De geheime kracht van het Rijk Gods

83. Zesde Zondag na Driekoningen

„Het Rijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg dat een vrouw onder drie maten meel mengde totdat het meel geheel gegist was” ( Mt.13, 33 ; evangelie).

Het Rijk der hemelen of het Koninkrijk Gods is Gods heerschappij in ons en over ons. Het is datgene waarom Jezus op aarde is neergedaald, waarvoor Hij geleefd en geleden heeft, waarover Hij sprak en waarvoor Hij stierf, „het vuur dat Hij op aarde kwam brengen” . Het is ook datgene wat alleen waarde geeft aan ons leven: „wat baat het de mens, zo hij de hele wereld wint, maar zijn leven verliest?” Het betekent ook de ware broederschap der mensen, de volmaakte gemeenschap der heiligen. Het betekent dat God, al is het maar één ziel, zoals Hij het was in Jezus’ ziel, Koning is, Alleenheerser die volmaakt wordt gehoorzaamd, Heer die trouw wordt gediend, Liefde zonder voorbehoud bemind, Heil innig gesmaakt en onbevreesd verkondigd door woord en daad. Maar in de gevallen mens die wij allen zijn, vindt Gods heerschappij vele weerstanden: zonde, zelfzucht, lafheid, lauwheid. Het is daarom dat Jezus in zijn gelijkenissen van het Koninkrijk Gods, dat in zich de éne, onverdeelde, volmaakte grootheid is waarnaar de hele schepping (veelal onbewust) verzucht, kan spreken van een Rijk dat groeien moet en dat geweld en verdrukking lijdt. Ook de parabel van het zuurdeeg heeft deze strekking. Laten wij haar toepassen op de afzonderlijke mens.

1. Het zuurdeeg doordringt het meel geheel , al is zijn hoeveelheid veel geringer. „Weet gij niet dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg verzuurt” ( 1 Kor.5, 6 )? Zo is het godsrijk een kracht die de gehele mens met al zijn werkzaamheid en op alle gebieden des levens moet doordringen. De ware godsdienst is totalitair. De dienst van God en zijn liefde grijpen de mens aan in het centrum der persoonlijkheid van waaruit alle handelingen voortvloeien. De christen verdeelt zijn leven niet in stukken waarvan er een, de zogenaamde godsdienstplichten, aan God gewijd en de rest „vrij” zou zijn. Wanneer men de godsdienst enkel als een wet beschouwt, als een bepaalde reeks geboden, zou men wellicht zo kunnen redeneren. Na de geboden volbracht en God het zijne te hebben gegeven zou men Hem niet meer schuldig zijn. Maar wat God allereerst gebiedt is liefde. Het christendom is een religie van Geest en innerlijkheid, van genade en liefde die de mens bindt van binnen uit. Het Rijk Gods legt beslag op ons hart en onze wil en dringt vanuit die sleutelposities al onze daden binnen.

2. Want het zuurdesem verandert , het geeft door een gistingsproces een andere smaak, als het ware een andere kwaliteit aan het deeg. Zo zal ook wie zich aan die goddelijke kracht, het Rijk Gods, overgeeft, een andere mens worden. De nieuwe schepping waarvan Sint Paulus spreekt, zal zich verwerkelijken in alles. Wie door de liefde Gods is gewonnen, verkrijgt een andere, een hemelse kwaliteit in al zijn daden, ook al zouden deze uiterlijk weinig verschillen van zijn vroeger doen. De verandering behoeft niet op de eerste plaats uitwendig waarneembaar te zijn: het zuurdeeg is onaanzienlijk, onzichtbaar in het geheel. Het Rijk Gods werkt dikwijls in het geheim, onmerkbaar zelfs voor degene die eenvoudig als een kind zijn kracht ondergaat. Want ook dit wil de Heer leren in deze gelijkenissen: God is het die de wasdom geeft. God werkt in de mens die nederig is en zich openstelt voor de invloed der genade. Niet de mens is het die inwerkt op God, tenzij door de kracht van het vertrouwvol gebed dat wederom een gave Gods is. Zend uw Geest en zij zullen herschapen worden en Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)