Het Lijdensverhaal van Jezus – V – Jezus voor Pilatus, de bespotting en de kruisiging

Synopsis van het lijdensverhaal in toneelvorm

VIJFDE BEDRIJF

6  rollen met tekst

Pilatus – Hogepriesters – Jezus – Joden – Soldaten – Pilatus’ vrouw

 

 figuranten

Meer Joden en soldaten – Simon van Cyrene

 

 locatie

Voor het pretorium

 

De volgende ochtend vroeg nemen alle hogepriesters met de oudsten van het volk het besluit Jezus ter dood te brengen. Ze staan allen op en leiden hem voor aan Pilatus.

Mt 27:1, Lc 23:1

Pilatus

Waarvan beschuldigt u deze man?

Joh 18:29

Hogepriesters

We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.

Lc 23:2

Pilatus

Waarom antwoordt u niet? U hoort toch waar ze u allemaal van beschuldigen?

Mc 15:4

Jezus zegt niets, tot verwondering van Pilatus.

Mc 15:5

Pilatus

Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.

Joh 18:31

Hogepriesters

Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.

Joh 18:31

Pilatus gaat het pretorium weer in. Hij laat Jezus bij zicht komen.

Joh 18:33

 locatie

In het pretorium

 

Pilatus

Bent u de koning van de Joden?

Lc 23:3

Jezus

Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?

Joh 18:34

Pilatus

Ik ben toch geen Jood. Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?

Joh 18:35

Jezus

Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.

Joh 18:36

Pilatus

U bent dus koning?

Joh 18:37

Kruiswegstatie 2 (Carel Bruens, 2004, Kerk te ’s Gravensande, © Carel Bruens)

Jezus

U zegt dat ik koning ben. Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.

Joh 18:37

Pilatus

Maar wat is waarheid?

Joh 18:38

Pilatus gaat weer naar de Joden buiten.

Joh 18:38

 

Voor het pretorium

 

Pilatus

Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.

Lc 23:4

Hogepriesters

In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!

Lc 23:5

Pilatus

U komt uit Galilea? Dan valt u onder de bevoegdheid van landvoogd Herodes!

Lc 23:6

 

In het paleis van Herodes

 

Herodes is blij Jezus te zien omdat hij al veel over hem heeft horen vertellen. Hij ondervraagt Jezus en hoopt dat Hij een wonder zou doen. Omdat Jezus zwijgt en de hogepriesters en schriftgeleerden Hem blijven beschuldigen, beginnen Herodes’ soldaten Hem te bespotten en met een pronkgewaad om sturen ze Hem terug naar Pilatus.

Lc 23:8-11

 

Voor het pretorium

 

Pilatus

U hebt die man voor mij gebracht als iemand die het volk van het rechte pad afbrengt, maar u weet dat ik hem, toen ik hem in uw bijzijn verhoorde, aan geen van de zaken waarvan u hem beticht schuldig heb bevonden. En Herodes evenmin, hij heeft hem immers naar ons teruggestuurd; hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen. Het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat. Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?

Lc 23:14-16, Joh 18:39, Mt 27:17

Joden

Hem niet, maar Barabbas!

Joh 18:40

Pilatus

Wat wilt u dan dat ik doe met die man die u de koning van de Joden noemt?

Mc 15:12

Joden

Kruisig hem!

Mc 15:13

Pilatus

Wat voor kwaad heeft die man dan gedaan? Ik heb niets gevonden waarvoor hij de doodstraf verdient. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.

Lc 23:22

Joden

Aan het kruis met hem!

Mt 27:23

 

In het pretorium

 

Pilatus’ soldaten geselen Jezus. Ze vlechten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en doen hem een purperen mantel aan.

Joh 19:1

Soldaten

Leve de koning van de Joden!

Joh 19:3

Jesus Mocked by Soldiers (Edouard Manet, 1865, Art Institute, Chicago)

 

Voor het pretorium

 

Pilatus

Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.

Joh 19:4

Jezus komt naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan.

Joh 19:5

Pilatus

Hier is hij, de mens.

Joh 19:5

Hogepriesters

Kruisig hem, kruisig hem!

Joh 19:6

Pilatus

Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.

Joh 19:6

Hogepriesters

Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.

Joh 19:7

Pilatus gaat het pretorium weer binnen, met Jezus.

Joh 19:9

 

In het pretorium

 

Pilatus

Waar komt u vandaan?

Joh 19:9

Jezus geeft geen antwoord

Joh 19:9

Pilatus

Waarom zegt u niets tegen mij? Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?

Joh 19:10

Jezus

De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.

Joh 19:11

Pilatus’ vrouw

Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.

Mt 27:19

 

Voor het pretorium

 

Pilatus laat water brengen en wast ten overstaan van de menigte zijn handen.

Mt 27:24

Pilatus

Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.

Mt 27:24

Hogepriesters

Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen! Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.

Mt 27:25, Joh 19:12

Pilatus laat Jezus naar buiten brengen en neemt plaats op de rechterstoel.

Joh 19:13

Pilatus

Hier is hij, uw koning.

Joh 19:14

Joden

Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!

Joh 19:15

Pilatus

Moet ik uw koning kruisigen?

Joh 19:15

Hogepriesters

Wij hebben geen andere koning dan de keizer!

Joh 19:15

Pilatus

Kruisig hem en laat Barrabas vrij…

Joh 19:16, Mc 15:15

 

Onderweg naar Golgotha

 

Jezus wordt weggeleid en de soldaten houden een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze leggen het kruis op zijn rug en laten het hem achter Jezus aan dragen. Een grote volksmenigte volgt Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst slagen en over hem weeklagen.

Lc 23:26-27

Jezus

Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen, want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.” Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: “Val op ons neer!” en tegen de heuvels: “Bedek ons!” Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?

Lc 23:28-31

 

Op Golgotha

 

Ze brengen Jezus naar Golgota, wat in onze taal ‘schedelplaats’ betekent. Ze willen hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij neemt die niet aan. Ze kruisigen hem en verdelen zijn kleren onder elkaar; ze dobbelen erom wie wat zal krijgen. Het is in het derde uur na zonsopgang wanneer ze hem kruisigen.

Mc 15:22-25

Jezus

Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.

Lc 23:34

Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd wordt. Er staat op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’.

Joh 19:19

Hogepriesters

U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.

Joh 19:21-22

Pilatus

Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.

Joh 19:22

La Passion du Christ: Cruxifixion (Bernard Buffet, 1951, Vatican Museum)

 

MEER BIJBELTONEEL

A.M.D.G.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *