Vrije opvoeding

Als je probeert een kind op te voeden, is het vraagstuk van vrijheid een bron van veel hoofdbrekens. Het gezonde uitgangspunt is dat je je kind vrijheid geeft, inzoverre het de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid kan oppakken. Geef je je kind vrijheid om ’s morgens zelf kleren uit te kiezen of wil je niet dat het er de hele dag als een vogelschrik bijloopt? Geef je je kind vrijheid om zelf zijn huiswerk te regelen of wil je niet dat het bij het volgende rapport onderuit gaat? Geef je je kind vrijheid om er alleen op uit te trekken of wil je niet dat het slechte vrienden zou maken?

Hoe maak je je kind rijp om verantwoordelijkheden te nemen? Je kan het proberen wapenen door in de opvoeding duidelijk te maken dat je beter afbent als je er een beetje presentabel bijloopt, als je een mooi diploma haalt en als je je niet slaafs laat meeslepen door vrienden met slechte bedoelingen. Veel garanties biedt die methode niet, zo ze al geen omgekeerd effect teweegbrengt, zeker als de input enkel van ouderlijke zijde komt. Een goed voorbeeld werkt veel beter, vooral van peers van het kind, maar ook van andere volwassenen als die, bij wijze van spreken, langs de open achterdeur binnen- en buitenlopen en niet in een gezagsrelatie staan tot het kind.

Graduele aanpak

Toch is de enige manier om zeker te zijn van de verantwoordelijkheidszin van je kind, de proef op de som te nemen. Geef je kind vrijheid, en je zal wel snel merken of de verantwoordelijkheid er is. Geen gemakkelijke opgave, want ze vereist veel geduld en vertrouwen. Een graduele aanpak kan het proces meer controleerbaar maken. Je geeft eerst vrijheid in keuzes die minder belangrijk zijn of weinig risico inhouden, en geeft zo stapsgewijs meer vrijheid in keuzes die belangrijker zijn of groter risico inhouden.

Twee vragen

Waar begin je mee? De kleur van sokken, lijkt me een goeie kandidaat om mee te beginnen: weinig impact op het verdere leven en weinig risico, nietwaar? Maar hoe prioritiseer je de rest: zakgeld beheren, kamer organiseren, huiswerk maken, naar vrienden op bezoek, tv-programma’s kiezen, kleren kopen, sociale media, computerspelletjes, uitgaan, studiekeuze, reizen, … Telkens is de vraag:

  1. hoe belangrijk is de vrijheid: welke impact zullen de keuzes die mijn kind maakt hebben op zijn of haar leven, of dat van anderen?
  2. welk risico houdt ze in: hoe erg is het als het kind geen verantwoordelijkheid opneemt en is er een goeie oplossing om daarmee om te gaan?

Bij elke keuze, zelfs de ogenschijnlijk onnozelste, die het kind wil maken, moet je als ouder beide vragen afwegen, en zorgen dat je enerzijds “onbelangrijke” vrijheden niet afblokt, alleen maar omdat de keuze van je kind niet in je eigen verwachtingspatroon valt, en dat je anderzijds “belangrijke” vrijheden niet vrijgeeft, terwijl je weet dat je kind nog onvoldoende bevestiging heeft gekregen uit de hoek van peers of andere niet-autoritaire hoek om die verantwoordelijkheid te dragen.

Gelovige verantwoordelijkheid

Klinkt logisch! Maar worden die vragen ook door (gelovige) ouders gesteld wanneer het over geloof gaat? Zou het je vreemd voorkomen als kinderen niet de vrijheid krijgen om te kiezen of ze ’s avonds tv kijken, maar wel de vrijheid om te kiezen of ze ’s zondags zin hebben naar de kerk te gaan? Als ouders de keuze al dan niet de communie of het vormsel te doen, aan het kind overlaten, maar er wel hun zeg in willen hebben of het dan als cadeau een fiets krijgt of een nieuwe spelconsole.

Wil dat zeggen dat zeggen dat ouders vinden dat hun kinderen heel vroeg rijp zijn om zo’n beslissingen te nemen? Twijfelachtig, want hoeveel kinderen zijn er nog die omgang hebben met gelovige peers of met andere volwassenen dan hun ouders om over geloof te kunnen praten? Juist in geloof is het heel moeilijk geworden voor een kind om de eigen verantwoordelijkheid te ontwikkelen.

Wat is het dan? Vinden gelovige ouders misschien dat keuzes in geloofsaangelegenheden onbelangrijk zijn, omdat ze geen noemenswaardig effect zouden hebben op het leven van het kind of dat van anderen? Ik zie niet goed in hoe je kan geloven en tegelijk je geloof zo weinig relevant achten.

Ideologisch

Wat hier de kop opsteekt, is een ideologische definitie van vrijheid. Vrijheid van geloof wordt zodanig verabsoluteerd dat zelfs het kleinste kind er onvoorwaardelijk aanspraak op kan maken, terwijl juist aangevoerd is dat in een gezonde opvoeding elke vrijheid voorwaardelijk is, zeker de “belangrijke”.

Vrijheid van geloof is een “belangrijke” verantwoordelijkheid

Onlangs hoorde ik het verhaal van een joodse intellectueel die erg actief is in de interreligieuze dialoog en als een heel open persoon bekend staat, maar die als vader zijn eigen kinderen een heel gesloten opvoeding geeft, waarbij ze haast geen contact hebben met niet-joden.

De vraag werd gesteld of die man wel consequent is? Wellicht wel! Hij past de gezonde principes toe om op te voeden tot vrijheid en verantwoordelijkheid: met de belangrijke vrijheden wachten tot de verantwoordelijkheidszin voldoende is aangescherpt in een netwerk van peers. Geloven is voor hem een heel belangrijke verantwoordelijkheid. Zeker als je wil dat je kinderen later aan interreligieuze dialoog gaan doen.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

3 meningen over “3$s”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *