Gewijde nevenbestemming

Deze week las ik het bericht dat in Nederland de pastoor van de Utrechtse Willibrorduskerk weigert nog langer de mis op te dragen in die kerk, omdat die buiten zijn wil om ontwijd werd. De kerk is geen eigendom van de parochie en werd door de eigenaar verhuurd voor de uitvoering van het toneelstuk ‘De Uitvaart’ waarvan de enscenering neerkwam op een nauwgezette parafrase van de katholieke begrafenisliturgie om ‘vergane ideeen’ ten grave te dragen. Inhoudelijk een sterk stukje kritiek op de tijdsgeest, professioneel uitgevoerd, en voor de verzamelaars: er was een hele reeks leuke overlijdensberichten beschikbaar 🙂

Toch enkele bedenkingen, wat had u gedacht?

Voor de gelovige

Ten eerste mag dit een leermomentje zijn voor veel gelovigen die niet eens beseffen dat een kerkgebouw omwille van zijn gewijd karakter bijzonder respect verdient, ook buiten de uren van de eredienst. Ik ben bang dat niet weinig gelovigen die elke zondag trouw naar de kerk komen voor een gezellige dienst en koffie toe er niets van zouden begrijpen, zelfs verontwaardigd zouden zijn, als hun pastoor plots weigert de kerk te gebruiken omdat er in de loop van de week een of ander toneelstuk is opgevoerd. Of zeg ik nu net hetzelfde als wat het toneel bedoelde, dat de sakraliteit van een kerkgebouw een van die vergane ideeen is waarvoor een eervol requiem gepast is?

Voor de kerkelijke overheid

Ook is het een belangrijk precedent om in het achterhoofd te houden wanneer beslissingen worden genomen omtrent gedeeltelijke herbestemming of ‘nevenbestemming’ van kerkgebouwen, een scenario dat snel en enthousiast naar voor wordt geschoven in discussies over de toekomst van onze kerkgebouwen. Parochiegemeenschappen worden te klein om het onderhoud van de kerk te bolwerken en gemeentebesturen beginnen zich vragen te stellen bij het nut van een kerk die handenvol geld kost en nauwelijk gebruikt wordt. Verkoop of sloop is dan weer net een stap te ver en dus zoekt men tussenwegen.

Bisdommen hebben in Vlaanderen de gewoonte de lokale gemeenschappen de vrije teugels te laten. Of dat is uit respect voor de dynamiek van de lokale gemeenschap, dan wel uit weerwil of onmacht om rechtmatig gezag uit te oefenen, laat ik in het midden, maar zelfs de beste bedoelingen moeten worden getoetst aan de finale functie van onze kerkelijke infrastructuur: een plaats te zijn waar God woont. Gemakkelijk zal het niet zijn, want de grens tussen kunst en blasfemie is soms vaag, en de vraag zal rijzen of de kerk zich met dit voorbehoud wel genoeg openstelt voor de ganse samenleving…

Voor de ongelovige

Mijn derde en laatste reactie is blijdschap. Ik ben verheugd dat zo’n theatermaker ook vandaag nog teruggrijpt naar de katholieke begrafenisliturgie om zijn ideeen in beeld te brengen. Niet alleen omdat daarmee wordt aangetoond dat die nog steeds relevant zijn, maar vooral omdat de uitvoering van zo’n werk ook een evangeliserend effect kan hebben. Afgaande op enkele gepubliceerde foto’s lijkt me de zorg voor de ‘liturgische’ uitvoering heel wat hoogstaander dan wat je in de gemiddelde parochie zult aantreffen. Daardoor worden mensen geraakt! Ik kan zelf getuigen hoe mijn geloof gegroeid is, niet door de ‘eigentijdse’ liturgie in de eigen parochie, niet door de omgang met gelovige ‘peers’ op mijn katholieke school, maar wel door kleine sprankeltjes katholiek erfgoed, vormen en beelden her en der opgepikt uit wat er al niet aan populaire cultuur op je afkomt, maar die me genoeg intrigeerden om stilletjes op zoek te gaan naar het geloof vanwaaruit ze voortkwamen en wat ze echt betekenden.

Als een onbevangen ongelovige, zonder vooroordelen over de kerk, zo’n toneelstuk zou bijwonen, zou dat een eerste stap kunnen zijn om te gaan onderzoeken waar al die symboliek vandaan komt en zou hij dat geloof best wel eens kunnen gaan apprecieren.

En dat het stuk beter niet uitgevoerd werd in een gewijde kerk, zou daarin geen verschil maken, maar zou hij later wel inzien…

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *