De ijver voor uw huis …

133. Maandag na de Vierde Zondag van de vasten

Het evangelie van heden ( Joh. 2, 13-25 ) bereidt ons voor op de naderende passieweken, want het bevat reeds de kern van het conflict dat Jezus de dood zal brengen: zijn niets ontziende ijver voor de eer van God die in botsing komt met de nationalistische en huichelachtige vroomheid der leiders. Sint Jan plaatst het verhaal van de tempelreiniging wel opzettelijk aan het begin van zijn evangelie, maar het wijst de lezer, die weet hoe Jezus’ woord over de tempel door de valse getuigen werd misbruikt, reeds naar het einde.

1. Wij herkennen de zachtmoedige Meester niet. Dit vindt zijn oorzaak hierin, dat wij zijn geest niet verstaan en dat wij veelal deugd vereenzelvigen met goedmoedigheid die conflicten vermijdt. Maar er bestaat ook een heilige toorn. De mensgeworden God heeft het niet versmaad aangegrepen te worden door een ziedende verontwaardiging. Welk een toneel! Deze jonge man, nog nauwelijks in de hoofdstad bekend, alleen, die de wisselaars en de kooplieden en het vee uit de tempel geselt, die de tafeltjes omverstoot zodat de kostelijke munten door elkaar over de vloer rinkelen, die onder het oog van de priesters in één slag gevestigde gebruiken uitroeit waaraan zich reeds lang niemand meer ergerde.

Als de eer van zijn Vader is gewroken en het winstbejag onder voorwendsel van vroomheid (gruwel in zijn oog) het heiligdom is uitgeveegd, komt Jezus tot rust. En als de letterknechten die zijn geest niet verstaan, naar een „bewijs” en naar volmacht vragen, heeft Hij voor zijn eigen verdediging slechts een raadselachtige zin over, die later gemakkelijk tegen Hem kon worden uitgespeeld: „Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen verrijzen!” Hij verblindt hen die het Licht reeds verwierpen. Om zijn eigen veiligheid is Hij niet bezorgd, maar wat Hij niet kan dulden is de smaad zijn Vader aangedaan.

„Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: „De ijver voor uw huis zal Mij verteren .” En de tekst van de psalm, een van de grote messiaanse visioenen die heel het Nieuwe Testament vervullen, gaat verder: „En de smaad van die U honen valt op mij neer. Kastijdde ik met vasten mijn ziel, ’t gewerd mij tot versmading. Bekleedde ik mij met het boetekleed, ik werd hun tot schimpspreuk. Mij bespotten die zitten in de poort en de liederen der drinkers. Maar ik, ik richt mijn gebed tot U, o Heer …” ( Ps. 68, 10-14 ). En Sint Hilarius tekent hierbij aan: „Terwijl de mensen er op bedacht zijn Hem te onteren en te bespotten, blijft Hij in gebed geheel tot God gekeerd” .

2. Het moet ons opvallen dat die enkele keren dat wij Jezus’ toorn in de evangeliën vermeld vinden, deze zich telkens richt tegen de misbruiken van de vroomheid ( Mk. 3, 5 ; Mt. 15, 7 ; 23 ). Niet de zonden van het vlees wekken zijn woede op, maar huichelarijen, lippendienst, formalisme en farizese zelfvoldaanheid, want deze tasten de eer van God rechtstreeks aan. Dit zijn de dingen die zijn verterende ijver niet kan verdragen. Het is deze ijver voor de volstrekte ongereptheid van Gods eer, voor de onaantastbare zuiverheid van het rijk Gods die Hem met zijn eigen volk in conflict heeft gebracht en aan het kruis geslagen. Het is deze passie voor de wil des Vaders die de alles overheersende drift van zijn leven was, de spijs die zijn leven voedde ( Joh. 4, 34 ). De zucht naar het rijk, het verlangen naar heerschappij van God was het vuur dat Hem vervulde en dat Hij op aarde is komen brengen ( Lk. 12, 49 ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *