De Moeder van Jezus

89. Zaterdag na de Zesde Zondag na Driekoningen

Wij willen de kerstkring niet besluiten zonder nogmaals een blik te werpen op haar die aan de wereld de Zaligmaker heeft geschonken. Zij was in al deze weken aanwezig in de geschiedenis van ons heil en in de viering der liturgie. Tijden de dagen der adventsverwachting heeft de Kerk met haar vurig verlangend uitgezien naar de komst van de Heiland. Op het kerstfeest mochten wij Jezus uit haar handen ontvangen. Op het feest van Driekoningen hebben wij tezamen met de wijzen het Kind gezocht en met zijn Moeder gevonden. En in de weken na Verschijning waarin het mysterie der godsopenbaring zich voor ons ontvouwde als de bladeren van een wonderbare bloem, was zij het steeds die het Kind aan de mensheid toonde. Zwijgend, en op de achtergrond, maar altijd in de houding der alheilige Godsmoeder, de weg wijzend tot het leven dat zij draagt op haar armen.

Zo ziet de liturgie haar en zo is de werkelijkheid die voortleeft in het mysterie der Kerk zelf. De Kerk is, evenals de heilige Maagd, de vruchtbare moeder die Christus naar de geest baart in de zielen van ontelbare kinderen. Reeds Sint Augustinus schreef: „Geestelijkerwijze is Maria de Moeder van Christus’ ledematen, dat is, van ons. Want door haar liefde heeft zij medegewerkt aan de geboorte in de Kerk van de gelovigen die de ledematen zijn van het Hoofd, — en naar het vlees is zij Moeder van het Hoofd zelf.” Door haar liefde heeft zij medegewerkt tot onze bovennatuurlijke geboorte. Vanaf de dag dat zij in haar geest de boodschap van de engel aanvaardde en het Woord Gods ontving, heeft zij met het goddelijke mysterie der verlossing medegeleefd in grote liefde. De heilige Schrift leert ons dat ook zij geleidelijk dieper inzicht verkreeg in het geheim van haar Zoon. Maar haar geloof en haar overgave waren van de aanvang af volkomen. In die overgave is zij door God geleid van smart tot grotere smart en tot het hoogste offer. Haar liefde heeft niet gewankeld. Zij heeft met onmetelijke moed al de consequenties van haar Fiat aanvaard, tot de meest onvermoede, tot zij stond bij het kruis. Zij stond daar en wankelde niet.

Haar geestelijke eenheid met Jezus heeft alles overtroffen wat wij ons denken kunnen. Het evangelie verhaalt hoe eens, tijdens Jezus’ openbaar leven, een volksvrouw, door het spreken van de Meester in vervoering gebracht, Hem onderbreekt en „temidden van de menigte” luid haar stem verheft om Hem zalig te prijzen. „Zalig de schoot die U heeft gedragen en de borsten die U hebben gezoogd!” Maar Hij zeide: „Zalig veeleer die luisteren naar Gods woord en het bewaren” ( Lk.11, 27. 28 ). Wederom is het Sint Augustinus die reeds begreep hoezeer deze woorden van Jezus, ondanks alle schijn van het tegendeel, de hoogste lof op zijn Moeder inhouden. „De band van het moederschap zou Maria niet hebben gebaat, indien zij er geen groter geluk in gevonden had Christus in haar hart te dragen dan in haar schoot. Zaliger was zij door het geloof in Christus dan door het vlees van Christus.” Dit een-zijn met de geest van Christus, bezegeld door het bloed van het kruis en onvergankelijk voltooid door haar hemelse verheerlijking, maakt haar tot onze Moeder naar de Geest. Zij leidt ons binnen in het mysterie van Christus en het mysterie van de Kerk. Zij moge ons de weg wijzen tot de vereniging van onze geest met de zijne. Zij moge ons leiden en vasthouden in het duister van onze aardse weg. Zij moge ook ons de moed geven om niet te wankelen in het geloof aan haar Zoon, en de kracht Hem aan te hangen in overgrote liefde.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee