De navolging van Christus III Geringheid en dienstbetoon

236. Zaterdag na de Vierde Zondag na Pinksteren

„Jezus riep hen (zijn apostelen, die getwist hadden over de eerste plaatsen in zijn rijk) bij zich en zeide: „Gij weet dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en hun rijksgenoten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn en wie onder u de eerste wil wezen, moet uw knecht zijn. Gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” ( Mt. 20, 25-28 ).

„Laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester en allen zijt gij broeders. Noemt ook niemand op aarde vader, want één is uw Vader die in de hemelen is. Laat u ook niet de titel van leraar geven; want één is uw Leraar, de Christus. De grootste onder u moet uw dienaar zijn. Wie zich verheft, zal vernederd worden en wie zich vernedert, zal worden verheven” ( Mt. 23, 8-12 ).

„Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uwe zielen” ( Mt. 11, 29 ).

„Indien er enig beroep op u gedaan mag worden in Christus …, maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn …, door niets uit partijzucht of ijdele glorie te doen, maar ootmoedig een ander hoger te achten dan u zelf, door niet alleen op uw eigen belang te letten, maar ook op dat van anderen bedacht te zijn. Laat deze gezindheid onder u heersen zoals u ook past in Christus Jezus …” ( Phil. 2, 1-5 ).

1. Het zou gemakkelijk zijn aan deze teksten nog andere van dezelfde strekking toe te voegen. Zij vinden alle hun hoogtepunt in het verhaal van Sint Jan , waar de Heer zijn dringende vermaning op de laatste avond van zijn sterfelijk leven kracht bijzet door die geste van roerende nederigheid, de voetwassing van zijn discipelen. „Begrijpt gij wat Ik aan u heb verricht? Gij noemt Mij Meester en Heer. Terecht; want Ik ben het. Wanneer dus Ik, de Heer en de Meester, u de voeten was, dan moet ook gij elkander de voeten wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij zoudt doen, zoals Ik u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn meester; een gezant niet meer dan hij die hem zond. Nu gij dit weet, zult gij ook gelukkig zijn, als gij er naar handelt” ( Joh. 13, 13-17 ).

2. Het is duidelijk, dat Jezus van ons niet enkel een innerlijke nederigheid tegenover God vraagt, maar ook een daarop gebaseerde ootmoedige en dienstvaardige houding tegenover de evenmens, overeenkomstig zijn eigen voorbeeld. Ook in dit punt zal elke echte navolging van Christus zich op welsprekende wijze uiten. En wederom zijn de levens der heiligen daar om dit te bewijzen. Van hoevelen lezen wij in het brevier, dat zij abiecta quaeque ministeria , het vuile werk, het abjecte en onaangename dienstwerk zochten zoals anderen genot najagen? En dit niet uit een ziekelijke zucht zichzelf weg te werpen of een soort minderwaardigheidsgevoelen, maar gedachtig de geboden des Heren zochten zij Hem gelijkvormig te worden die gekomen was om te dienen. Heiligheid bestaat waarachtig niet in louter idealistische innerlijkheid, maar in de gehele mens omvattende daad en leven. Wie Jezus bemint, zal zijn geboden vervullen en op Hem willen gelijken, wat het de natuur ook moge kosten. Hij neemt de woorden van de Meester aan met ernst en eerbied en gaat ze tot werkelijkheid maken in zijn eigen omstandigheden en naar de maat van zijn krachten, wetend dat God zijn zwakheid geleidelijk zal aanvullen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *