Categorie: Blog

De geconcretiseerde abstractie van het christelijk geloof: een mind-twister

Af en toe herlees ik zelf oude artikels op mijn blog. Laatst stiet ik op deze stelling: “Gelovigen kunnen God gestalte geven door in hun dagelijks leven hun naaste te beminnen, maar zelfs dat blijft, hoewel het noodzakelijk is, tamelijk abstract”. Bij het lezen dacht ik: dat is toch wel eigenaardig geformuleerd, hoe kan een concrete daad van naastenliefde nu abstract zijn?

Een reconstructie van mijn gedachten drong zich op.

Abstract denken

Zonder een godsdienst te specifiëren, zou je religieus denken kunnen opvatten als een bijzondere vorm van abstract denken. Abstract denken is een vaardigheid van de menselijke geest om te redeneren over begrippen die je niet concreet kan waarnemen. Nadenken over God hoort dus per definitie tot het abstracte denken, want je kan God niet waarnemen en toch zijn er hele bibliotheken over bijeengeschreven. Het Oude Testament is één van die bibliotheken, waarmee we goed vertrouwd zijn.

Geconcretiseerd

Het christelijk geloof is op zich dan weer een bijzondere vorm van dat abstracte religieuze denken, want het onderwerp van het abstracte denkproces, God, concretiseert zich in een mens, Jezus. Precies zoals Johannes het verwoordt in het eerste hoofdstuk van zijn Evangelie: “Het Woord (logos – denken – ontastbaar – abstract) is vlees (mens – tastbaar – concreet) geworden”. In het christelijk geloof is het abstracte concreet geworden.

De katholieke Kerk, veel meer dan de protestantse afsplitsingen, houdt sterk vast aan die concretisering van de abstracte God. Het sacrament van de eucharistie is daarvan het treffendste voorbeeld. Jezus’ lichamelijkheid wordt voor altijd bestendigd in het offerbrood van de heilige Mis. Voor een katholieke gelovige is denken over God geen abstract denken meer, want zijn God is concreet, tastbaar. Een katholiek gelooft met zijn zintuigen en met zijn handen en voeten.

Dualiteit

Het is een dualiteit die Jezus ook uitspeelt als hij spreekt over het Grootste Gebod. Naast het abstracte joodse gebod dat betrekking heeft op God “Gij zult de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart, geheel uw verstand en met al uw kracht” plaatst Hij het concrete christelijke gebod dat betrekking heeft op de mens “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”. Wie die naaste precies is, houdt Hij echter in het ongewisse, dat blijft dan verrassend genoeg toch abstract.

In zijn rede over het Laatste Oordeel zegt Hij: “Alles wat ge voor de minste van de mijnen hebt gedaan, hebt ge voor Mij gedaan”. Wat is nu het concrete en wat is het abstracte? Echt duidelijk wordt het niet, maar wat zou er gebeuren als we de rollen eens omdraaien?

De rollen omgedraaid

Onze relatie tot onze naasten, onze rol in de samenleving, alles wat we normaalgezien ‘concreet’ zouden noemen, kan je nu overdenken als een abstractie van onze concrete relatie tot Jezus. De mensen om ons heen worden een beeld van Jezus. Net zoals wiskundige of chemische formules abstracte vorm zijn van concrete fysische processen, is onze relatie tot de naaste een abstracte vorm van onze concrete relatie tot Christus.

Ik denk dat het een betere benadering is om over het christelijk geloof na te denken. De gewoonlijke benadering, waarbij de liefde van God als een geestelijke abstractie wordt voorgesteld van onze concrete daden van naastenliefde, vind ik problematisch omdat ze insinueert dat het de mens is die zich een Godsidee schept om over belangrijke levensvragen abstract te kunnen redeneren. Als je nadenkt over de Schepping, de Menswording en de Verlossing houdt die benadering geen steek. Draai je het helemaal om en beschouw je onze daden van naastenliefde als abstracte vormen van de concrete liefde van God, dan valt heel de Blijde Boodschap netjes in haar plooi!

Kerknet als thuisbasis voor de parochiewebsite

De huur van de serverruimte voor onze oude parochiewebsite liep af. De host die we gebruikten was nogal prijzig en vroeg meer dan 200 euro per jaar. Dat kan natuurlijk veel goedkoper. Voor mijn eigen websites gebruik ik de hosting van Versio.nl. Daar kan je al voor 25 euro per jaar serverruimte huren met meer dan genoeg ruimte voor meerdere WordPresswebsites.

Mijn eerste voorstel was om daar een nieuwe website op te zetten. Hoewel het helemaal niet moeilijk is om met WordPress aan de slag te gaan, moet je toch elke keer weer een beetje het warm water uitvinden. Welke layout (thema) kies je, waar plaats je menu’s en widgets op je site, welke extra plugins heb je nodig om te koppelen met sociale media, om je site beter te beveiligen en om je vindbaarheid op zoekmachines te verbeteren (SEO, search engine optimization)? Ik zag er dus toch een beetje tegen op.

Er was echter nog een ander alternatief: Kerknet. Ook daar kan je webruimte huren om een eigen website op te zetten. Het heet dan een ‘microsite’, want je eigen website wordt ingepast in de look-and-feel van Kerknet. Je hebt dus niet dezelfde vrijheid om layouts en tools zelf te kiezen, maar aan de andere kant bespaart je dat wel een hoop kopzorgen.

De prijs van zo’n microsite bedraagt jaarlijks 108 euro. Ook niet meteen de goedkoopste oplossing, maar de integratie met de portaal van de katholieke Kerk in Vlaanderen is ook wat waard. Ik heb al vaak gemerkt hoe moeilijk het is informatie op te zoeken over parochies in ons land, want hoewel veel parochies eigen websites hebben, zijn ze vaak moeilijk te vinden en telkens anders gestructureerd. Het zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn dat je op Kerknet op zoek kan gaan naar informatie over alle parochies te lande en hoe kan dat beter dan door parochies een stek te geven op datzelfde platform?

Zo gezegd, zo gedaan. Onze parochie van het Heilig Hart van Jezus heeft nu een eigen website en ook de federatie Antwerpen-Noord, “Warm Noord” genoemd, waar tegenwoordig het zwaartepunt van de organisatie van het parochieleven ligt, kreeg een eigen stek. Wat volgt zijn enkele persoonlijke notities bij de opzet van zo’n microsite, als warmmaker, want er is natuurlijk een volledige handleiding.

Statische en actuele informatie

Een microsite heeft altijd een hoofdpagina en een reeks pagina’s. Om een goeie website te maken is het belangrijk dat je goed nadenkt welke informatie je vanuit de hoofdpagina bereikbaar wil maken. Als je website groeit zullen immers niet al je pagina’s zichtbaar zijn op je hoofdpagina. Op elke website vind je twee soorten informatie: actuele informatie en statische informatie.

Statische informatie is in principe onveranderlijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor contactgegevens, kennismakingsartikels en vaste kalenders (bv. de wekelijkse zondagsmissen). Het kan soms nodig zijn die pagina’s aan te passen, maar dezelfde pagina blijft altijd relevant.

Actuele informatie is meer tijdgebonden. Dat geldt voor aankondigingen van evenementen (bv. de missen tijdens de komende Kerst- of Paasperiode, concerten) of voor verslagen van gebeurtenissen.

Als je een pagina opmaakt, zorg je er best voor dat je op voorhand bepaalt welke soort van informatie je aanbiedt. Ga je de twee mengen, dan zal je na verloop van tijd moeilijkheden krijgen met het onderhoud van je site.

Opmaak van de hoofdpagina

Als je een microsite bezoekt, krijg je een overzicht van de pagina’s in drie blokken: het menu, de mozaïek en de historiek (onderaan).

Het menu vul je naar believen met links die de bezoekers van je website snel de weg wijzen naar de informatie die ze zoeken. Links kunnen verwijzen naar pagina’s op je eigen microsite, maar ook naar andere plaatsen op het web. Je kan er dus ook een link voorzien naar de facebookpagina van je parochie of naar websites van organisaties die aan de parochie verbonden zijn.

De mozaïek en de historiek horen bij elkaar. Volgens het basismechanisme van Kerknet verschijnt elke nieuwe pagina die je maakt automatisch links boven in de mozaïek en alle oudere pagina’s schuiven dan een plaatsje op, eerst doorheen alle blokken van de mozaïek en daarna verschijnen ze in de historiek onderaan de pagina.

De natuurlijke chronologie van de gepubliceerde pagina’s op de hoofdpagina

Die chronologie kan je doorbreken door bepaalde artikels vast te prikken in de mozaïek. De belangrijkste pagina’s op je microsite blijven zo steeds bovenaan staan op de hoofdpagina en de illustratie in de muziek geeft ze een mooie eye-catcher.

Artikels en evenementen

Op Kerknet kan je twee soorten pagina’s aanmaken: artikels en evenementen. Evenementen hebben de bijzondere eigenschap dat je kan ingeven waar en wanneer het beschreven evenement plaatsvindt.

Op je eigen website valt dat verschil niet meteen op, maar het platform van Kerknet laat toe specifiek op zoek te gaan naar evenementen en maakt dus een soort van evenementenkalender op. Als je je aankondigingen opmaakt als evenementen zullen die daar automatisch verschijnen.

Metadata

Elke pagina, of het nu een artikel is of een evenement, kan je metadata meegeven. Er zijn drie soorten metadata: type, thema en trefwoorden.

Het type geeft weer wat voor soort van artikel je maakt. Een artikel kan nieuws zijn, een fotoreportagie, inspiratie, persbericht, blog… en nog een dozijn meer types van berichten.

Het thema geeft weer waar het artikel over gaat: cultuur, filosofie, gezin, liturgie en catechese, wereldkerk, kerk in Vlaanderen, solidariteit,…

Types en thema’s moet je kiezen uit een voorgeschreven lijst. Trefwoorden kan je zelf ingeven. Hier kies je woorden waarvan je vermoed dat bezoekers van Kerknet ze zullen gebruiken wanneer ze jouw informatie zoeken.

Deze metadata maken geen verschil in de presentatie als je eigen microsite doorbladert, maar ze zorgen er wel voor dat je informatie gemakkelijk gevonden kan worden via de zoekfunctie van Kerknet. Je kan er ook zelf nuttig gebruik van maken, bijvoorbeeld als je in het menu een link wil voorzien naar alle artikels op je site die met een bepaald thema te maken hebben. Zo ben je zeker dat je bezoekers steeds de meeste actuele informatie zullen terugvinden.

RSS-feeds

Er zijn nog enkele functies die ik mis op Kerknet. RSS-feeds horen daar zeker bij. Ik maak dagelijks gebruik van Feedly, een app waarmee ik me abonneer op de RSS-feeds van alle websites die me interesseren. Zo krijg ik altijd een overzicht van de nieuwe artikels die zijn verschenen. Het zou een kleine moeite zijn om te zorgen dat microsites op Kerknet een eigen RSS-feed krijgen. Als lapmiddel kan je voorlopig een externe tool gebruiken.

Emaillijsten

Een extra toepassing van RSS-feeds is dat ze toelaten de site te koppelen met tools zoals IFTTT en MailChimp. Met IFTTT kan je je website koppelen aan sociale media zoals Twitter of Facebook, zodat nieuwe berichten daar automatisch vermeld worden. Met MailChimp kan je een emaillijst opmaken waarop mensen zich kunnen inschrijven om zo per mail op de hoogte te blijven van nieuwe publicaties.

Voor de gemiddelde Kerknetwebmaster is dat wellicht al hoog gegrepen, maar ook daarvoor zou Kerknet zelf kunnen instaan, want de gebruikers van Kerknet hebben nu reeds de mogelijkheid zich aan te melden en zich te abonneren op een dagelijkse nieuwsbrief van de globale site, dus waarom ook niet van microsites?

Zoek in de buurt

De zoekfunctie is technisch heel mooi uitgebouwd, maar niet erg gebruiksvriendelijk. Met de metadata die nu reeds beschikbaar is, zou het perfect mogelijk moeten zijn om een zoekfunctie te maken waarmee je kan filteren op thema en op geografische regio (“wat voor lezingen zijn er in mijn buurt”) en ook weer opnieuw met de optie om daarvan automatisch op de hoogte te blijven. Je kan nu bijvoorbeeld al zoeken naar evenementen in bisdom Antwerpen, maar ik ga dat niet elke week opnieuw doen om te zien of er niks interessants is toegevoegd!

Kerknet dus een aanrader voor parochies die een efficiënte en stabiele webhost zoeken. De website wordt nog verder ontwikkeld dus in de toekomst zullen de functies en mogelijkheden zeker uitbreiden.

Allerzieligste Allerzielenherdenking

Ik ga dit heel kort houden. Klagen en kwaadspreken over liturgische wantoestanden, daar bestaan andere blogs voor, daar doe ik niet aan mee. Als je er echter persoonlijk mee wordt geconfronteerd, wordt het moeilijk jezelf in te tomen. Dus ik schrijf.

Vrijdag 2 november 2018, herdenkingsdienst voor de overledenen in een niet nader bepaalde Vlaamse parochie.

Het blijkt een gebedsdienst met vier leken-voorgangers, van wie één getooid in albe. Het was een heel verzorgde viering. Je merkte duidelijk dat er een grondige voorbereiding aan voorafgegaan was, de keuze van de teksten en de liederen en voor de choreografie van enkele rituele elementen zoals het branden van wierook, het opnoemen van de namen van alle overledenen en het ontsteken van heel wat kaarsjes. Geen uitreiking van de communie echter—achteraf bekeken maar beter ook. De viering werd bezocht door heel wat familieleden van overledenen van het voorbije jaar, die blijkbaar wel geraakt werden door het ganse opzet van de viering.

De teksten en gebeden, allemaal vrij gekozen, verwezen, op één korte voorbede na, op geen enkele manier naar de zielen van de overledenen of hun verrijzenis. OP GEEN ENKELE MANIER! Alle gebeden en teksten waren gericht op onszelf, ons verdriet, onze eenzaamheid, onze herinneringen aan de overledene. We hebben gebeden tot God dat Hij ons zou bijstaan, maar we hebben niet gebeden voor onze overledenen.

Hebben de overledenen onze gebeden niet nodig?

All Souls’ Day (Aladar Korosfoi-Kriesch, 1910, Hungarian National Gallery, Budapest)

De mis van Allerzielen (en volgens het missaal zijn dat er zelfs drie, die elke priester gerechtigd is op te dragen op dezelfde dag!) is toch juist bedoeld om te bidden voor de zielen van de overledenen? Deze mis bij uitstek laat ons toe deel te nemen aan hun verrijzenis door voor hen te bidden en te offeren. Dit gebed bij uitstek laat ons toe daadwerkelijk met hen verbonden te blijven over de dood heen en juist daaruit de christelijke hoop te putten die ons zal helpen ons verdriet te verwerken.

Als je deze herdenkingsdienst meemaakte, werd het heel moelijk om je verrijzenisgeloof te bewaren! Mijn indruk na de viering was dat er na de dood niets meer op ons wacht. Dat we als nabestaanden niets overhouden dan ons verdriet en enkele herinneringen en een kruisje voor op het dressoir. Alle hoop werd mij ontnomen. Hoe ontluisterend onchristelijk is dat niet!?

Op Doorbraak verscheen trouwens een soortgelijke vaststelling over de inhoud van de gemiddelde begrafenisliturgie, waar de lofprijzingen over de overledene het gebed voor zijn of haar verrijzenis verstikken.

Ik vind het oprecht jammer! Zo’n vieringen zijn de doodsteek voor wat er nog rest van het geloof in de Vlaamse katholieke Kerk. Ik wil nog aannemen dat men ervoor terugdeinst om nabestaanden te confronteren met hun verantwoordelijkheid voor de zielen in het vagevuur en dat de retoriek van de strijdende, lijdende en triomferende Kerk geen harten meer sneller doet slaan, maar deze totale negatie van de verrijzenis en van de kerkelijke leer over de uitersten slaat werkelijk alles dood. Ik koester dan ook de vurige hoop dat kerkelijke gezagsdragers actie zullen ondernemen om dit soort diensten opnieuw te kerstenen.

Ons geloof verdient meer dan goede bedoelingen blijkbaar kunnen waarmaken.

Quas Primas, Vigano en de synodaliteit

Horizontalisme

We roemen graag onze samenleving omdat ze horizontalistisch is. We hebben een democratie met algemeen enkelvoudig stemrecht waarin elke stem even zwaar weegt. We hebben een samenleving zonder standsverschillen en met gelijke kansen, zodat je geboorte of afkomst niet bepaalt welke rol je zal opnemen. We hebben tal van emancipatorische bewegingen achter de rug waardoor bepaalde bevolkingsgroepen uit hun achtergesteldheid zijn kunnen ontsnappen. Slavernij is al lang afgeschaft en met sociale uitbuiting is korte komaf gemaakt. We zijn niet langer onderworpen aan de grillen van hogere klassen waartoe we nooit zullen behoren.

Toch is dat horizontalisme relatief. Een meerderheid van de bevolking verbindt  zich als werknemer contractueel tot een organisatie die wél verticalistisch is. In een bedrijf heb je bazen en ook die bazen hebben op hun beurt bazen en die wensen te worden gehoorzaamd. Jongeren bewegen zich in scholen en in jeugdbewegingen of sportclubs waar ze, onder andere, leren omgaan met gezag. Dat vinden we, ondanks ons roemen op het horizontalisme, normaal.

We hebben immers de keuze. Wie een inkomen wil zonder onder gezag te staan, kan zelfstandig werken. Wie een diploma wil zonder naar school te gaan, kan studeren voor een middenjury. Wie wil voetballen zonder onder het gezag van een trainer te staan, kan op het pleintje met zijn vrienden een balletje trappen. Hij zal dan echter nooit met een ploeg een zege behalen…

Christus Koning

Op het einde van de maand november viert de kerk het feest van Christus Koning. Ik wil de gelovigen de kost niet geven, die eigenlijk niet goed weten wat ze met dit feest aan moeten. Om het feest beter te begrijpen, moeten we even in gedachten ons horizontalistisch wereldbeeld afwerpen en ons inbeelden hoe het zou zijn als onze samenleving een natuurlijke hiërarchie zou kennen waarin alle gezag uiteindelijk van God afhangt. Dat is moeilijk, vandaag nog veel moeilijker dan het al was in 1925, het jaar waarin dit feest werd ingevoerd.

Niettemin is dat het uitgangspunt van de encycliek Quas Primas van paus Pius XI. Als grondslag van Jezus’ koningschap citeert de paus de heilige Cyrillus van Alexandrië: „Want Hij bezit – in één woord gezegd – de heerschappij over alle schepselen, zonder dat Hij ze door geweld heeft afgedwongen of van buiten heeft ontleend, maar als Zijn eigen recht krachtens Zijn wezen en natuur.” Jezus’ koningschap is erfrechterlijk. Hij heeft het niet verdiend, niet veroverd en—laat ons toevoegen—niet democratisch verworven. Jezus is Koning omdat Hij de zoon van zijn Vader is. En wij hebben dat niet te kiezen.

Laat dat alvast maar eens doordringen in ons eigen wereldbeeld, want ook wanneer onze kleine gedachtenexperiment ten einde is en het feest van Christus Koning achter de rug, dienen we Jezus te erkennen als een koning die heerst en regeert en aan wie we, net zoals in een ridderroman, ons leven verschuldigd zijn, dankzij zijn verlossingswerk.

De lectuur van de encycliek gaat echter verder. De paus betoogt dat het koningschap van Jezus weliswaar voornamelijk een geestelijk karakter heeft, maar dat weerhoudt hem er niet van Christus het eigendomsrecht toe te kennen op alle aardse goederen (waarvan Hij immers de Schepper is) en ook niet alle mensen (ook die niet tot het christelijk geloof behoren) en alle gemeenschappen en alle volkeren onder zijn heerschappij te plaatsen. Logisch gevolg: wie aan het hoofd staat van een gemeenschap of wie een volk bestuurt, dient gepaste gehoorzaamheid te betonen aan Christus’ gezag en diens voorbeeld van nederigheid en rechtvaardigheid te volgen.

Paus Pius XI zag echter ook wel in dat dit, gezien de secularisering van de maatschappij, utopische ideeën zijn en besluit dus maar het feest van “Christus Koning van het Heelal” in te stellen als jaarlijks geheugensteuntje voor alle gelovigen dat zij de plicht hebben eerlang “de wereld voor Christus te heroveren”.

Derde getuigenis

Wat ons in de wereld niet lukt, zou in de beslotenheid van onze eigen Kerk toch mogelijk moeten zijn? Stellen we binnen de Kerk het koningschap van Christus voldoende voorop? Al het gezag, ook het kerkelijk gezag, moet uiteindelijk verantwoording afleggen aan Christus.

Dat is de retoriek die mgr. Vigano gebruikt in zijn derde ‘getuigenis’, die hij besluit met de woorden “You can trust Him who told us, “the truth will set you free.” I do not say it will be easy to decide between silence and speaking. I urge you to consider which choice– on your deathbed, and then before the just Judge — you will not regret having made”. Die retoriek, misschien meer dan de inhoud van de getuigenis, heeft mgr. Charles Pope, een Amerikaans priester die al lang op internet publiceert en die ik zeer apprecieer, diep bewogen. Hij spreekt over Vigano’s getuigenis als “something that is destined to be one of the great pastoral and literary moments of the Church’s history”, dit in schril contrast met andere publicisten die Vigano “a small and bitter man” noemen.

Misschien zal de geschiedenis uitwijzen wie gelijk had, maar uiteindelijk is er maar Eén die het finale oordeel zal vellen over de kerkelijke opiniemakers die nu het strijdtoneel bevolken en de vraag is alle spelers zich daarvan ten volle bewust zijn. Wij, mensen, zijn niet vies van gezag, zolang het ons maar goed uitkomt. Zo ving ik onlangs in een gesprek op hoe bewonderaars van paus Franciscus mekaar monkelend toegaven dat “hij toch een kleine dictator is” als het over zijn stijl van besturen ging. Onder de vorige paus was dezelfde vaststelling, zo ze al grond had gehad, bij diezelfde personen allerminst gepaard gegaan met een monkellach. Dat is onze condition humaine: als het gezag van hogerhand ons toelaat vandaag onze zelfverwezenlijking vaart te geven, leggen we zonder blozen de grote principes aan de kant waarmee we gisteren nog datzelfde gezag weerstreefden. Daarin vergeten we dat er slechts één oorsprong is van alle gezag: Christus.

Synodaliteit

Het pleidooi voor meer synodaliteit in de Kerk, dat op de jongste synode is bevestigd, wordt verantwoord door de stem van de Heilige Geest die vanuit zo’n synode spreekt. Mijns inziens kan die stem alleen maar spreken in personen die hun drang tot zelfverwezenlijking hebben afgelegd en verantwoording afleggen aan Christus. Laat ons hopen dat de Heilige Geest ook daarover waakt.

De orde van alle dingen

De correspondentie van de heilige Maagd

Vandaag stond er een interessante heilige op de kalender: Ignatius van Antiochië. Hij stierf in 106, dus hij is bij de oudste heiligen die we kennen. Zo oud dat hij volgens de overlevering de apostel Johannes nog heeft gekend.

Onderstaande passage uit zijn levensverhaal op heiligen.net intrigeerde me:

Volgens de overlevering was hij nog een leerling geweest van de apostel Johannes. Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli) vertelt in zijn gouden legendeboek dat Ignatius als geloofsleerling een brief zou hebben geschreven aan de heilige Maagd Maria. Hij zou daarin hebben gevraagd of alle wonderen die Johannes over Jezus vertelde echt waar waren. In een antwoordbrief zou Maria hem op het hart hebben gedrukt dat hij geloof kon hechten aan alles wat Johannes over Jezus zei.

Waarom is dit een relevante nota?

De MST (mainstream theology – eigen terminologie, nvdr) van vandaag gaat er prat op dat er in de laatste decennia, dankzij het historisch-kritisch bijbelonderzoek, tal van bijbelverhalen ontmaskerd zijn als “geloofsverhalen”. Die hebben niet noodzakelijk een historische basis, maar werden—net als veel heiligenlevens—gestoffeerd om een boodschap over te brengen op de lezer. De mensen van vandaag, en dus ook de gelovigen van vandaag, zijn immers veel kritischer dan hun voorgangers in de voorbije twintig eeuwen, die kritiekloos de grootste fabels als waar aannamen. Zo doet men ons voorkomen.

De anekdote over Ignatius toont het tegendeel aan. De dertiende-eeuwse legendeschrijver heeft een verhaal geschreven dat ongetwijfeld de historisch-kritische toets niet zal doorstaan, waarin de jonge Ignatius correspondeert met de heilige Maagd. De inhoud van die correspondentie legt echter bloot dat, tenminste in de dertiende eeuw, de vraag leefde naar de historische echtheid van de wonderverhalen over Jezus in het Evangelie.

Ik ben ervan overtuigd dat de gelovigen in die twintig eeuwen altijd even kritisch hebben gestaan tegenover de historiciteit van de Bijbel en dat wij in onze tijd daarop geen uitzondering zijn. Het enige verschil is dat wij nu een ander, wetenschappelijk, begrippenapparaat hebben uitgewerkt om die twijfel uit te drukken.

Het antwoord van de legendeschrijver op die twijfel, namelijk dat de heilige Maagd de historiciteit persoonlijk heeft bevestigd tegenover de jonge aspirant-Heilige, verwijzen wij natuurlijk meteen naar de prullenmand.

Spiritueel is het echter een veel mooier resultaat dan welk historisch-kritisch onderzoek ooit zal boeken. Eeuwen voor de afkondiging van de grote dogma’s over Maria klinkt erin reeds het per Mariam ad Jesum. Maria zet de historisch-kritische onderzoeker een hak door per brief hun vragen te beantwoorden dat een jonge geloofsleerling die onderhevig is aan twijfel, de Evangeliën wel degelijk mag lezen als de waar gebeurde verhalen van het leven van haar Zoon Jezus.

Ik heb hier een afbeelding gevonden van een schilderij van de heilige Maagd die het Magnificat schrijft. Misschien zal historisch-kritisch onderzoek ooit aantonen dat zij in werkelijkheid het antwoord op de brief van Ignatius aan het neerpennen is!

Marie Ellenrieder: “Mary Writing the Magnificat” 1833, Staatliche Kunsthalle Karlsruhe