Beladen met de vrucht der gerechtigheid

360. Donderdag na de Twee en twintigste Zondag na Pinksteren

„Moogt gij rein zijn en zonder smet tegen de dag van Christus, rijk beladen met de vrucht der gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God” ( Phil.1, 10. 11 ; epistel van de Zondag). Welk een vreugdevol beeld roept deze tekst op! Als van oogsters die terugkeren van de lange arbeidsdag, bezweet en bestoft, maar in hun ogen het zalige weten dat alles goed is, torsend de rijke en rijpe vrucht, de gaven der moederaarde, het loon van hun zwoegen, de „kroon op het jaar van ’s Heren goedheid” ( Ps.64, 12 ). De „dag van Christus” , de dag der grote afrekening wordt in de Schrift gaarne vergeleken met de oogst. „De oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen” ( Mt.13, 29 ). „En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem die op de wolken gezeten was: „Zend uw sikkel uit en maai, want het uur om te maaien is gekomen want de oogst der aarde is geheel rijp geworden” ( Openb.14, 15. 16 ). Dikwijls is het beeld schrikwekkend: als rijpe vruchten zullen de zondaars worden afgesneden en „geworpen in de grote perskuip van Gods toorn” ( Openb.14, 19 ). Maar daarnaast is er het beeld van het zaad dat honderdvoudig vrucht afwerpt, van de oogst des Geestes ten eeuwigen leven ( Gal.6, 8 ), van de deugdelijke opbrengst die bestand blijft in het vuur der gerechtigheid en wordt geborgen in de hoge schuren des Vaders.

1. De apostel bidt dat wij op de dag van het oordeel niet met ledige handen voor God staan, doch beladen met de vrucht der gerechtigheid. Het is altijd hetzelfde vermaan dat in honderd beelden en toonaarden weerklinkt door heel het Nieuwe Testament . De genade Gods, de gave aan alle christenen overvloedig aangeboden, komt tot ons als taak en verantwoordelijkheid. God begenadigt de mens tot werkzaamheid en geestelijke productiviteit. Zijn barmhartigheid stelt het vrije schepsel niet op non-activiteit. Het is niet voldoende het kwaad te vermijden, wij moeten het goede doen. De onvruchtbare vijgeboom wordt omgehouwen. De bijl ligt reeds aan de wortel. De luie knecht verliest zijn éne talent en wordt gestraft. De dwaze maagden met haar lampen zonder olie dwalen eeuwig buiten de feestzaal. Zo de Heer van zijn wijngaard geen opbrengst ontvangt, zal Hij hem verhuren aan andere pachters die Hem de vruchten op tijd afleveren.

2. De vrucht der gerechtigheid is die welke door de gerechtigheid wordt opgebracht. En wat is de gerechtigheid? Zij bestaat volgens Paulus niet in een louter menselijke eigenschap, maar zij is de gave Gods, de nieuwe kwaliteit de mens bij het doopsel geschonken. Geen mens is uit zichzelf in staat Gode behagelijke vruchten voort te brengen, maar „onze geschiktheid komt van God” ( 2 Kor.3, 5 ). Hetzelfde zegt ons het epistel, als het spreekt van de vrucht der gerechtigheid „die door Jezus Christus is” . Ook deze waarheid lezen wij op elke bladzijde van het Nieuwe Testament . Ons vermogen om christelijk deugdzaam te handelen ontvangen wij van God, ééns voor al en elke keer opnieuw. Beide einden van de keten moeten wij vasthouden: werkzaamheid en afhankelijkheid, daden van deugd en bewustzijn van genade. Alle eenzijdigheid is verderfelijk voor leer en leven. Het volledige christendom stelt de mens in de paradoxale houding, die onze pelgrimsstaat eigen is. De aardse tijd is ons gegeven om te werken voor God en de werken moeten ons verstigen in een steeds dieper afhankelijkheid van de Heer. Geen quietisme en geen hoogmoed. Positief gesproken: nederigheid die altijd alle eer geeft aan God alleen en dit te zuiverder naarmate rijker vrucht van gerechtigheid rijpt aan de stam der genade, – en vertrouwen dat ons bezielt om God te geven wat Hem toekomt, dat is, alles, „lichaam, ziel en wil. Want van Hem ontvingen wij dit alles, door Hem wordt het behouden en vermeerderd” ( Sint Hilarius in de homilie op het evangelie ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee