De navolging van Christus I

234. Donderdag na de Vierde Zondag na Pinksteren

„En Hij riep de menigte, met zijn leerlingen, tot zich en zeide tot hen: „Als iemand mijn volgeling wil zijn, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen” ” ( Mk. 8, 34 ).

1. Er is niets wat ons zozeer aanspoort tot edelmoedige inspanning in de dienst des Heren en ons tegelijkertijd behoedt voor alle zelfvoldaanheid als het goddelijk ideaal als de navolging van Christus. Jezus sprak dit sterke woord „tot allen” ( Lk. 9, 24 ). Hij nodigt iedereen uit zijn rijk binnen te treden, maar het is dan ook een onontbeerlijke voorwaarde voor wie Jezus’ volgeling wil zijn, voor wie „achter Hem aan wil komen” , dat hij werkelijk bereid is Christus te volgen tot in de kruisdood om wille van het rijk Gods en het evangelie . Zo iemand moet „zichzelf verloochenen” . Dit betekent: hij moet met zichzelf geen rekening houden, niet aan zichzelf denken of toch pas op de tweede plaats aan zichzelf denken. De eerste plaats moet altijd zijn voor God en de naaste. Zo iemand moet „zijn kruis opnemen” en het zijn Meester achterna dragen, „dagelijks” ( Lk. 9, 24 ). Dan eerst gelijkt hij op Jezus die ons voorging in de kruisdood. „Het kruis opnemen” : deze uitdrukking moest in Jezus’ tijd voor zijn toehoorders het beeld oproepen van de ter dood veroordeelde die op weg was naar de vreselijke terechtstelling der kruisiging. Daarmee werd dus de mens aangeduid die door niets meer aan het aardse leven was gebonden, die alles leed en alles verloren had, die alleen nog het naakte leven bezat dat hij weldra zou afleggen. Als zo iemand moeten Jezus’ volgelingen zich beschouwen en gedragen. Zó los en bevrijd moeten zij staan tegenover al het aardse, tegenover het leven en zichzelf. Dit is de prijs van de ware navolging. Is het verwonderlijk dat Sint Paulus schrijft en „onder tranen herhaalt” : „Velen leven als vijanden van Christus’ kruis” ( Phil. 3, 18 )?

2. Dit is dus allereerst de navolging van Christus: het niet beter willen hebben dan Hij , – uit liefde. „De leerling staat niet boven zijn meester, noch de slaaf boven zijn heer” ( Mt. 10, 24 ). „Volg naakt de naakte Christus” ( Navolging van Christus ).

Eerst hij die zich blind staart op dit verheven en absolute voorbeeld, op deze norm van elk christelijk leven, begint de onmetelijke afstand te beseffen, welke hem scheidt van zijn einddoel. En alleen hij die gegrepen is door persoonlijke liefde voor zijn Meester, wiens liefde voor God vlees is geworden in de liefde tot Christus (zoals de liefde Gods zichtbaar verschenen is in Christus’ Vlees), zal zich opmaken de smalle weg te gaan die leidt tot het heil. God heeft ons geen wetten gegeven zoals aan de Joden in het Oud Verbond ; Hij heeft ons zijn Zoon geschonken, Jezus Christus, door wie „de genade en de waarheid zijn gekomen” ( Joh. 1, 17 ). Een Mens is ons gegeven, die ons liefheeft en die wij beminnen mogen en navolgen, wiens lot en leven wij mogen delen.

Het was voor de heiligen een onverdraaglijke gedachte, dat hun leven te weinig geleek op dat van hun geliefde Meester. Armoede, versmading en de dood zelf zochten zij als het grootste geluk. Hun uitzinnigheid vindt haar afdoende verklaring in een liefde, die zo sterk was, dat zij somtijds lichamelijke gelijkenis voortbracht in de wondetekenen der gestigmatiseerden. Natuurlijk zijn dit uitzonderingen, maar God heeft deze wonderen onder ons gewerkt om ons allen te tonen, hoezeer liefde de enige weg is tot ware navolging. Laat ons nog heden beginnen met simpele plichtsbetrachting en eenvoudige deugdoefeningen uit liefde voor Hem , en bidden wij God vurig om de gelijkenis met Jezus. Als zijn kinderen erkent Hij alleen hen die „gemodelleerdzijn naar het beeld van zijn Zoon” ( Rom. 8, 29 ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *