De vrede van Christus

79. Woensdag na de Vijfde Zondag na Driekoningen

„De vrede van Christus waartoe gij in één lichaam zijt geroepen, regere in uw harten” ( Kol.3, 15 ; epistel van de Zondag).

1. Wederom is dit allereerst een vermaning tot de volheid van de broederlijke liefde die in de eenheid van het mystieke lichaam van Christus haar rijpe vrucht moet voortbrengen: de vrede , dat is de rust der orde, de evenwichtige toestand van wederzijds begrip, eensgezindheid en krachtdadige charitas . „Bekleedt u, zoals past aan door God uitverkoren heiligen en geliefden, met innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid” (epistel). Vrede betekent niet enkel afwezigheid van oorlog en het einde van twist en strijd, maar hij sluit een positieve volheid in: een geestelijk klimaat waar de liefde gedijt en welig groeit. Vrede betekent niet een met moeite verkregen wankel evenwicht, maar een gevestigde orde der gemeenschap die streeft naar het goede. Zo zou het ten minste moeten zijn. Waar wij, door ervaring geleerd, in een vrede der wereld moeilijk meer kunnen geloven, moeten wij toch trachten naar Christus’ vrede in de eenheid van zijn Lichaam. En bidden dat dit bovennatuurlijke goed waarvoor Hij zijn Kerk heeft gesticht, niet verloren ga door onze schuld, door onze overgrote schuld.

Deze christelijke vrede is slechts mogelijk door een gelijkgericht streven van geestelijk gelijkgezinden, en door veel geduld en verdraagzaamheid. Want het tragische lot van Adams kinderen brengt mee dat zelfs zij die hetzelfde geloof be- lijden en die tenslotte hetzelfde willen, elkaar toch dikwijls niet verstaan noch waarderen. De verschillen van mens tot mens, de verschillen van temperament en opvoeding en inzicht en zoveel andere dreigen telkens opnieuw de liefde, de grote fundamentele eenheid der christenen, te verduisteren en te overwoekeren. „Wij allen immers zijn sterfelijke mensen, broos en zwak, met ons meedragend lemen vaten die voortdurend tegen elkaar botsen. Laat toch de liefde de ruimte uitzetten waar ons vleselijk lichaam ze steeds wil verengen.”

2. Daarom is het nodig dat Christus’ vrede „regeert in ons hart . En daarom gaat hij alle begrip te boven ( Phil.4, 7 ). Alleen de mens wiens geest in Christus’ vrede is gevestigd, kan die vrede rondom zich verbreiden. Van een waarlijk goed mens gaat goedheid en vreugde uit. Maar wie is waarlijk goed tenzij hij die steunt op God die alleen goed is? Wie kan de mens verdragen met een liefde die alles duldt tenzij hij die gelijkt op Jezus en die met de lijdende Heer verenigd leeft?

Slechts wie goed staat met God, zal bij machte zijn de volkomen goede verhouding tot de evenmens te vinden en te bewaren. De volheid van de vrede die Christus ons heeft nagelaten, die volheid van zijn vrede ( Joh.14, 27 ), eist een overgave des harten aan de Heer, die voortdurend wordt vernieuwd en onderhouden, een liefdevolle aandacht en aanhankelijkheid aan het enige goed dat God is. Daardoor zal de rust der orde heersen in ons hart, wanneer het geheel rust in zijn enig middelpunt. Wanneer wij steunen op God, Hem alleen ons gehele vertrouwen schenken en ons in het gebed een sterke burcht hebben gebouwd (de cel des harten van de heilige Catharina van Siena ), dan eerst zullen wij de vastheid vinden die wij behoeven om de mensen te verdragen en lief te hebben en bij alle teleurstelling het geloof in de mens niet te verliezen. Het is onmogelijk in de mens te blijven geloven, zo wij niet geloven in God, in zijn oneindige barmhartigheid die ons allen verdraagt en die allen wil zaligmaken door het bloed van Jezus Christus.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)