Bid en werk

188. Vijfde Zondag na Pasen

In het epistel vermaant ons wederom de apostel Jakobus op zijn praktischewijze: „Weest werkers van het woord en niet hoorders alleen; anders bedriegt ge uzelf. Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, gelijkt hij op een mens die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet. Want als hij gekeken heeft en is heengegaan, is hij aanstonds vergeten hoe hij er uitzag. Maar hij die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid (het evangelie) beschouwt en er zich ook naar gedraagt — geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad — hij zal zalig worden door zijn werken” ( Jak. 1, 22-25 ). Wellicht verrast ons deze vermaning tot werkelijkheid te midden der vreugde van de paasjubel waarvan heden wederom de mis is vervuld. Ook op deze vijfde Zondag na Pasen immers juicht de Kerk om de verlossing die ons in Christus is geschonken. „Zingt voor de Heer, alleluja, zingt de Heer toe en zegent zijn naam. Verkondigt blijde zijn heil van dag tot dag, alleluja, alleluja” ( Ps. 95, 2 ; communio ). Eenzelfde geluid doen alle gezangen der mis vernemen. En over enkele dagen zal de liturgie de voltooiing vieren van Jezus’ verheerlijking op het feest van ’s Heren Hemelvaart. Maar nooit vergeet de Kerk haar status viae , de bedreigde en wankele staat van haar kinderen. Immer blijft zij haar wezen trouw; verlost door Jezus’ bloed zijn wij nog niet verheerlijkt en de gave van de Geest bezitten wij te midden van vele angsten en gevaren. Indien wij in onze zwakheid de moed dreigen te verliezen, wijst zij ons op de overvloedige genade van God en de verlossing die reeds in beginsel ons deel werd. Zouden wij overmoedig van ons heil verzekerd willen zijn, zij spoort ons onophoudelijk aan: „Weest werkers van het woord …”

2. „Weest werkers van het woord en niet hoorders alleen.” Er is iets verschrikkelijks in het ongelooflijke gemak waarmede velen vrome formules en christelijke beginselen in de mond voeren zonder nochtans hun leven daarnaar in te richten. Zij die Gods wet niet volbrengen ofschoon zij haar kennen, hun lot is erger dan dat der ongelovigen. „Wie deze woorden van Mij hoort doch ze niet in beoefening brengt, zal gelijk zijn aan een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de waterstromen kwamen af en de winden gierden en stortten zich op dat huis: het zakte in en zijn val was geweldig” ( Mt. 7, 26. 27 ). Zij die Gods woord dagelijks overwegen, zij die de dringende vermaningen van Christus en zijn apostelen zo dikwijls hebben gehoord dat zij ze van buiten kennen, zij die de Kerk onophoudelijk aanspoort met de lessen van haar liturgie en de voorbeelden van haar heiligen, wat zullen zij op de oordeelsdag tot hun verontschuldiging kunnen aanvoeren? En bedenk welk een ergernis (in de diepe, theologische zin van het woord) de naamchristenen en de laffe christenen en de lauwe priesters en kloosterlingen geven aan de ongelovigen. Ons leven mag zelfs geen schijn van rechtvaardiging bieden aan het ongeloof.

3. „Weest niet hoorders alleen, anders bedriegt gij uzelf.” Dit geldt allermeest van hen die zich op het inwendige leven toeleggen. Er bestaat een nauw en noodzakelijk verband tussen gebed en dadenleven. „Niet iedereen die tot Mij zegt: „Heer, Heer!” zal ingaan in het rijk der hemelen, maar alleen hij die de wil volbrengt van mijn Vader die in de hemel is” ( Mt. 7, 21 ). Wie meent te kunnen bidden zonder althans de ernstige wil zijn leven te hervormen, is het slachtoffer van de grote illusie. Het zijn ten slotte alleen daden van deugd en zelfverloochening, die de echtheid van ons gebed bewijzen. Het is natuurlijk niet zo dat slechts de volmaakte oprecht zou kunnen bidden; het gebed is ook het grote middel om tot levenshervorming te geraken. Maar als het echt is, zal het toch zonder twijfel moeten voeren tot heiligheid van daad en leven. En omgekeerd: welk een diepe klankbodem wordt ons gebed verschaft door een heilig leven! Met welk een zuiver hart, met welk een blijde vrijheid treedt hij voor God die de wil des Heren met offervaardigheid volbracht!

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *