De geest der liefde

208. Quatertemperzaterdag van de Pinksterweek

„De liefde Gods ligt uitgestort in onze harten door de Heilige Geest, die ons geschonken werd” ( Rom. 5, 5 ; epistel, introitus ).

Laat dit de gedachte zijn waarmee wij afscheid nemen van de pinksterweek die weer ten einde spoedt: het slotaccoord dat naklinkt in ons hart, de werkelijkheid die blijft in onze ziel. Dit schriftwoord vat in zijn heerlijke dubbelzinnigheid alles samen: Gods liefde voor ons is begin en einde van het heil en van deze liefde is de inwonende Geest met zijn gaven het kostbare pand; en tevens is Hij de bron van onze liefde voor God, die door Hem wordt gewekt en ontstoken. In de Geest komen ze beide samen: de goddelijke minne en de liefde van het schepsel. In Hem „ligt de liefde Gods uitgestort in onze harten” .

1. De Heilige Geest betekent: Gods liefde voor ons en in ons. God heeft ons het eerst lief, zegt Sint Jan ( 1 Joh. 4, 10 ); daarna pas kan er sprake zijn van onze liefde voor Hem, God bemint mij . Is het verwonderlijk, dat wij gemakkelijk de ogen sluiten voor dit fundamentele feit? O, als wij er even rustig over nadenken, dan begrijpen wij dit wel.

Veronderstel, dat er zulke mensen zijn (en God geve dat het er vele waren), die in het voortdurende bewustzijn leven van deze werkelijkheid (want werkelijkheid is het), die zich niet laten afleiden door alles wat om hen heen gebeurt noch door de verlangens en angsten en zorgen in henzelf, van de gedachte, die wáárheid is: God bemint mij, — dan zien wij toch aanstonds in dat zij niet meer „gewoon” kunnen leven. Raakt dan niet alles menselijkerwijze gesproken op losse schroeven? Als ik daarvan diep overtuigd ben, wat blijft er dan over van mijn gewichtigheid en mijn zelfbehagen van mijn „prestige” en mijn gemak (en zo verder …)? Als je in de zon blijft kijken, word je blind en als je je hand in het vuur houdt, verteert hij. In het licht en het vuur de goddelijke liefde beginnen de dingen hun ware afmetingen te tonen en hun eigenlijke waarde. Dan eerst ga ik inzien, met hoe weinig recht ikzelf van liefde mag spreken en hoezeer egoïsme en lafheid en menselijk opzicht mij beheersen. Want Gods liefde is oneindig en kent geen grenzen, ook als zij gericht is op een zo ellendig en begrensd object als ik ben. Het is zuiver uit zucht tot zelfbehoud dat de natuur weigert zich aan die zon bloot te stellen.

2. Omdat God mij bemint en omdat zijn liefde goddelijk, dat is, oneindig is, alle begrip en alle maat te boven gaande, daarom laten de menselijke maatstaven ons ook in de steek bij het beoordelen der ware liefde voor God. „Gij zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en heel uw verstand” ( Mt. 22, 37 ). Zie naar de heiligen in wie de Geest zijn goddelijk spel kon spelen en die een prooi werden der goddelijke liefde. De gewone categorieën als plicht, voorzichtigheid, maathouden, conventie en zovele andere hebben hier niet meer het laatste woord. Het kenmerk der godsliefde is haar onbegrensdheid. Haar maat is: beminnen zonder maat. De arme mens, die zich in ernst wil inlaten met dit spel van de Geest, moet weten wat hij begint. Slechts wie zijn leven verliest, zla het Leven winnen en wat hij wint, is onuitsprekelijk.

Laten wij de Heilige Geest nederig en vurig afsmeken in ons hart immer meer te ontsteken het vuur der goddelijke liefde.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *