De terugkeer naar het Paradijs

44. Octaaf van de Verschijning des Heren

In de zevende les van de vierde dag onder het octaaf van de Verschijning des Heren geeft Sint Gregorius de Grote ons een typisch voorbeeld van die allegorische schriftverklaring die onder onze generatie veelal in discrediet is geraakt, maar waarvan wij toch minstens moeten toegeven dat zij op pakkende en concrete wijze eeuwige waarheden weet te belichten. Het evangelie van Driekoningen verhaalt hoe de Wijzen, na in groot geloof het Kind Jezus aanbeden en Hem hun kostbare gaven aangeboden te hebben, van God een waarschuwing ontvangen die het boze plan van Herodes moet verijdelen. De tekst gaat letterlijk voort: „En in een droom gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, keerden zij langs een andere weg naar hun land terug” ( Mt. 2, 12 ). Hierbij tekent Gregorius in zijn tiende homilie op de evangeliën aan: Ons land is het paradijs. Sinds wij Jezus leerden kennen, kunnen wij daarheen niet langs dezelfde weg terugkeren waarlangs wij gekomen zijn.” Sint Ambrosius bewerkt hetzelfde gegeven op analoge manier: „De Wijzen keren langs een andere weg terug: die Christus hadden gezien en leren kennen, keren beter terug dan zij gekomen waren. Er zijn namelijk twee wegen: een die leidt tot het verderf en een andere die voert tot het Koninkrijk. Gene is de weg der zondaars die leidt naar Herodes . Déze weg is Christus waarlangs wij terugkeren naar ons vaderland. Hier verblijven wij immers maar tijdelijk, zoals er geschreven staat: Vreemdeling gevoelde ik mij zeer”

1. Voelen ook wij ons vreemden op aarde? Lijden ook wij aan het bewustzijn dat ons tehuis elders is? Of komt zulk een gedachte slechts vaag in ons op en voornamelijk dan, wanneer het ons slecht gaat, wanneer niet wij ons van de wereld hebben afgekeerd, maar deze zich afwendt van ons, zoals haar aard is? Meen niet dat deze gedachten alleen goed zijn voor zwakke zielen, een troost voor gedesillusioneerden, opium voor mislukkelingen. In de christelijke oudheid was deze overtuiging gemeengoed voor velen, werd zij gevoeld en ervaren als levende werkelijkheid des geloofs. Mannen als Ambrosius en Gregorius waren waarachtig geen slappe karakters. Zij stonden vooraan in het leven van hun tijd waarin zij machtig ingrepen. Ook Sint Paulus , actieve en beweeglijke natuur als geen ander, werd verteerd van verlangen naar Christus’ nabijheid. Maar wij voelen ons thuis op aarde, omdat ons geloof niet helderziend genoeg is om de voosheid te doorschouwen van de duizend dingen die ons binden en onze wil de edelmoedigheid mist die banden te verbreken.

2. De overtuiging van de christen-pelgrimstaat op aarde wordt gedragen door de hoop op de verlossing. De kerkvaders zagen deze als een herovering van Christus’ genade van het paradijs. Jezus’ dood en verheerlijking hebben de weg weder opengebroken. Maar het is een andere dan die waarlangs wij kwamen, toen wij het paradijs verloren: de weg van de opstand tegen God en de ongehoorzaamheid. Alle mensen zoeken het paradijs, want allen streven naar geluk. Doch de meesten kiezen de verkeerde weg, die leidt tot de dood en niet tot de boom van het eeuwige leven. Zij grijpen de vrucht die vlak voor hen ligt, zij slaan de gemakkelijke weg in van de geringste weerstand. Zij echter die door het geloof Jezus waarlijk leerden kennen, kunnen die weg niet meer gaan. Zij weten dat sinds zijn zalig lijden de boom des levens de gedaante heeft aangenomen van het kruishout. Langs Christus’ kruis alleen loopt de weg ten leven. In deemoed en lijden om Hem en met Hem opent zich het paradijs reeds nu voor hen die zich losmaken van deze wereld. „Men gaat het paradijs binnen niet morgen, niet overmorgen, niet in tien jaren. Vandaag nog betreden wij het paradijs, zo wij arm zijn en gekruisigd” ( Léon Bloy ).

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *