloren (iets wat op dit ogenblik ook met de opvoeding in het algemeen aan het gebeuren is! De gevolgen zullen navenant zijn, maar dat is een andere discussie).

Of moeten we er dan toch van uitgaan dat geloof geen vaardigheid is die je kan oefenen en dat het helemaal vanzelf komt, terend op enkele zoetsappige verhaaltjes en wachtend op ‘de jaren van verstand’? Het kan natuurlijk, maar waarom dit de geëigende systematiek moet zijn, dat heeft nog niemand me kunnen uitleggen…

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *