De dienst van de mammon

306. Zaterdag na de Veertiende Zondag na Pinksteren

„Niemand kan twee heren dienen; hij zal of de een haten en de ander liefhebben of de eerste aanhangen en de tweede verachten. Gij moet God dienen of het geld; gij kunt niet beiden dienen” ( Mt.6, 24 ; evangelie van de Zondag).

1. Deze woorden van de Heer hebben wij reeds overwogen (meditatie 301) en ze aldus verstaan dat in het hart van de mens slechts één neiging kan overheersen. Daar God alleen recht heeft op de volkomen overgave van onze wil, moet Hij worden gediend met voorbijgaan van elke andere neiging. Deze woorden kunnen dus worden toegepast op elke liefde die zich verzet tegen de liefde voor God. Maar wij mogen hierbij toch niet uit het oog verliezen dat Jezus één afgod met name noemt, de mammon, het geld. Het is zonneklaar dat de Zaligmaker in hebzucht en gierigheid de doodsvijanden ziet van het christendom. Wanneer wij de woorden des Heren in de evangeliën overzien, moet het ons treffen hoe dikwijls en hoe ernstig Hij zijn leerlingen waarschuwt tegen de gevaren van het geld. Betrekkelijk zeer zelden spreekt Hij over die andere grote ondeugd die de mensheid teistert, de onkuisheid, maar herhaaldelijk over de gehechtheid aan geld en goed. Met de geestelijke hoogmoed beschouwt hij deze als het grote beletsel voor de zaligheid. Want wij weten dat Jezus’ denken en oordelen geheel beheerst werd door de gedachte aan God en de heerschappij van God. Indien Hij dus de geldzucht veroordeelt, betekent dit dat deze vlakweg strijdt en onverenigbaar is met de gesteltenissen die zijn leerlingen moeten bezitten om het rijk te verwerven en te verkondigen. Het aardse bezit is op zichzelf al een groot gevaar. „Hoe moeilijk zullen zij die rijkdommen bezitten het koninkrijk Gods binnengaan” ( Mk.10 ). En als de apostelen over dit woord verbaasd staan, herhaalt Jezus het met het paradoxale beeld van de kameel die gemakkelijker door het oog van een naald zou kruipen. „Toen waren zij nog meer ontsteld en zeiden bij zichzelf: „Wie kan dan zalig worden?” Jezus zag hen aan en sprak: „Bij de mensen is het onmogelijk, maar bij God niet, want bij God is alles mogelijk.” . Voor God is het zelfs mogelijk dat een rijke zalig wordt. Hij die in waarheid aan zijn geld niet vastzit kan zalig worden. Maar Jezus’ woorden betekenen dan toch minstens dit, dat onthechting te midden van weelde slechts kan bestaan door een buitengewone genade van God.

2. De veiliger weg die Hij zijn volgelingen aanraadt is dat zij van hun bezit afstand doen. Van zijn apostelen eiste Hij gewoonweg: „Verkoopt uw bezittingen en geeft er aalmoezen van. Schaft u beurzen aan die niet slijten, een onuitputtelijke schat in de hemel …” ( Lk.12, 33 ). En allen raadt Hij het aan zoals aan de rijke jongeling: „Toen zag Jezus hem teder aan en sprak tot hem: „Eén ding ontbreekt nog. Ga heen, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan en volg Mij” ( Mk.10, 21 ).

En allen die het missen kunnen, moeten toch minstens gedeeltelijk hun bezit afstaan door veel weg te schenken: „Ik zeg u: Maakt u vrienden door de ongerechte mammon, opdat, wanneer hij u komt te ontvallen, zij u mogen opnemen in de eeuwige tenten” ( Lk.16, 9 enz.). En niemand, ook hij niet die geenszins rijk is, mag bezorgd zijn om de tijdelijke dingen, zelfs niet om het noodzakelijke levensonderhoud: „Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten en drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden …” ( Mt.6, 25 ).

Laten wij deze leer van Jezus toch ernstig overwegen. Hij kent het menselijk hart. Hij weet hoezeer de mammon een god kan worden die van Christus afkeert en de mens hoogmoedig maakt en ongevoelig. Hoeveel ellende zou de mensheid bespaard zijn, als de christenen trouw waren gebleven aan deze leer van hun Meester!

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee