Positieve bijbellezing

Ik ga een artikeltje plegen dat wellicht hopeloos ongefundeerd is, maar als de lezer me dat euvel duidt, kan hij hier al afhaken. Het is een nabeschouwing op dit artikel over de historiciteit van het johannesevangelie, van een auteur die niet van enig fundamentalisme hoeft verdacht te worden (maar evengoed op dit en dit en dit en dit).

Rara, wie ben ik? De auteur van het boek Openbaring op Patmos (Jeroen Bosch, 1489)

Niet dat het tegenwoordig nog zo’n hot topic is, want ik heb de indruk dat Etienne Vermeersch nog zowat de enige is die aan de bak geraakt met zijn verhaal over de ‘historisch Jezus’ (in vrijzinnig Vlaanderen dan nog), maar toch kan ik me niet van het gevoel ontdoen dat in Vlaanderen zelfs tot in de kringen van gelovigen nog steeds een schaamte heerst om de bijbel onbevangen te lezen als een werkelijk en waarachtig relaas over de persoon die niemand minder is dan de zoon van God, onze verlosser. Misschien is mijn gevoel onterecht, maar waarom, zo vraag ik me dan af, lees ik artikels zoals hierboven aangehaald dan niet in mijn moedertaal?

De reden waarom ik ervan hou de Heilige Schrift te lezen is simpel: er staat nu eenmaal vanalles in te lezen staat over Jezus Christus, wiens belang voor ons leven niet te onderschatten is. Het verhaal van zijn leven, sterven en verrijzen is kernpunt van ons geloof. Ik heb echter een broertje dood aan doorgeschoten ‘historisch-kritisch’ bijbelonderzoek. Misschien is mijn oordeel te snel, maar ik heb de indruk dat de uitkomst van dit onderzoek op voorhand bepaald is: “je moet hetgeen in de bijbel staat niet letterlijk lezen, maar wel als een verhaal dat individuele evangelisten schrijven, vanuit hun eigen geloof en voor een specifiek publiek”, of net iets bondiger: “wat de bijbel over Jezus zegt, is voor het grootste deel overdrachtelijk en voer voor interpretatie”. En de argumenten die je hiervoor kan aandragen doen er niet zozeer toe, zolang de uitkomst maar dezelfde is.

Neem nu bijvoorbeeld Johannes, waarover bovenvermeld artikel handelt. Volgens de traditionele heiligenleer is de evangelist Johannes dezelfde als de apostel Johannes, de ‘geliefde leerling’ van Jezus. Oei!, een probleem, want vandaag is het onder bijbelkenners een geloofspunt dat de auteur (of auteurs) van het Johannesevangelie en de apostel Johannes niet dezelfde zijn. Ook is vastgesteld dat dit evangelie (veel) later is geschreven dan de drie andere evangelies. Daarmee kan ik nog leven, hoewel ik nog geen onomstotelijk bewijs gezien heb. Maar zonder slag of stoot volgt uit die bevindingen dat de historiciteit van het johannesevangelie in twijfel moet worden getrokken.

Omdat de auteur geen apostel is en niet even dicht bij Jezus stond, is het daarom minder waar? Misschien is iemand die wat verder van Jezus staat wel minder geneigd om de waarheid naar de hand te zetten! Omdat de tekst later is geschreven dan andere teksten is hij minder waar? Misschien was het wel juist de motivatie van de auteur om onvolledigheden of onjuistheden in de andere teksten recht te zetten, gefundeerd op eigen bronnen! Tal van concrete persoonlijke en chronologische details in het johannesevangelie doen alvast nadenken over de typering als zou dit evangelie uitsluitend een ‘poetisch en theologisch’ karakter hebben, een mooie manier om te zeggen dat de verhalen historisch onwaar zijn!

Ik ga hier de zaak niet maken van de bijbelgeleerden, maar als gelovige kan ik niet volgen in hun vooringenomen denktrant en kan ik niet anders dan de bijbel lezen in vol vertrouwen dat de evangelisten de bedoeling hadden een historisch juist en relevant verhaal te schrijven. Hoe kunnen de evangelies immers bijdragen tot mijn geloof in de waarheid, als ik ze eerst moet onderwerpen aan willekeurige interpretaties? Ik hou dan ook veel van de manier waarop paus Benedictus XVI de bijbel benaderde in zijn Jezus-trilogie: een oefening om de heilige Schrift te waarderen, niet door elk evangelie afzonderlijk te benaderen als een absoluut geloofsboek, wat rationeel onmogelijk is, maar door een historisch-kritische interpretatie toe te passen op de gezamenlijke evangelies, die intentioneel constructief is, eerder dan destructief, want dat is een verwijt dat ik de hedendaagse mainstream theologen durf maken, die nog altijd veel te veel bezig zijn met zichzelf te bewijzen in de strijd tegen spoken uit een verleden, dat mijn generatie al lang niet meer raakt. Zij lezen niet vanuit geloof, maar ondergraven hun eigen geloof door de bijbel als enige rationele, historische bron ervan te zien, of erger nog: zij proberen zich te profileren door middel van theorieen die aandacht krijgen juist omdat ze het geloof ondergraven.

Draai het of keer het, maar daar wringt het schoentje. De bijbel an sich is niet de enige bron van ons geloof. De katholiek kerk benoemt heel juist de apostolische traditie als voornaamste en vroegste bron, waarvan de bijbel een belangrijk en later deel uitmaakt, en daarop berust ons geloof. Niet op wetenschappelijke, ontegensprekelijke, schriftelijke bewijzen, maar vertrouwend op mensen, en op de Heilige Geest die in hen werkt.

Morgen zullen we in de kerk weer het lijdensverhaal te horen krijgen, dit jaar volgens Matteus, en elk jaar opnieuw ben ik teleurgesteld omdat de evangelist van dienst bepaalde stukken uit het lijdensverhaal vergeet te vertellen, die wel bij de andere evangelisten aan bod komen, maar ik kan mijn hart nu al ophalen aan de wetenschap dat we die details dan volgend jaar wel zullen horen! De Goede Week, met haar lange schriftlezingen, is het moment bij uitstek om te beginnen met een positieve bijbellezing, en om afstand te nemen van de ergernis en verwarring die gezaaid wordt door de vier evangelies tegen mekaar op te stellen.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *