De goddelijke deugden

297. Donderdag na de Dertiende Zondag na Pinksteren

„Almachtige, eeuwige God, geef ons vermeerdering van geloof, hoop en liefde, — doe ons uw geboden beminnen opdat wij uw beloften verwerven” (oratie van de Zondag).

1. Wij bidden om vermeerdering der drie goddelijke deugden. Zij zijn op aarde ons hoogste goed, want deze deugden zijn als geestelijke vermogens waardoor de christen rechtstreeks met God in contact kan treden. Wij geloven in God, die wij eenmaal hopen te bezitten en die wij immer beminnen willen, ook in onze broeders en zusters. Die deugden zijn onze hemel op aarde; hun volmaakte beoefening zou van dit tranendal een paradijs maken, daar zij de bron zijn van alle goede werkzaamheid. Wonderen en buitengewone gaven zijn van een lagere orde, zegt Sint Paulus : „nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de grootste van deze is de liefde” ( 1 Kor.13, 13 ). En Augustinus aarzelt niet te schrijven: „De mens die steunt op het geloof, de hoop en de liefde en op die rotsen bouwt, heeft de lezing der H.Schrift niet nodig tenzij om anderen te onderrichten, (en de bijbellezing is juist hierom van onschatbare waarde, omdat zij, goed verricht, de goddelijke deugden in ons vermeerdert). Ook zijn er velen die in de eenzaamheid die deugden beoefenen zonder boeken te lezen. Mij dunkt, dat bij hen reeds in vervulling ging wat gezegd werd: „De profetieën zullen wegvallen, de tongen zullen zwijgen, de kennis zal vergaan” (De doctr. christ.I, 37).

2. De liefde is de grootste, want zij blijft in eeuwigheid, zij alleen. Het geloof maakt plaats voor het aanschouwen, de hoop voor het gelukzalig, nimmer eindigend bezit. Maar een rechte liefde is hier niet mogelijk zonder het geloof dat ons voorlicht, en de hoop die ons doet uithouden in duisternis en droefheid. Daarom spreekt de Kerk in de tweede helft der oratie over Gods geboden en beloften: „Gods geboden beminnen om zijn beloften te verwerven” . Het geloof toont ons wat God gebiedt, laat ons in alle omstandigheden des levens zien wat God van ons verlangt. De hoop verwacht zonder wankelen de vervulling van zijn beloften. En de liefde onderhoudt de geboden niet alleen, maar „bemint” ze. Liefde is méér dan gehoorzaamheid. „Barmhartigheid wil Ik, geen offerande” ( Mt.9, 13 ). Gehoorzaamheid zonder liefde is het kenmerk van de slaaf; maar wij hebben niet de geest van slavernij ontvangen om terug te vallen in de vrees, doch de geest van kindschap waardoor wij roepen: Abba , Vader!” ( Rom.8, 15 ).

3. Zend ons, Heer, uw Geest, dat is, schenk ons toename van geloof, hoop en liefde. Zij alleen maken ons leven dragelijk, zij maken het schoon en vruchtbaar. Want uit deze deugden, uit deze uwe godsgaven geboren wordt, heeft eeuwigheidswaarde. Eén daad van zuivere liefde is meer waard dan het stoffelijk heelal en alle scherpzinnigheid van engelen en mensen. Geloof en hoop verlichten ons en wijzen de weg, zij geven ons de heilige onbevredigdheid en een diep en zuiver verlangen naar U, ons hoogste goed. „Wat bezit ik in de hemel en wat verlang ik op aarde buiten U? Mijn vlees en mijn hart bezwijkt: Gij zijt mijns harten God en mijn deel voor eeuwig” ( Ps.72, 25. 26 ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee