De vreugde van God

283. Donderdag na de Elfde Zondag na Pinksteren

„Jubelt voor God, onze sterkte,
juicht ter ere van Jakob s God.
Heft een lied aan, slaat op de pauken,
tokkelt de lieflijke lier en de citer”

( Ps.80, 2. 3 ; alleluja-vers van de Zondag).

Volgens Dionysius de Kartuizer bestaat de hoogste volmaaktheid in de vreugde om Gods oneindig geluk, om de zaligheid die Hij in zichzelf geniet van alle eeuwigheid, onafhankelijk van alles buiten Hem. Hij is wat hij „is” en dit moet onze vreugde zijn. „Zo gij Mij liefhadt zoudt gij u verheugen” ( Joh.14, 28 ). Als onze liefde voor Hem zuiver was en belangeloos, zou zijn vreugde onze vreugde wezen en zijn geluk het onze. Het is Jezus’ hartewens ons gelukkig te maken. „Dit alles heb Ik u gezegd opdat mijn vreugde uw deel mag worden en uw vreugde volkomen zij” ( Joh.15, 11 ). Waarom geloven wij Hem niet? Waarom blijven wij kleinmoedig en verstrikt in de zorgen van onze ellende en de begeerten van onze zelfzucht? Er is slechts één bron van ware en onvergankelijke vreugde: de vreugde van God, God zelf. „Zijn wil is onze vreugde.” Door het goddelijk kindschap staan wij midden in die zaligheid, ongeacht het lijden dat ons treft, ja, juist door het lijden der liefde dat ons verteert. „Terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat zij mijn vreugde ten volle zouden bezitten” ( Joh.17, 13 ). De vreugde van Jezus, de zaligheid van het volmaakte zoonschap, heeft Hem te midden van het hevigste lijden niet verlaten. Deze vreugde deelt Hij mede aan zijn leerlingen, de blijdschap ook om te mogen lijden voor zijn naam. Wanneer wij deze woorden van Jezus overwegen en van ganser harte geloven, begrijpen wij waarom de Kerk niet moede wordt in haar liturgie Gods lof te zingen met de juichende woorden van de psalmist. „Jubelt voor God, onze sterkte!” Van de Geest des Heren vervuld, prijst zij God niet alleen om de wondere weldaden voor zijn volk, maar bovenal om Hemzelf. Want de heerlijkheden van verlossing en genade zijn slechts openbaring van zijn wezen en van de onuitsprekelijke goedheid waaraan Hij ons deelachtig wil maken. Het is daarom een verheven wijze van gebed, wanneer wij ons trachten te verliezen in de beschouwing van Gods eigen goedheid en zaligheid en ons daarin gelukkig weten, door de liefde van Christus gevestigd in de vreugde van God zelf. Wanneer wij aldus onszelf kunnen vergeten voor Hem, brengen geloof en liefde hun rijpe vrucht voort, een puur geluk, dat in waarheid een voorsmaak des hemels geeft.

2. Het is waar, wij menen dat de zorgen van dit leven zulk een zuiver gebed slechts zelden zullen mogelijk maken. Is het werkelijk zo? Paulus en Silas zongen Gods lof in het middernachtelijk uur in de gevangenis, nadat zij in het openbaar waren gegeseld. Bernadette en heilige Teresia van Lisieux stierven na een vreselijk ziekbed met een gelukkige glimlach en de woorden „Ik bemin U” op de lippen. De zuivere vreugde in God is altijd mogelijk voor wie waarlijk liefheeft, zij is het bewijs van de liefde. Zij is het begin van de hemel, de hemel op aarde. „Ga binnen in de vreugde van uw Heer,” zal Jezus zeggen tot zijn trouwe dienaren ( Mt.25, 21 ). Dan zal de vreugde van God niet meer in ons branden als een vuur dat ons loutert en waaraan wij ons willen onttrekken. Dan wordt zij het vuur dat ons opneemt en verheerlijkt. Dan dragen wij haar niet langer als een schat in broze vaten, maar wij zullen haar binnentreden en zij zal ons omgeven van alle zijden, de zaligheid van God die God zelf is.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)