De heilige wil Gods

119. Maandag na de Tweede Zondag van de vasten

„Hij die Mij gezonden heeft is met Mij en Hij laat Mij niet alleen, want Ik volbreng altijd wat Hem behaaglijk is” ( Joh.8, 29 ; evangelie). „Niet iedereen die tot Mij zegt: „Heer, Heer!” zal ingaan in het rijk der hemelen, maar die de wil volbrengt van mijn Vader die in de hemel is” ( Mt.7, 21 ).

1. Wie een waarachtig christelijk leven wil leiden onderneemt iets zeer eenvoudigs. Als iemand op het aardse plan iets groots wil bereiken, is dat gewoonlijk een ingewikkelde en langdurige geschiedenis en in elk geval is dat iets waarvoor bepaalde gaven worden vereist en een samenloop van gunstige omstandigheden. Niet iedereen kan dokter worden of generaal of de uitvinder van een nieuw type vliegtuig. Zelfs vele voor aards geluk veel noodzakelijkere dingen, zoals een geslaagd huwelijk en voorspoed in zaken, zijn niet louter van onze wil afhankelijk. Maar wie een goed christen wil worden en de Heer oprecht beminnen, kán dat en hij kan het van stonde af aan. Dit ligt binnen ieders bereik: geen bijzondere talenten noch rijkdom noch protectie noch kennis zijn hiervoor nodig. Vereist is slechts de goede wil, de overgave aan God van de éne vermogen waarover wij zelf meester zijn. Wij behoeven slechts in vrijheid en liefde onze wil één te maken met de goddelijke wil. Hoe eenvoudig is dit!

Eenvoudig is het, maar gemakkelijk is het niet. „Alle schone dingen zijn moeilijk,” zeiden de oude Grieken. Een heilig christelijk leven is iets zeer schoons, het schoonste op aarde. Eén akt van zuivere liefde verblijdt God en zijn engelen en is meer waard in hun oog (en dus in werkelijkheid) dan het ganse stoffelijk heelal. Maar wat blijft het oude woord: „Wie zichzelf beheerst, staat hoger dan wie een stad bedwingt” ( Spr.16, 32 ). Waarom valt het ons zo zwaar Gods wil te volbrengen en het Jezus na te zeggen: „Wat Hem behaaglijk is volbreng Ik immer” ? Omdat wij zeer dikwijls Gods wil niet zien en omdat wij somtijds, ook al zien wij hem, de moed en de edelmoedigheid missen hem te volbrengen of te omhelzen. Licht en kracht beide zijn hier nodig, en voor de doorsnee christenmens misschien nog meer licht dan kracht. Wie Gods wil in een bepaald punt duidelijk ziet, wie een taak, een mislukking, een vernedering, een ontbering weet te zien als de aanbiddelijke wil des Vaders, zal niet licht zijn liefde weigeren. Wat belet ons te zien? Onze zelfzucht, onze uitgestortheid, onze oppervlakkigheid, ons naturalisme, in één woord ons gebrek aan geloof.

3. Maar uiteindelijk is het de liefde die hier telt. Zij heeft het laatste woord, — zoals niet meer dan billijk is: „de grootste van deze is de liefde” . zij maakt attent, zij maakt helderziend en scherpzinnig om te ontdekken wat de Beminde behaagt. Liefde is blind, zegt de volksmond, — maar in de verhouding tot God geldt het omgekeerde. Hier op aarde, waar we rondtasten in het duister van het geloof, is het de liefde die intuïtief wéét, die raadt en voelt wat de rede nooit achterhaalt. En de liefde geeft kracht om edelmoedig te willen en steeds méér te willen. God schenkt zijn licht naar de mate van onze edelmoedigheid. Steeds méér zal Jezus vragen aan wie Hem geven, steeds méér zal Hij zijn vrienden tonen de kostbare parel van de kruisigende wil Gods.

„Hoe goed is het in te zien dat Gods wil het enig begerenswaardige is en dat die wil Hem des te meer verheerlijkt naar mate hij ons kruisigt. Welk een vrede geeft dit inzicht en hoe maakt het alles eenvoudig!” ( Marie-Antoinette de Geuser ) Zijn wil is onze vrede (Dante).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *