De genade ons hoogste goed op aarde

344. Dinsdag na de Twintigste Zondag na Pinksteren

„Bedwelmt u niet met wijn waarin liederlijkheid ligt, maar wordt vol van Geest, zodat gij elkaar toespreekt met psalmen en hymnen en geestelijke liederen, van heler harte de Heer toezingend en Hem lofprijzend, altijd dankend voor alles” ( Eph.5, 18-20 ; epistel van de Zondag).

1. „Wordt vol van geest.” Meermalen hebben wij overwogen dat de genade Gods, de Heilige Geest met zijn gaven, het beginsel is van heel onze heiliging. In het epistel van de Zondag stelt de apostel tegenover de onheilige vurigheid, die de wijn en andere prikkels van aards genot ons geven kunnen, de heilige bezieling des Geestes. „Wordt vol van Geest,” gebiedt hij zijn christenen. Paulus beveelt. Hebben wij het dan in onze macht om naar believen de volheid des Geestes, vurigste wens van onze harten, deelachtig te worden? Behoort niet juist de zondigheid van de mens, zijn onmacht om het heil te bewerken door eigen kracht en zijn totale afhankelijkheid van God tot de grote leerstukken van de apostel? Toch beveelt hij: „Wordt vol van de Geest” . Wat vermogen wij hier? Wij moeten op de eerste plaats in ons het diepe en overtuigde inzicht des geloofs aankweken dat wij enerzijds zonder Jezus niets kunnen, anderzijds in Hem alles vermogen. De overtuiging van de volstrekte noodzakelijkheid en van de almacht tevens der goddelijke genade is een groot goed, de grondpijler van elk geestelijk leven dat die naam verdient. Zij berust op woorden van Jezus en van de Schrift zelf. Beide uitspraken: „Zonder Mij kunt gij niets” ( Joh.15, 5 ), en: „Ik kan alles in Hem die mij versterkt” ( Phil.4, 13 ), zijn, met betrekking tot ons heil en onze heiliging, absoluut en zonder beperking. Zij mogen daarom niet door onze menselijke wijze van denken worden verzwakt. En deze overtuiging moet niet enkel theoretisch zijn, maar levend, van invloed op ons leven en onze daden. Wanneer ik bijvoorbeeld in een retraite een moeilijk voornemen eerlijk en zuiver als Gods wil voor mij zie, mag ik niet aarzelen, al ken ik uit ervaring mijn zwakheid en ellende. Dan moet ik de moed hebben Jezus te houden aan zijn woord: Hebt godsgeloof. Dan zou het een belediging zijn van zijn goddelijke macht en liefde te twijfelen aan dat andere woord: „Ik kan alles in Hem die mij versterkt.”

2. Behalve door deze geloofsovertuiging, noodzakelijke voorwaarde om „als een held de baan te rennen” der heiligheid, kunnen wij Paulus ‘ gebod vervullen door vurige verlangens, voortdurend gebed, ingetogenheid en nederigheid. Deze gesteltenissen, zelf reeds uitwerkselen der genade, zullen ons steeds nader brengen tot de volheid des Geestes. Wie zich eenmaal laat gaan, zal in die goddelijke maalstroom immer sneller en zekerder worden meegesleurd. Als wij lijden onder onze zwakheid, als wij hevig begeren vrij te zijn en zuiver in de liefde, herinneren wij ons dan de woorden Gods: „Als gij aan uw kinderen goede gaven weet te geven, hoewel gij boos zijt, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de Heilige Geest gevan aan wie tot Hem bidden!” ( Lk.11, 13 ) — „God weerstaat de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade” ( 1 Petr.5, 5 ; Spreuken3, 34 ).

3. Dan eerst, door Gods Geest, die de Schepper en Vernieuwer is, die in ons leeft en werkt, die de beletselen overwint en de zielekrachten in beweging zet, kan er sprake zijn van geestelijk leven in de ware zin van het woord. Dan zullen werkelijk, zoals de apostel het wenst, „psalmen en geestelijke liederen” opwellen in ons hart; dan zullen wij God kunnen „danken altijd en voor alles” , ook voor dat wat ons lijden doet en wat soms onze liefste dromen schijnt te vernietigen. Want de Geest doet ons „geloven in de Liefde” . Mogen wij er toch diep van overtuigd raken: zoals Gods aanschouwing ons hoogste goed is in de hemel, zo is, zolang wij op aarde leven, de Heilige Geest en zijn genade ons kostbaarst bezit, onze hoogste waarde. Schenk ons, Moeder, door uw milde voorspraak de genade, dat wij eenvoudig en diep in deze werkelijkheden mogen geloven en dat wij in de kracht van dit geloof triomferen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)