De onzichtbaar werkende

202. Pinksterzondag

„De wind waait waar hij wil en ge hoort zijn gesuis; maar ge weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zo gaat het iedereen die uit de Geest is geboren” ( Joh. 3, 8 ).

„O allerzaligst Licht, vervul het binnenste van uw gelovigen” (sequentie).

1. In het epistel wordt ons verhaald hoe de Heilige Geest over de leerlingen nederdaalde onder geruis als van een hevige windvlaag, en hoe vurige tongen zich vertoonden en zich neerzetten boven ieder der aanwezigen. Wat oog en oor hier waarnamen was niet de Geest zelf, doch slechts begeleidend zinnebeeld van zijn machtige en geheel bijzondere werking. Het was ook door God bedoeld als een middel om de aandacht der mensen te trekken en zo van deze eerste, wonderbare uitstorting des Geestes een grootse manifestatie te maken die zou bijdragen tot de stichting der eerste Kerk. Maar de Geest zelf is de bij uitstek Onzichtbare , die niet, zoals de Zoon, in mensengedaante op aarde wordt gezonden, doch onzichtbaar in de harten der herborenen wordt uitgestort. En al gaat thans deze zending des Geestes gewoonlijk niet meer met uiterlijk waarneembare tekenen gepaard, zij heeft even waarachtig plaats als in de eerste tijden der Kerk. Even waarachtig en even krachtdadig voor wie zijn hart weet te openen. „Zie, de hand des Heren is niet verkort” ( Is. 59, 1 ). Maar de komst van de onzichtbare God en zijn werking in onze harten is bij uitstek een mysterie des geloofs , omdat onze zinnen hier geheel geen houvast vinden. Het is hierom ook, dat niet alleen de wereldse en natuurlijke mens, maar ook de middelmatige christen achteloos aan dit goddelijk geheim voorbijgaat. Pinksteren „zegt hem zo weinig” . Dit feest, hemelse geneugte der inwendige zielen, spreekt niet tot zijn verbeelding. De mens die aan de oppervlakte leeft en aan de periferie van zijn wezen, die nooit of slechts vluchtig inkeert tot zijn hart waar de goddelijke Gast verblijf heeft gekozen, zal op aarde nimmer beseffen, welke parel voor zijn voeten lag en door hem versmaad werd. Op gevaar af eentonig te worden moeten wij immer opnieuw onszelf voorhouden: leef inwendig ! Vlucht de nutteloze en schandelijke verstrooiing, wees stil en luister, wees aandachtig, wees verlangend en edelmoedig voor God, levend in uw ziel.

2. Want de Heilige Geest die de grote Onzichtbare is, is tegelijkertijd de machtig Werkende in wie zich bewerken láát. Hij is de „scheppende Geest, de Vinger des Vaders rechterhand” , de goddelijke Kunstenaar der zielen die kapt en houwt, vormt en hervormt en polijst en glanzen doet. Maar wederom: de mens is geen dood materiaal, doch een levende wezen met verstand en vrijheid, een persoon van wie persoonlijke medewerking wordt gevraagd, die is, de overgave der liefde. Slechts hem, die met soepele en sterke wil, met trouw en volgzaamheid altijd opnieuw en keer op keer zich geeft aan de goddelijke wil die Liefde is, zal de inwonende Geest geleidelijk herscheppen tot een meesterwerk der genade. Slechts hem dus die lijden wil uit liefde, die zich offeren wil met Jezus’ offer, en sterven met Jezus’ dood. Want de Heilige Geest blijft immer de gelijkvormigheid met de Heer: godmenselijke volkomenheid nagebootst en als met duizenden stralen weerkaatst in alle trouwe zielen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *