Vervulling van de liberale wet

Lezers weten dat ik regelmatig in Grossouws “Innerlijk leven” lees, en met Pinksteren was er weer een stukje dat me trof:

De stoffelijkheid verdeelt de mensen, de Geest maakt ze één. Maar niet de vaag humanitaire of strijdbaar communistische geest, doch enkel en alleen de Geest van de gekruisigde Meester, die leeft in onze harten en de afzonderlijke christen (u en mij) brengt tot zelfverloochening, tot de reële beoefening van Jesus’ gulden regel: „Al wat gij wilt dat de mensen u doen, doet het ook hun” (Mt. 7, 12). Zo alléén, langs de weg van concrete daden en offers, maar ingegeven door zuivere liefde, standvastig en trouw in praktijk gebracht, kan Jesus’ ideaal werkelijkheid worden: „Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij tot de volmaakte eenheid geraken” (Joh. 17, 23). — Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.

Het fragment uit Matteüs komt uit het einde van de bergrede, die gans de hoofdstukken 5 tot 7 van dit evangelie vult. Jezus legt erin uit hoe Hij de vervulling van de wet ziet. Hij wil de wet niet afschaffen, zelfs niet veranderen, maar Hij “vervult” ze. Ik denk dat je wel mag zeggen: Hij vult ze in, daar waar ze ‘leeg’ is.

Jezus geeft uitvoerig voorbeelden aan zijn luisteraars om aan te tonen hoe kil de invulling is die de farizeeen aan de wet geven. Hij spreekt met verontwaardiging over het gebod niet te doden, en toch toe te laten dat mensen mekaar uitschelden en verwensen; over het gebod geen overspel te plegen, en toch toe te laten dat een man zijn vrouw verstoot; over het gebod niet te zweren bij God, en toch allerhande dure beloftes te maken die niet worden nagekomen; over het principe je naaste lief te hebben, maar je vijanden te haten en hun kwaad met kwaad te vergelden, en daarmee niet beter te zijn dan de heidenen, die juist hetzelfde doen; over de godsdienstigheid die tot eigen eer strekt, maar niet tot eer van God; over de vergiffenis die wordt gevraagd van God, maar niet aan anderen wordt gegeven (en hier leeft Jezus zijn toehoorders het onze-vader bidden); over het genot van wereldse rijkdom, zonder rijkdom op te bouwen in de hemel; over het oordelen van anderen met een andere maatstaf dan die waarmee je jezelf oordeelt…

Die oude wet, die kennen we goed genoeg. Ze zit instinctief in de menselijke natuur ingebakken. Ze valt samen met het liberale vrijheidsprincipe “doe een ander niet wat je niet wil dat jou gedaan wordt”. Het is een kille wet, die mensen niet in relatie brengt, maar een omheining zet: dit is het mijne, en hier stel ik de regels. We kennen die wet goed genoeg, want het is ook vandaag nog de heersende wet die geldt als breed aanvaard moreel principe van onze samenleving, dat als ‘volmaakt’ humanisme wordt beschouwd. Jezus zegt: die wet is niet slecht en mag zeker niet worden afgeschaft, maar ze moet worden ingevuld en vervolmaakt. Daarom formuleert Jezus een nieuwe wet die heel erg lijkt op het liberale principe van zoëven, maar dan positief geformuleerd: “Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.” (Mt 7:12) De vervulling van de wet is niet passief: het is een oproep om te handelen, of zoals Grossouw zegt: tot concrete daden en offers, ingegeven door zuivere liefde, standvastig en trouw in praktijk gebracht.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *