Christelijke doodsgedachte

372. Dinsdag na de Vier en twintigste Zondag na Pinksteren

Het einde van het jaar brengt ons vanzelf op de gedachte aan het einde van ons leven. De komst van Christus ten oordeel waarvan het grote zondagsevangelie spreekt, sluit ook zijn komst in als rechter voor ons allen, in die ontmoeting van God en de ziel, die wij het bijzonder oordeel plegen te noemen. Er is een soort conventie om de dood dood te zwijgen. Deze welgemeende samenspanning werkt het sterkst, als de dood van een dierbare nabij lijkt en ontaardt dan niet zelden in leugen en bedrog. Dit is zeer weinig christelijk. Wij zijn toch niet als zij die geen hoop hebben? Wij weten toch dat een zalige dood onze volmaaktste gelijkenis met Christus op aarde bewerkt en aanvang is van een onwankelbare vereniging der ziel met God? En er is wel nauwelijks een groter dienst die wij als christen aan onze naaste kunnen bewijzen denkbaar dan de hulp hem tijdig verleend voor een zalig afsterven.

1. In de evangeliën spreekt Jezus zelden over de dood van de afzonderlijke mens. Maar veel van wat Hij zegt over zijn wederkomst op het einde der tijden, geldt ook voor ons stervensuur, en wel heel bijzonder dat het tijdstip onbekend en de komst onverwacht zal zijn. Het beeld van de „dief in de nacht” is van Jezus zelf afkomstig ( Mt.24, 43 ; Lk.12, 39 ). De apostelen hebben het herhaald: „Zie, Ik kom als een dief; zalig hij die wakende is” ( Openb.16, 15 ; 3, 3 ; 1 Thess.5, 2 ; 2 Petr.3, 10 ). En het heeft zijn volle kracht behouden. Christelijk leven is leven in waakzaamheid.

2. De gedachte aan de dood is onmisbaar om het aardse leven naar zijn juiste waarde te beoordelen. De wetenschap dat men zal sterven geeft ons het persoonlijk besef van de algemene vergankelijkheid van het aardse. De gestalte van deze wereld gaat voorbij ( 1 Kor.7, 31 ). Zij gaat voor ons voorbij, omdat wij sterven. „Dwaas, nog deze nacht eist men uw ziel van u op, en wat ge hebt opgestapeld, van wie zal het zijn?” ( Lk.12, 20 ).

De dood is de grote waardemeter. Wat voor zijn geweld standhoudt, heeft eeuwigheidswaarde. Zoals wij de dingen zullen beoordelen in ons stervensuur zo zijn zij waarachtig. Dan beginnen wij door de schijn van dit leven heen te zien.

„De mens sterft slechts éénmaal en daar het hem aan ervaring ontbreekt, sterft hij verkeerd. Wil hem het sterven gelukken, dan moet hij onder leiding van ervaren mensen leren sterven, onder leiding van hen die reeds stervende waren. De onthechting geeft ons deze ervaring van de dood” ( Florensky ). Als wij niet reeds tijdens ons leven het kruis hebben gedragen, zullen wie niet licht goed weten te sterven.

3. De dood is voor de christen geen einde, maar een begin, de smartelijke doch voleindigende overgang naar het eeuwige zijn bij God. Hoezeer verlang ik, zegt Paulus , dit leven te verlaten om met Christus te zijn! Dit is toch veruit het beste ( Phil.1, 23 ). Zolang wij in het lichaam thuis zijn, zijn wij ver van de Heer ( 2 Kor.5, 6 ).

Dit is het grote verlangen dat alle heiligen heeft bezield en dat hen menigmaal als een heimwee verteerde. Ons leven moet zo zijn dat ook in onze ziel dit verlangen kan ontstaan.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee