De kennis van Jezus I

168. Maandag na de Tweede Zondag na Pasen

Wij moeten noodzakelijk terugkomen op de woorden uit het evangelie van de Zondag: „Ik ben de goede Herder en Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader” ( Joh. 10, 14 ). Deze woorden van onze Heer, zo uiterst eenvoudig in hun formulering, zeggen de diepste dingen van het christendom. Jezus beschrijft daarin de verhouding die er bestaat tussen de Herder en zijn schapen, — als wij dit ten minste „beschrijven” kunnen noemen. En wij zouden misschien ook beter spreken van de verhouding die er tussen Jezus en de zijnen moet bestaan. Want wél zijn wij gewoon te denken dat ieder christen die in staat van genade leeft tot Christus’ kudde behoort. Maar van hoevelen geldt dat zij Jezus kennen zoals Hij de Vader kent? Dit kennen van de Heer, op zulk een wijze, blijft bij veruit de meesten latent, een schone mogelijkheid die nooit verwezenlijkt wordt, een niet vervulde belofte, zoals bloesems die verdorren en verschrompelen zonder vrucht te zetten. Dit zijn dingen die het hart met droefheid vervullen: te bedenken hoe de tijd van dit leven die onherroepelijk voorbijsnelt van deze goddelijke kansen vol is en hoe zelden de genade in een christenmens tot rijpheid komt.

Want de mogelijkheid dat wij gaan behoren tot Christus’ kudde in de diepe zin van het woord, — op de wijze die Hij als ideale werkelijkheid voor ieder onzer in de liefde van zijn Hart verborgen en gereed houdt, is de goddelijke kans van elk leven. Zulk een kans te verspelen of zelfs maar ten halve te benutten is oorzaak van grote droefheid, — voor Jezus’ mensenhart in de dagen van zijn vlees en voor onszelf, wanneer ons eenmaal de ogen opengaan voor de werkelijkheid van God — en geve de Heer dat dit geschiedt in de dagen van ons sterfelijk leven. Sunt lacrimae rerum : er zijn dingen die wenen, als geobjectiveerde smart, een tragisch zijn dat bestaan kan vóór elk bewustzijn (maar het bewustzijn volgt eenmaal onontkoombaar), zoals een kindje dat sterft en niet weet wat er gebeurt.

1. Want beseffen wij wat wij zo gemakkelijk prijsgeven voor allerlei schijn van goed? Ach, dit kennen van Jezus en door Hem gekend worden: wie zal er de heerlijkheid van vermogen te beschrijven? Wij kunnen het nauwelijks aanduiden. Geloof toch niet dat het behoort tot een min of meer sentimentele of idealistische orde van dingen en geloof óók niet dat het iets is wat gemakkelijk is of ons aangename gevoelens bezorgt. Jezus kennen een weinig zoals Hij de Vader kent (onze kleingelovigheid meent toch dit „een weinig” aan zijn woorden te moeten toevoegen) betekent: zichzelf ontledigen van alle zelfzucht en van alle zelfbedrog, zichzelf zien zoals men is en aldus zichzelf liefdevol aanvaarden. Het betekent, dat wij alle mensen en alle dingen met Jezus’ ogen gaan beschouwen. Dat wij daarom alles en allen liefhebben met de liefde, die geen eigendom zoekt en in de Heer onmetelijk rijk is, „niets hebbend en toch alles bezittend” ( 2 Kor. 6, 10 ). Het betekent, dat wij, na eenmaal onszelf met onze gebreken en begrenzingen te hebben aanvaard, de ogen sluiten voor onszelf om ze te richten op Hem alleen. En, eenzaam en gemeenzaam, gaande door het leven, dat ons vreemd is en vertrouwd tevens, diep en innig en eigenlijk onverliesbaar gelukkig te worden door Hem. Door de zekerheid dat Hij ons kent en dat wij beginnen Hem te kennen. Dit geluk is volkomen verenigbaar met smart en eenzaamheid. Het is hier zelfs onbestaanbaar zonder een gelijktijdigheid van smart die een vagevuur op aarde moet zijn. En deze van liefde en van onbegrijpelijk verlangen doortrokken kennis van de Heer bestaat niet in een rijk gevarieerd of veelkleurig, beeldrijk on in scherpe begrippen omlijnd weten. Zij is meestal begraven in de duisternis en de loden leegte van ons hart. Er zijn geen woorden voor dan zo’n enkel woord als God of Liefde. Het is alleen maar een weet hebben van Hem, een zeker zijn van Hem, een geheel steunen op Hem. Het is waarachtig het eeuwige leven door zijn genade geplant in de gebrokenheid van ons aardse zijn, een twee-eenheid van tegenstrijdigheden die zijn macht alleen kan bewerken en in stand houden.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *