De lijn in ons leven

82. Zaterdag na de Vijfde Zondag na Driekoningen

„Wie zijn hand aan de ploeg slaat en omziet naar hetgeen achter hem ligt is niet geschikt voor het Koninkrijk Gods” ( Lk.9, 62 ).

1. Het is verwonderlijk hoe weinig doelbewust de meesten van ons handelen in de dingen van het Koninkrijk Gods. Wij zijn hierin erg inconsequent. Er is te weinig geestdrift. Er is gebrek aan edelmoedigheid en offervaardigheid. Wij weten gewoonlijk heel goed wat het éne noodzakelijke van ons eist. Voorgelicht door ons geloof en ons geweten kunnen wij in de meeste gevallen gemakkelijk uitmaken wat Gods wil is, „het goede, welbehagelijkeen volmaakte” ( Rom.12, 2 ). Maar wij volgen dat licht aarzelend, niet van ganser harte, bij vlagen en tijden. Er loopt geen rechte lijn door ons leven. De voortdurende en volkomen overgave, het hartstochtelijke en verbeten najagen van de hemelse roeping, het slaafse en toch blijde volgen van het Licht dat ons voorging en blijft uitnodigen, de consequente en doelbewuste inspanning voor het Rijk van God en Christus (en wij wéten toch dat dit de enige zin is van ons leven), — dat eigenlijke en volledige ontbreekt. Wij zien maar steeds om als waren wij onzeker. Wij weten, en wij belijden het ook, dat gebed en offer de beste wapens zijn om de geestelijke strijd te strijden. Toch handelen wij telkens opnieuw alsof actie en organisatie meer betekenen. Wij geloven eerlijk dat beschouwing en kruis de machtigste middelen zijn om tot de vereniging met God te geraken. Wij weten dat de liefde de kortste en zekere weg is tot het enige doel. Maar dit zal ons niet beletten telkens opnieuw toe te geven aan onze nieuwsgierigheid en gemakzucht, onze lafheid en zelfzucht.

2. Deze inconsequentie is des te verwonderlijker omdat wij in het natuurlijk domein veel doelmatiger te werk gaan. „Waarlijk, de kinderen dezer wereld behartigen hun belangen met meer overleg dan de kinderen van het licht” ( Lk.16, 8 ). Efficiëntie, rationeel geleide arbeid en ook toewijding en gemeenschappelijke inspanning voor het eenmaal omhelsde ideaal, daarvan toont ons de wereld vele bewijzen. De beginselen van het godloze communisme bijvoorbeeld zijn voor ons grotendeels onaanvaardbaar, maar menig katholiek die zich tevreden stelt met de gemakkelijke houding van volstrekte afwijzing en volhardt bij zijn veilig bezit, kan leren van de gemeenschapszin en de onbaatzuchtigheid die vele overtuigde aanhangers van dit systeem bezielt. En talloze strijders van alle nationaliteiten hebben tijdens de oorlog voor hun vaderland spontaan de grootste offers gebracht.

2. Wat is de reden van dit verschil in gezindheid waar het Rijk Gods in het geding komt? Natuurlijke idealen spreken de natuurlijke mens aan en daarom spreken zij gemakkelijk aan. Zij doen een beroep op zijn menselijke aspiraties. Zij zetten onmiddellijk (zonder overschakeling of „midden” ) zijn zinnen, zijn gevoel en verbeelding in beweging. Jezus’ ideaal is bovennatuurlijk. Men kan in de zinnelijk-waarneembare en natuurlijke orde daarvan analogieën of symbolen ontdekken. Maar in de kern neemt alleen het geloof dit ideaal waar. En daarom zal wie niet ten volle gelooft, altijd weer omzien, want Jezus zegt hem te weinig. Slechts wie waarachtig in de Heer gelooft, zal door dit ideaal in beslag worden genomen zó dat het hem uit en boven zichzelf sleurt en bezit van hem neemt. Dan eerst kan er sprake zijn van overgave wanneer een mens plotseling ontdekt hoe klein hij eigenlijk is en hoe onbelangrijk, wanneer hij ziet dat hij alleen belangrijk kan zijn door de betrekking tot iets anders, tot Iemand anders, die alle dingen hun waarde geeft door hun verhouding tot Hem. Dan zal er geestdrift komen, doelbewust handelen en geduldig verduren: de geschiktheid voor het Koninkrijk van God.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee