De beminde leerling

31. Sint Jan Evangelist 27 December

De adelaar, dat is Johannes , verkondiger der hoogste waarheden, met gestage blik schouwend het innerlijke en eeuwige Licht ( Augustinus ). Hij is de tweede heilige bij de kribbe. Na de jeugdige martelaar de grijze en wijze leraar der liefde, na de vurige getuige die blijde zijn bloed stort de apostel die, zat van dagen, zijn van de Geest vervulde woorden neerschrijft en als laatste leerling van Christus sterft na een lang leven in zijn dienst besteed. Boven dit leven zou men als motto zijn eigen woord kunnen plaatsen: „God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem” ( 1 Joh. 4, 16 ).

1. Johannes is de apostel der liefde. Eén aspect daarvan kan men ook zó en menselijker uitdrukken: hij is de leraar van de intimiteit met de goddelijke Meester, van de vertrouwelijke omgang die hij zelf als geen ander heeft genoten in de korte jaren van Jezus’ lichamelijke aanwezigheid en waaruit hij verder heeft geleefd in een verhouding, die inniger en sterker werd naarmate ze geestelijker was. Hij was de discipel van Jezus’ voorkeur, de „beminde leerling” , zoals hij zichzelf zo discreet en tegelijk zo fier aanduidt in zijn evangelie. Jezus heeft zich verwaardigd ook hierin aan ons, mensen, gelijk te zijn, dat, waar Hij allen beminde, Hij tegelijk die éne beminde met een liefde van voorkeur. Zijn blik zag in de jonge man die bijna oneindige mogelijkheid ten goede, die aanleg der godsliefde die wij, in haar volle bloei, mogen bewonderen in zijn geschriften. Hoe is die liefde Johannes ‘ geluk geweest! Als hij er in hoge ouderdom zo bescheiden, bijna tussen de regels door over schrijft, begrijpen wij enigermate wat ze voor hem heeft betekend. Onvergetelijk was zijn eerste ontmoeting met Jezus; hij heeft er zelfs het uur van onthouden. Met Petrus en zijn broer Jakobus was hij getuige van de twee grote wonderen en van Jezus’ doodsstrijd. Hij mocht bij het laatste Avondmaal rusten aan Jezus’ borst. Hij alleen van alle apostelen stond bij het kruis en ontving daar de grootste schat van de Meester: zijn Moeder. „En hij nam haar bij zich op” ( Joh. 10, 27 ). Het was geen wonder dat Johannes schreef: „Het Woord is vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond en wij hebben zin glorie aanschouwd, een glorie als van de Eéngeborene des Vaders, vol van genade en waarheid” ( Joh. 1, 14 ). Dit geluk heeft zijn ziel vervuld met een levenslange verwondering over die ontzaglijke nederdaling Gods, over het Woord dat mens is geworden.

2. Deze intimiteit met de Meester moeten wij ons echter niet te menselijk voorstellen. Johannes heeft het woord bewaard: „Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben” ( Joh. 20, 29 ). In de Mens, die hij ontmoette, zag zijn geloof het „Woord des levens” ( 1 Joh. 1, 1 ). Zijn evangelie toont ons hoe diep zijn geloof is doorgedrongen in de geheimen der verlossing, hoezeer hij „met gestage blik het innerlijke en eeuwige Licht heeft aanschouwd” , dat voor hem in Jezus was opgegaan. Door gebed en beschouwing heeft hij het zoete samenzijn met de Meester heel zijn leven voortgezet en verdiept. Het is juist hierin dat hij voor ons een voorbeeld is. Als wij in de volhardende innigheid der beschouwing durven leven, zullen wij die gelukkigen zijn „die niet gezien en toch geloofd hebben” .

Wij wagen het te zeggen, dat van alle heilige geschriften de evangeliën de voornaamste zijn, maar van de evangeliën zelf dat volgens Johannes , welks zin niemand kan vatten, die niet eveneens aan Jezus’ borst heeft gerust, en die niet van Jezus Maria heeft ontvangen, zodat zij ook voor hem een moeder is ( Origines ).

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *