De plaatsen van Gods voorkeur

281. Dinsdag na de Elfde Zondag na Pinksteren

„God is in zijn heilige woon” , zingt de introitus van de Zondag ( Ps.67, 6 ). Welke is die zalige plaats waar God verblijft? Wij denken aan de hemel of ook aan het kerkgebouw, waar de eucharistische tegenwoordigheid van Christus ons hart verheugt. Maar wij moeten bedenken dat God overal tegenwoordig is, of, willen wij ons helemaal nauwkeurig uitdrukken, dat Hij nergens is op onze wijze, daar Hij onmetelijk is en door geen plaats of ruimte begrensd kán worden. Toch mogen wij ons menselijkerwijze de tegenwoordigheid Gods voorstellen ook op bepaalde plaatsen, daar zijn oneindig wezen liefdevol werkzaam is in alle schepselen en in sommige schepselen op een geheel bijzondere wijze.

1. Zó werkt Gods macht en goedheid in is Hij dus aanwezig in zijn Kerk . Ik bedoel dan niet enkel het gebouw dat Hem is gewijd, maar vooral het geliefde godsvolk, dat Hij zich van eeuwigheid heeft uitverkoren. Christus heeft gezegd: „Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden” ( Mt.18, 20 ). En Sint Paulus schrijft: „Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Als iemand Gods tempel schendt, zal God hem schenden. Heilig is die tempel Gods, die gij zelf zijt!” ( 1 Kor.3, 16. 17 ). De gemeenschap der gelovigen, niet het samenzijn zonder meer, maar de vergadering „in Christus’ naam” , de eenheid in de geest der liefde is heilig. Dáár is God aanwezig, dáár werkt zijn machtige goedertierendheid heel bijzonder, niet wanneer de christenen slechts lauw en flauw en als toevallig bij elkander zijn, door sleur of menselijk opzicht te samen gebracht, maar wanneer zij, bewust van hun gemeenschappelijke roeping, één van hart en geest, dezelfde idealen nastreven: de eer des Vaders, het rijk van Christus, de genade van de Heilige Geest. Niet uiterlijk is die eenheid der Kerk, niet een kudde-achtig stromen uit de zondagse diensten, terwijl ieder individu of iedere groep heimelijk maar machtig door zijn eigen verlangens wordt voortgedreven en zijn eigen interessen meent te hebben, afgescheiden van Christus en zijn broeders en zusters in Christus; zij is veeleer een uitwendige èn inwendige, heilige, in God gevestigde gemeenschap die streeft naar Jezus’ ideaal: „Heilige Vader, bewaar hen in uw naam die Gij Mij hebt gegeven, opdat zij één zijn zoals Wij ( Joh.17, 11 ), en die een voorafbeeldende werkelijkheid is van wat Johannes hoorde: „Zie de woontent Gods bij de mensen. Hij zal zijn tent bij hen spannen. Zij zullen zijn volk zijn, Hij: God met hen” ( Openb.21, 3 ). In zulk een eenheid, ook van slechts twee of drie, „woont God” . Niet het aantal schept de heiligheid, maar de innerlijke kracht van het leven „in Christus’ naam” .

2. Nog een plaats waar Gods liefde bij voorkeur verwijlt: het heiligdom der Hem toegewijde ziel . „Wie de Heer aanhangt, is één geest (met Hem)” ( 1 Kor.6, 17 ). Ook daar is Gods heilige woon en het lustoord van zijn voorliefde, in de ziel die Hem aanhangt, die zijn minste wensen tracht te voorkomen, die diep bedroefd is over de geringste afwijking van de Geest der liefde, die zoekt, die waarachtig zoekt: Hem alleen. Over haar spreekt de Heer: „Deze is mijn rustplaats voor eeuwig; hier wil Ik wonen, want haar heb Ik begeerd. Haar mondkost zal Ik rijkelijk zegenen, haar armen verzadigen met brood. Haar priesters zal Ik bekleden met heil …” ( Ps.131, 14-16 ). Een rustplaats voor God en een lustoord is zulk een ziel die zelve leeft in strijd en smart en duisternis, onvermijdelijk voor wie in deze ballingschap de liefde trouw wil blijven; doch dit lijden wordt omgetoverd in puur goud, flonkerend voor de Heer, onzichtbaar nog voor de lijdende liefde op aarde.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)