De almacht die in ons werkt

318. Donderdag na de Zestiende Zondag na Pinksteren

Het epistel van de Zondag, een hoogtepunt van de diepzinnige brief aan de Ephesiërs , raakt ook bij herhaalde overweging niet uitgeput. Het is een program van christelijke volmaaktheid in de vorm van een apostolisch gebed. Sint Paulus laat ons zien wat hij God durft vragen voor zijn christenen. Zo bidt hij voor allen; niet voor een élite, maar voor mensen zoals wij vraagt hij de hoogste genaden, innerlijke omvorming en een mystieke kennis van het geheim van Christus’ liefde. Een van de redenen waarom de Kerk door velen wordt miskend, is dat wij het christelijke ideaal niet in zijn volheid aan de wereld hebben durven voorhouden. Wij hebben het zoveel wij konden aangepast aan de eisen van de wereld (alsof dat mogelijk was!), aan het burgerlijk fatsoen, aan de gevoeligheden van de bezittende klasse, aan gevestigde gebruiken en conventies. Maar wij vergaten dat de mens slechts voor een ideaal offers brengt en niet voor een systeem van middelmatigheid. Wij vergaten ook dat wij meer dan met de zwakheid van de mens rekening moeten houden met de almacht van God. Onze heiligheid is Gods werk in ons, „gevuld worden met de volheid die God geeft” . Zij moet daarom gemeten worden met de maat van Gods onbegrensdheid, „de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte” van Gods mysterie en „de liefde van Christus die alle wetenschap te boven gaat” . Daarom ook eindigt Paulus zijn gebed met deze prachtige lofprijzing: „Zijn macht is reeds aan het werk in ons en zij reikt verder, en oneindig verder, dan onze verwachtingen en stoutste dromen. Moge Hij verheerlijkt worden in de Kerk en in Christus Jezus, altijd en in alle eeuwigheid. Amen” ( Eph.3, 20. 21 ).

2. Gij allen die eerlijk zwoegt om te midden van de kwellingen van deze tijd het innerlijke leven te veroveren, gelooft dat Gods almacht u ten dienste staat. Gelooft dat zijn macht reeds nu „in u werkt” . Laat u niet ontmoedigen door het falen van uw zwakheid dat inderdaad ontstellende werkelijkheid is. „Hebt Godsgeloof!” — Wij stellen ons God te veel op een afstand voor en zijn almacht als ver weg of werkend in het verleden. Maar wij moeten bedenken dat zelfs de ondervinding van onze zwakheid bewijst dat Gods genade ons niet heeft verlaten. Dat wij de zonde en de ellende als hindernis gevoelen op onze weg is een gevolg van de werkzaamheid in ons van het goddelijk beginsel. God vraagt ons om te geloven. Hij wacht op ons kinderlijk vertrouwen dat het vanzelfsprekend vindt aan de almacht van zijn genade geen grenzen te stellen. En is dat niet de natuurlijkste zaak ter wereld? Is bij God niet alles mogelijk? Wij stellen ons de heiligheid voor als het resultaat van onze pogingen en het is niet verwonderlijk dat wij dan de moed verliezen. Maar zij is een geschenk van God dat Hij geeft aan wie het koninkrijk Gods weet aan te nemen als een kind ( Lk.18, 17 ). Een kind heeft de kunst van het dromen nog niet verleerd, en Gods macht overtreft onze stoutste verwachtingen, zegt de apostel.

3. Wanneer wij, christenen, durven streven naar een zuiver geestelijk ideaal, naar de heiligheid zonder bijmengsel die God ons voor ogen stelt, en wanneer wij als kinderen die niet redeneren noch berekenen op Hem vertrouwen, zullen wij Hem „verheerlijken in de Kerk en in Christus Jezus” . Eer is teer, zegt het spreekwoord. De eer van God die Hij in deze wereld aan de christenen heeft toevertrouwd, is oneindig teer en breekbaar; zij verdraagt niet de geringste onzuiverheid. Wij mogen de zaak van God niet vermengen met aardse belangen. Wij mogen de macht van Gods arm niet verkorten door ons gebrek aan geloof. De Kerk, Christus’ Bruid, moet stralen in ongerepte zuiverheid. Zij moet in deze wereld de heerlijkheid van God weerspiegelen voor allen die van goede wil zijn. Als Jezus is zij teken van tegenspraak, maar deze tegenspraak mag niet worden veroorzaakt door de kleingelovigheid en de baatzucht der christenen. Jezus zendt zijn Kerk tot de wereld zoals Hijzelf gezonden werd. Wij moeten tot de wereld gaan zoals Hij ging: arm en weerloos, nederig en zachtmoedig, van God vervuld, steunend op de almacht van God alleen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)