De uiterste liefde

150. Witte Donderdag

Op dagen als deze is de beste overweging die welke bestaat in een godvruchtige en innige viering van de mysteriën der liturgie, in de geest van de Kerk. Bij een minimum aan goede wil zal het ons weinig inspanning kosten in goede gesteltenis te geraken en te blijven, — of liever, de hemelse schoonheid van deze dag zal onze harten overrompelen en overweldigen en vervullen met liefde en dankbaarheid. Welk een dag! De gedachte aan de instelling der eucharistie overheerst heden alles, ook daar waar zij niet wordt uitgesproken. „De zijnen die in de wereld waren had Hij altijd bemind, nu had Hij hen lief ten uitersten” ( Joh. 13, 1 ; evangelie). De herinnering aan die liefde doordringt nu alles. Zij maakt de Witte Donderdag. Want heden is die eerste dag der eucharistische liefde teruggekeerd, zuiver en ongerept, in de prilheid van de lente. De gedachte aan het lijden is voor enige uren teruggeweken (maar niet verdwenen). wij voelen ons als de apostelen die het lichaam en bloed van Christus ontvingen, voor de eerste maal. Wij zijn nu werkelijk als de leerlingen, nog wat verward door die ontstellende nederigheid van de Meester die op eens hun voeten wilde wassen en geschrokken door de aankondiging van het verraad. Zij worden de sfeer gewaar van het afscheid die over deze samenkomst hangt: teder en weemoedig. En zij vatten nog niet helemaal wat de Meester bedoelt: „Dit is mijn lichaam dat voor u wordt overgeleverd.” Maar zij voelen de liefde ten uiterste die Hem bezielt, een geheel nieuwe liefde wordt hun openbaar, een die gaat tot een onbegrijpelijk wegschenken van zichzelf. En zij nuttigen tezamen het lichaam en het bloed, in een gemeenschap die hen verenigt en die hun te boven gaat en die zij later pas zullen verstaan als de eenheid en de kracht van zijn liefde die alles overheerst.

Ook wij gaan heden gezamenlijk naar die tafel die altijd dezelfde is als die van dat laatste avondmaal, van dat eerste en enige liefdemaal; want de eenheid van zijn liefde die alle begrip overtreft, verbindt ook ons tezamen, in Hem .

2. Als wij van de tafel des Heren zijn teruggekeerd, verzadigd van een liefde die wij niet verstaan, bedwelmd door een geluk waarin wij geloven zonder het te doorgronden, — dan snijdt door ons hart de droefheid van het verraad. Er loopt een rode draad van smart door de witheid van deze dag. Heden begint Jezus’ zalige passie maar zij vangt aan met de trouweloosheid van een der uitverkorenen. De kus van Judas schrijnt op zijn gelaat. De helse omhelzing heeft het dierbaar lichaam overgeleverd aan de dood. En wij huiveren om het geheim der boosheid. Mysterie van ongerechtigheid, — en mysterie van liefde. De liefde die de folteringen door beulshanden duldt kunnen wij nog bijna begrijpen „want zij weten niet wat zij doen” , maar de grondeloze Afgrond die het verraad van de vriend verdraagt, blijft voor ons louter goddelijk geheim. Goddelijke liefde waaraan geen mensenhart voldoet.

De gedachte aan deze boosheid hult ook vandaag onze vreugde in de vrees die ons aardse bestaan heilzaam moet doortrekken. Want wij weten dat méér dan het bruut geweld van ongelovigen het verraad van zijn vrienden Jezus’ mystiek Lichaam verscheurt en de erkenning van zijn liefde — van de liefde tot het uiterste — tegenhoudt. Wij weten ook dat onze liefde slechts kan bestaan zo zij gedragen wordt door de zijne en gevoed door het (vuriger en vol innig vertrouwen): „Laat mij niet van U gescheiden worden” .

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *