Kerkfabriek voor nieuwe evangelisering

Extract uit de conclusie van de Europese Raad van Bisschoppen na een recente bijeenkomst:

Through their baptism, all believers are called to take part in the new evangelization: families; young people who are generally the most open to being missionaries; but also parishes, the movements, and new communities. Places of catechesis and Catholic schools must also be and become ever more places of evangelization. Finally, the sacraments are the privileged place of establishing this new evangelization.

Even de polen van evangelisering opgesomd in het Nederlands:

  1. gezinnen
  2. jongeren
  3. parochies
  4. katholieke bewegingen
  5. nieuwe gemeenschappen
  6. catecheseles
  7. katholieke scholen
  8. sacramenten, met stip (‘priviledged’)

Gisteren was ik als penningmeester van de kerkfabriek (tegenwoordig: kerkraad) van onze parochie aanwezig op een informatiesessie georganiseerd door het bisdom Antwerpen, als reactie op een brief van de minister van binnenlands bestuur. In Belgie is de overheid wettelijk verplicht de kerken te onderhouden, maar vanaf 2013 zal die dat enkel nog doen als kan worden aangetoond dat die kerk daadwerkelijk wordt gebruikt. Niet onterecht, lijkt me: met overheidsgeld moet niet worden ‘gesmost’, ook al geldt het onderhoud als tegemoetkoming aan de confiscatie van alle kerkelijke eigendom door de negentiende-eeuwse Franse bezetter.

Hoewel het natuurlijk belangrijk is dat de kerk zichtbaar en in dienstbetoon aanwezig is, zelfs in de kleinste gemeenschappen, lijkt die aanwezigheid me slechts zinvol indien ze de acht bovenstaande bronnen van evangelisatie kan aanboren. Geen woord echter hoorde ik daarover, zelfs niet toen onze bisschop aan het woord kwam.

Speelt een mooi onderhouden kerkgebouw nog enige rol van betekenis in de nieuwe evangelisering als het ternauwernood kan plaats bieden aan een occasionele eucharistieviering, verder opgevuld door gebedsdiensten en amechtige pogingen een grijze gemeenschap bijeen te houden? Ik denk het niet.

Ik hoorde een getuigenis van diocesaan immobilisme gedreven door materialisme en veel blah-blah over de rol van de lokale gemeenschappen en zelfs over de ecologische voetafdruk van een schaars bevolkte kerk.

Had ik liever een bisschop gehoord die, in aanwezigheid van de kabinetschef van de minister, kwam zeggen: “jongens, als jullie kerk geen plaats kan bieden aan jonge gezinnen en hen gedegen catechese kan aanbieden, als jullie gemeenschapsleven buiten de uren van de eucharistie dood is, als jullie geen volledig aanbod van sacramenten kunnen aanbieden, spaar dan jullie moeite, sluit de boel en verkas naar een plaats waar dat wel kan”?

Ja, ik denk het eigenlijk wel.

Tegenwoordig draait alles rond sensibilisering. De eerste sensibiliseringscampagne die de kerk moet opzetten is er een die duidelijk maakt dat geloofsopvoeding niet gebeurt door kinderen naar een katholieke school te sturen en occasioneel in parochieverband aan sacramenten te laten deelnemen. Katholiek gezinsleven staat bovenaan in het lijstje, niet toevallig, en is primordiaal. Samen dagelijks bidden, wekelijks naar de kerk gaan om er de mis bij te wonen en catechese te krijgen, dat zijn de sluitstenen voor de kathedralen van de toekomst. Dat is onze kerk, en die wordt niet door de minister rechtgehouden!

Deze polen moet de kerk actief ondersteunen, en dat kan ze alleen als de structuren hierop worden afgestemd. Parochierhervormingen moeten nieuwe parochies opleveren die zich maximaal ten dienste kunnen stellen van de nieuwe evangelisering. Een parochie is in die context zinloos als ze geen levenskrachtige groep gezinnen omsluit. En als parochies dat niet kunnen, moeten de religieueze gemeenschappen die zich met evangelisering bezighouden, nieuw of oud, ingebed worden in dit aanbod. Nu staan zij vaak aan de kantlijn en worden ze vanuit de bisdommen stiefmoederlijk behandeld.

Wie actief wil geloven en deel uitmaken van de kerk is vandaag verplicht te pendelen tussen die ene kerk in de wijde omgeving waar respect voor de liturgie heerst, een abdij waar gezinsdagen worden gehouden, een religieuze gemeenschap of persoonlijke prelatuur die bezinningen organiseert, een oude priester die ergens ten velde de biecht hoort, en verder is men op zichzef aangewezen om op zoek te gaan naar bronnen van geloof in boeken bij obscure uitgeverijen (of antiquariaat), tijdschriften die zelden in de kerk worden gepromoot en allerhande internetbronnen en materiaal dat men via zijn persoonlijk netwerk verzamelt.

Hoeveel gelovigen die wel zoeken, maar niet vertrouwd zijn met dit zeer wijdse, maar veelal onzichtbare spectrum van geloofsbronnen, of die geen deel uitmaken van een katholiek netwerk, blijven niet op hun honger zitten, kniezend in of gedesillusioneerd wegblijvend uit hun wegkwijnende, maar mooi gerestaureerde parochiekerk? Als het enigszins kan, moeten ook de bisdommen hun hervormingsplannen radicaal afstemmen op een geografisch beperkt maar inhoudelijk integraal aanbod voor gelovige gezinnen. Ik verwacht een strategische visie over de toekomst van mijn kerk van mijn bisschop, niet van mijn gemeentebestuur.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *