Nederigheid

Een belangrijke boodschap die het Kerstfeest uitdraagt, is de oproep tot vrede. Maar vrede schenkt God niet zomaar! Hij schenkt het aan ‘mensen met een goede wil’ (*) , zoals de hemelse engelenschare uitjubelt.

Wat is nu ‘een goede wil’ hebben? Daarvoor moeten we geheel van het kerstverhaal tot ons laten doordringen. Daarin is nederigheid het sleutelthema.

Enkele voorbeelden… Maria stelt zich nederig op, als de engel Gabriël haar bezoekt (Lc 1,28-38). Ook Jozef stelt zich nederig op als hij van de engel te horen krijgt dat het kind dat Maria draagt, de mensheid redding zal brengen (Mt 1,19-21). En hoe nederig stelt God Zich Zelf niet op, wanneer Hij als weerloos kind ter wereld komt en te slapen wordt gelegd in een voederbak? (Lc 2,6-7).

Ook buiten het kerstverhaal zijn de voorbeelden legio… Tijdens zijn leven maakt Jezus regelmatig duidelijk hoe de geboden van God verbonden zijn aan nederigheid. Lees er de bergrede op na (Mt 5,1-12), of de tempelverhalen over de arme weduwe (Lc 21,1-4) en over de farizeëer en de tollenaar (Lc 18,9-14). Herhaaldelijk vertelt Jezus verhalen, die worden beëindigd met de woorden ‘wie zich verheft, zal vernederd worden, maar wie zich vernedert, zal verheven worden’. Dat herhaalt ook Petrus in zijn eerste brief (1 Pe 5,5-7):

Allen moeten zich in de omgang met elkaar laten leiden door nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade. Buig u dan nederig onder de sterke hand van God: Hij zal u te zijner tijd omhoog heffen. Leg al uw zorgen bij Hem neer, want Hij heeft hart voor u.

Als Zijn einde nadert, stelt Jezus zich ten laatste male nederig op, in Zijn gebed tot de Vader, dat wij ook vaak mogen bidden, zeggende: ‘niet mijn wil, maar Uw wil geschiede’.

Wat is dat nu, nederig zijn? Aan de farizeeën heeft Jezus eens gezegd: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Mt 22,37-39). Veel van wat Jezus ons opdraagt, moet in eerste instantie begrepen worden in relatie tot God, en in tweede instantie in relatie tot onze medemensen, en het volle begrip sluit beide perspectieven in. Zo moeten we ook het begrip ‘nederigheid’ benaderen. Willen we nederig zijn, moeten we ons eerst afvragen hoe we God ter wille kunnen zijn en vervolgens hoe we onze medemensen ter wille kunnen zijn. Dat moeten we dan toetsen aan onze eigen wil. Als we kunnen, moeten we anderen trachten ter wille te zijn, en alleen al daardoor zijn we ook God terwille.

Nederigheid is echter geen slaafsheid. Gods wil is en blijft het kompas waaraan we de richting van onze wil moeten ijken (het eerste gebod!). We mogen onze medemensen niet ter wille zijn als dat zou indruisen tegen de wil van God. Hoe christelijke strijdbaarheid vormt krijgt, is echter een heel andere discussie. Dan moeten we het hebben over de woedende Christus en over de vervolgde christenen…

Hoewel het woord alsdusdanig in de bijbel slechts zelden wordt gebruikt, is ‘nederigheid’ een belangrijk thema in het kerstverhaal en in het ganse Evangelie van Christus. Het mag beschouwd worden als de grondslag van ‘een goede wil’ en daarmee de grondslag van de vrede van God.


(*) Lc 2,14 In moderne vertalingen leest men “mensen die Hij liefheeft”. Dit wijkt af van de Latijnse Vulgaattekst “hominibus bonae voluntatis”, maar zou beter aansluiten bij de oorspronkelijke Griekse teksten. Ergens las ik echter dat dit taalkundig nog niet zo zuiver op de graat is, en dat de Latijnse versie wel degelijk semantisch in lijn is met de Griekse bronnen. De moderne vertaling zou terug te voeren zijn op Luther, die de gedachte van de vrije menselijke wil niet zou smaken… Ik sluit me tot nader order aan bij de Vulgaat.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Een mening over “1$s”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *