Simpele dienstmaagd

Simpele dienstmaagd

In onze kerk werd vorige zondag Lichtmis gevierd, en lazen we dus de lofzang van Simeon. Niet alleen Simeons lofzang, maar ook zijn waarschuwingen aan het adres van Maria, optioneel in het lectionarium, werden gelezen. Eigenlijk hoort die lezing natuurlijk op twee februari thuis, en staan voor de vierde zondag door het jaar de Zaligsprekingen op de leestabel. Het zette me op weg naar een beschouwing over Maria.

De aanleiding is echter een discussie over deze cartoon in het tijdschrift van het  Vlaams Ministerie van Onderwijs, waarin het kindje Jezus en Maria worden betrokken in een grapje over gelijke-kansenonderwijs.
Heel respectvol is het natuurlijk niet, omdat het grapje duidelijk insinueert dat het met het IQ van Onze Lieve Vrouw zo erg is gesteld, dat haar (onmondig?) kindje haar moet patroneren. Het brengt echter niets op zich al te snel op stang te laten jagen, dus heb ik de cartoon eens van een andere kant bekeken. Dan blijkt snel dat de opgezette scène eigenlijk helemaal niet zo vergezocht is. Welke woorden immers zijn ons overgeleverd, die Jezus tot Zijn moeder richt?

  • Wanneer Jezus als twaalfjarige in de tempel achterblijft, vermaant Hij zijn ouders: “Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?” (Lc 2,49)
  • Wanneer Maria op de bruiloft van Kana Jezus vraagt iets aan het wijntekort te doen, vermaant hij haar nog scherper: “Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.” (Joh 2,4)
  • Jezus richt aan het kruis zijn laatste woorden tot zijn moeder: “Vrouw, daar is nu je zoon.” (Joh 19,26) om daarmee de zorg over haar te verzekeren, want “Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.” (Joh 19,27)

Het is niet bepaald zo dat Jezus zijn moeder veel egards geeft omwille van haar intellect of zelfredzaamheid, meer nog: de teneur van de bijbelcitaten ligt helemaal niet zo ver af van de teneur die in de cartoon wordt weergegeven – of dat ook de bedoeling van de cartoonist is, laat ik buiten beschouwing.

Hoe brengt me dat nu tot de lezingen van de vierde zondag en van het feest van Lichtmis?

In de zaligsprekingen lijkt het wel alsof Jezus Zijn eigen moeder als model heeft genomen. Is zij immers niet zachtmoedig, barmhartig en zuiver van hart? Heeft zij niet altijd vrede gebracht? Heeft zij niet vaak getreurd en heeft zij niet gedorst naar gerechtigheid wanneer zij haar Zoon ter zijde stond in een stortvloed van vervolging en kwaadsprekerij? En ja, was zij het dan ook niet die Jezus voor ogen had wanneer Hij het Rijk der hemelen belooft aan de ‘armen van geest’? Aan Maria had God zoveel geopenbaard, maar al die kennis ‘bewaarde ze in haar hart’. Maria speelt in de openbaring een cruciale rol, als moeder van God, maar verkondigen doet ze niet. Zij heeft de wijsheid niet in pacht gekregen, maar toch is zij de ‘sedes sapientiae’.

Zoals alleen moeders dat kunnen, heeft Maria deelgenomen aan het lijden van Christus en Zijn kerk, zoals Jezus het reeds in de zaligsprekingen reeds afbeeldt. Dat lijden droeg Maria reeds lang mee in haar hart, want het was haar voorspeld door Simeon, zoals we lezen in het Lichtmisevangelie: “ook door uw ziel zal een zwaard gaan” (Lc 2,35).

Simeons beeld van het zwaard komt terug in de traditionele beelden van de zeven weeën van Maria, of de ‘Mater dolorosa’: een merkwaardig tafereel waarin de treurende maagd met zeven zwaarden in het hart doorboord is.

Vaak wordt dit beeld in schilderijen dan omringd door de zeven taferelen die de smarten van Maria afbeelden, waarvan de opdracht in de tempel de eerste is. De traditie is op dat vlak heel prikkelend, want de opdracht in de tempel geldt tegelijk als een van de blijde geheimen van de rozenkrans, en als een van de smarten van Maria. Het is Maria die zich in het oog van de storm bevindt, als haar wordt geopenbaard dat haar zoon de Messias is, maar dat zij juist daarom veel zal moeten doorstaan.

De belofte in de zaligsprekingen gestand, is het dus Maria die zich in de hemel aan de zijde van Gods troon bevindt en op wiens voorspraak we bij uitstek in ons gebed beroep mogen doen. De zaligsprekingen, die Maria op het lijf zijn geschreven, leiden ons op de weg naar de zaligheid, voorgegaan door Maria.

Officieel heet het feest van Maria-lichtmis tegenwoordig ‘Opdracht van de Heer in de tempel’, omdat Mariaverering Christus niet in de schaduw mag stellen (of omdat Mariaverering geen algemeen christelijk verschijnsel is?), maar alles wijst erop dat het op deze dag Maria is die ons de weg naar Jezus toont. Of Jezus, die ons via Maria de weg naar het Rijk der hemelen toont, da’s maar hoe je het bekijkt.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *