De sterke en zoete toekomst

105. Maandag na Quinquagesima

„Zij aten en werden ten volle verzadigd en hun verlangen vervulde de Heer; zij werden niet teleurgesteld” ( communio ).

De Kerk last op Zondag Quinquagesima na de communio een gezang in, ontleend aan de beschrijving van Gods wonderen voor zijn uitverkoren volk in Ps. 77 . Het is een voor het communiegezang zeer toepasselijke tekst, die verhaalt, hoe de Heer zijn volk in de woestijn op wonderbare wijze spijzigde met manna en wachtels om hen te sterken voor de moeilijke en lange tocht door de wildernis naar het Beloofde Land. Volle verzadiging schonk Hij hun, méér dan hun stoutste droom, méér dan hun opstandig begeren naar Egypte’svleespotten kon verwachten. Wij willen in deze dagen, nu in vele kerken het sacrament ter aanbidding is uitgesteld, ons bezinnen op de heilige eucharistie als het voedsel onzer zielen.

1. De heilige communie is onze teerkost voor de moeilijke weg door de woestijn van het aardse leven. Zonder deze spijze zouden wij de zware reis niet kunnen maken; onze ziel zou van uitputting verkommeren en omkomen in de wildernis van deze wereld. Zijn de wereld en het leven een woestenij? Wij weten door de openbaring, dat zij door God zijn geschapen. Maar in het licht der eeuwige waarheid weten wij ook, dat de mensheid door de zonde van haar Heer is afgedwaald en dat de wereld wordt beheerst door godvijandige machthebbers ( 1 Kor. 2, 8 ; 1 Joh. 5, 19 ). Dit betekent niet, dat het leven en de aarde boos zouden zijn. God heeft de wereld zo lief gehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft overgeleverd aan de dood. Hij wil, dat alle mensen zalig worden. Maar het betekent wel, dat de vorst dezer wereld, al werd hij door Christus’ kruisdood onttroond, tot aan de wederkomst des Heren over de ongelovigen zijn macht blijft uitoefenen en dat de wereld de christenen vervolgt. Het is daarom, dat het leven van de christen een beproeving is en zijn reis naar de eeuwigheid aan vele gevaren blootstaat. Een krachtig voedsel gaf Hij ons voor deze pelgrimstocht. Voor ons allen is de sterke spijze de eucharistie bereid door de liefde van onze Zaligmaker, die zijn schapen kent en hen voeden wil en drenken en hun verlenen „leven in overvloed” .

2. De heilige communie is ook een zoete spijs, een teerkost voor de reis naar het vaderland, aroma des hemels geurend voor wie „te proeven weet hoe zoet de Heer is” ( Ps. 33, 9 ). Zij is het onderpand der gelukzalige eeuwigheid. Zo dikwijls wij het lichaam des Heren nuttigen, moeten wij bedenken, dat wij hier geen blijvende woonplaats bezitten. Onder de sluier van zinnebeelden geeft de Heer zichzelf aan hen die nog wandelen in het geloof, mét de belofte van de aanschouwing. Het is dezelfde Heer, die wij in de hemel mogen zien van aanschijn tot aanschijn en die we hier ontvangen onder de nederige gedaanten.

Moge dan, o zoete Jezus, sterke God, die de wereld overwonnen hebt, deze hemelspijs, dit brood der engelen ons bewaren voor alle bederf van de ijdelheid der wereld en van de boze zelfzucht, — en mogen wij door „dit krachtig voedsel en deze felle drank” ( Sint Ambrosius ) in het diepst van onze ziel worden opgewekt tot een vurig en standvastig verlangen naar het ononderbroken „zijn bij U” . O Heer, Bron van het eeuwige leven, Bron der levende wateren, zuiver en sterk in ons dit verlangen, wakker het aan tot een felle brand en een gelouterd vuur.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *