Een mens in Christus

102. Vrijdag na Sexagesima

„Ik ken een mens in Christus die vóór veertien jaar werd weggerukt uit de derde hemel, — in het lichaam ik weet het niet, of buiten het lichaam ik weet het niet, God weet het. En ik weet van die mens, dat hij naar het paradijs werd ontvoerd, — in het lichaam of buiten het lichaam ik weet het niet, God weet het. En hij hoorde onuitsprekelijke woorden die een mens niet zeggen mag. Over zo een wil ik roemen, maar niet over mijzelf, tenzij alleen in mijn zwakheden” ( 2 Kor. 12, 2-5 ; epistel van de Zondag).

1. Is dit enkel een tekst om met bewondering te lezen of kunnen wij daarmee nog iets „doen” ? Hebben deze woorden ook ons iets te zeggen of gunnen ze ons alleen maar een blik in een wereld die voor gewone stervelingen immer gesloten blijft? De Apostel spreekt met zekere weerzin over die hoge begenadiging die hem ten deel viel, lang geleden. Maar hij werd er toe gedwongen en wij kunnen zijn tegenstanders in Korinthe erkentelijk zijn dat zij hem tot deze belijdenis hebben gebracht. Zij hadden zijn apostolaat aangevallen en zijn gezag betwist. Om wille van Christus en zijn kudde verdedigt Paulus zich, al stuit hem dat uitvoerige spreken over zichzelf tegen de borst. En welk een apologie! Als het op Joodse voorrechten aankomt, kan hij het tegen iedereen opnemen ( 11, 21. 22 ). Gaat het over apostolische arbeid en lijden,, dan laat hij anderen ver achter zich ( 11, 23-33 ). En al zou hij het liefst zich „beroemen” op zijn zwakheden, — want dat Christus zich glorieus bediende van een zo armzalig werktuig strekt tot verheerlijking Gods — hij wil toch te voren spreken over de mystieke genaden, „de visioenen en openbaringen des Heren” die hem werden geschonken. Ook in dit punt behoeft hij voor niemand onder te doen.

Want hijzelf is „die mens in Christus” over wie hij zelf spreekt als betrof het een ander. Dit is niet alleen bescheidenheid, dit is ook het besef van het contrast dat er bestaat tussen die tijdelijke heerlijkheid en zijn „normale” toestand van zwakheid en leven in het sterfelijk vlees, — het is bovenal het bewustzijn dat de mens die werd begenadigd tot zulk een vereniging met God als hem eertijds ten deel viel, aan de wereld ontrukt is en van God uit neerziet op de schepping en zijn eigen aardse wezen voorzover het tot die schepping behoort. Paulus beschrijft, zoals de meeste mystici, zijn ervaringen meer naar de buitenkant dan naar het innerlijke wezen. Het eigenlijke blijft in letterlijke zin „onuitsprekelijk” : dat mag en kan hij niet weergeven. De grootste leraren der Kerk, zoals Sint Augustinus en Sint Thomas , nemen aan dat hem toen de aanschouwing van het goddelijke wezen zelf werd gegund, — een voorrecht der zaligen. Daarom spreekt hij van de hoogste hemel en het paradijs waarin hij naar de geest werd verplaatst, want het sterfelijke lichaam kan aan zo iets niet langer deel hebben.

2. Deze geestvervoering van Paulus is in de strikte zin van het woord uitzonderlijk te noemen en werd hem ongetwijfeld geschonken met het oog op zijn geheel bijzondere apostolische roeping. Maar zij valt toch niet buiten de lijn van het „gewone” christelijke leven inzover als wij allen zijn geroepen tot de zalige aanschouwing Gods in de hemel en inzover als ons aardse leven daarop een voorbereiding moet zijn. Wij allen zijn mensen in Christus : door onze vereniging met Hem wordt ons nu reeds de mogelijkheid geboden van een kennis Gods in de duisternis van het geloof die vatbaar is voor oneindige verdieping. Het paradijs (dat is: de staat van intimiteit met God) dat wij in Adam verloren, wordt ons wedergegeven in Christus, niet in ééns zin zijn totaliteit, maar als door een geleidelijke herovering, naarmate Christus’ geest in ons overheerst en het vlees wordt gekruisigd. En ook onze zwakheid moet alle eer geven aan God maar mag ons niet beletten zulk een heerlijke hoop te koesteren als ons in Christus werd geschonken.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *