Altijd zinnen op wat geestelijk is

86. Woensdag na de Zesde Zondag na Driekoningen

De oratie van de Zondag luidt: „Geef ons, bidden wij U, almachtige God, dat wij altijd op het geestelijke mogen zinnen en aldus wat U behaagt met woord en daad volbrengen” .

De oratie is wederom in de beste stijl der romeinseliturgie. Zij bestrijkt de drie gebeden die tezamen de hele menselijke werkzaamheid omvatten: den- denken, spreken, doen. Zij beoogt uiteindelijk het ideaal der christelijke heiligheid: Gods wil volbrengen, in woord en in daad. En als het grote middel daartoe noemt zij semper rationabilia meditantes . Wat betekent dit?

1. Wij kunnen het allereerst vertalen: altijd zinnen op wat redelijk is. Het zou dwaasheid zijn deze zin van het woord rationabilia geheel te willen uitschakelen. De Kerk weet dat het denken aan het doen voorafgaat en dat de daden van de mens gewoonlijk worden bepaald door zijn opvattingen en ideeën, laten wij liever zeggen: door wat er leeft in zijn binnenste. Want de Kerk weet ook dat de meeste mensen zich niet altijd door de eisen der rede laten leiden. Nog altijd geldt het kernachtige woord van Sint Thomas van Aquino : „plures sequuntur sensum quam rationem” : de meesten worden gedreven door de indrukken der zintuigen, van verbeelding en gevoel, méér dan door de rede. De hoofddeugd van prudentia , van „voorzichtigheid” , liever gezegd van verstandig, niet door hartstochten en gemoedsaandoeningen beneveld inzicht, is het die onze daden moet regelen. En God weet welk een grote som van zielskracht, van ascese en zelfverloochening, van liefde ten slotte en genade er nodig is om van deze uitspraken der rechte rede niet af te wijken, wanneer de golven van begeerte, verontwaardiging of enige andere passie hoog opslaan. Want onze natuur is door de erfzonde gewond en uit zichzelf niet eens meer in staat de haar toekomende volmaaktheid vast en zeker te bereiken.

2. Het is daarom alleen al dat de zinsnede van de oratie nog een hogere betekenis ook krachtens oudkerkelijk spraakgebruik zeker is. Slechts door standvastig op geestelijke dingen te zinnen zullen wij de zwakheden van onze natuur vermogen te overwinnen en volmaakt volbrengen „wat God behaaglijk is” . De zuivere redelijkheid kan ons niet redden. De meerderheid der mensen is daartoe niet in staat en zij zelve is volstrekt ontoereikend voor het bovennatuurlijke heil, het enige dat door Gods genade voor ons is weggelegd. Wij moeten onze geest voeden en doordrenken en als óververzadigen met het licht van de openbaring. De menselijke geest is door de gevolgen der erfzonde zó onstandvastig en zó gemakkelijk geboeid door de indrukken — de talloze en veelvormige — der stoffelijke dingen, dat werkelijk alleen een „voortdurend zinnen op de bovennatuurlijke Realiteit” van God en Christus ons spreken en doen in het rechte christelijke spoor zal houden. Op velerlei wijze kan dit geschieden. De praktijk der Kerk en de ervaring der heiligen doen ons vele middelen en oefeningen aan de hand: predikatie, lezing, overweging, recollectie, retraite, gewetensonderzoek. Maar het voornaamste blijft de vreugdevolle deelname aan de geestelijke eredienst der Kerk. Dit alles zal echter niet baten, zo wij niet bezield worden door een oprechte geest van geloof en godsvrucht, die ons er toe brengt om, van ganser harte, de éne noodzakelijke te zoeken. „Geef, dat mijn ziel versmachte van verlangen naar uw voorhoven, dat zij begere ontbonden te worden en bij U te zijn. Laat mij immer bij U aankloppen, U zoeken, U vinden, naar U streven, U bereiken, aan U denken, over U spreken en alles verrichten tot lof en glorie van uw naam” ( Sint Bonaventura ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)