Eucharistie en leven

218. Dinsdag onder het octaaf van Sacramentsdag

„Moge de offergave die wij uw naam gaan wijden, Heer, ons zuiveren en van dag tot dag meer brengen tot de praktijk van een hemels leven” (offergebed van de Zondag onder het octaaf van Sacramentsdag).

In dit octaaf moeten wij ons bezinnen op de onuitsprekelijke gave Gods, die ons in de eucharistie wordt geschonken en waarvan wij dagelijks mogen genieten. In de eredienst der Kerk neemt zij de centrale plaats in. Zij moet ook als offer en sacrament de voornaamste plaats bekleden in het leven van elke christen. Door de gezegende eucharistische en liturgische herbeleving die in de laatste tijden de Kerk tot hernieuwde wasdom heeft gebracht, is het heilig sacrament wederom gesteld in het brandpunt van de katholieke vroomheid. Voor hen die ware christenen willen zijn, gaat het er om de genade van de dagelijkse mis en communie, die wij bijna als iets vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen, in haar volle waarde te beseffen en volop vruchtbaar te maken voor het leven. Dit is geen nieuwigheid. De liturgische teksten zijn nog altijd daar om ons te bewijzen, dat het bewustzijn van deze waarden zo oud is als de Kerk zelf en een gebed als de secreta van de Zondag wordt niet licht in bondigheid van uitdrukking en verhevenheid van verlangen overtroffen.

1. Wij bidden daar op de eerste plaats, dat de offergaven die wij God gaan opdragen en die wij daarna als brood des levens zullen nuttigen, ons mogen zuiveren. Het heilig sacrament werkt wel door eigen kracht, maar niet automatisch: zijn werkdadigheid en vruchtbaarheid is onrechtstreeks, doch op zeer reële wijze, afhankelijk van onze gesteltenis. Naarmate wij met geloof en vurigheid hongeren naar de goddelijke spijze wordt onze ziel door de nuttiging van ’s Heren lichaam meer gelouterd. Maar een mens die lauw en achteloos tot de heilige tafel nadert, zal weinig of geen vrucht ontvangen. En wie onwaardig communiceert, hij eet en drinkt zich, zoals reeds de apostel zeide, een oordeel.

Wie zijn ziel tracht te zuiveren, hij wordt door deze offergave in waarheid gereinigd. Wie haakt naar de vereniging met zijn Heer, vindt zijn zielsverlangen in deze omhelzing vervuld (al zijn de verzinnebeelden der gedaanten aangepast aan ons wandelen in geloof en niet in aanschouwing). Wie zijn leven wil veranderen, wie de ellende van zijn zwakheid en de onstandvastigheid van zijn streven wil zien opgeheven en geleidelijk omgevormd door de glorie des Heren, wie zijn hart van liefde gewond begeert, hij vindt hier kracht en heerlijkheid en alles.

2. Want zo bidt de Kerk en wij met haar: „moge deze gave ons geleidelijk brengen tot de werkzaamheid van een hemels leven” . Zij vraagt dat door de eucharistie ons leven op een hoger plan wordt gebracht ( transferat ), tot de hoogte namelijk van onze hemelse roeping. Zij is er zich wel van bewust, dat deze omvorming van de hele mens tot de gelijkenis met Christus zich slechts geleidelijk voltrekt, „van dag tot dag” , of, zoals Sint Paulus het zegt, „voortschrijdend van heerlijkheid tot heerlijkheid” ( 2 Kor. 3, 18 ). Maar zij weet ook dat zo onze lauwheid geen beletsel stelt aan de werking van het heilig sacrament, de eindterm van dit proces „hemels leven” zal zijn. Daarom bidt zij ook in de postcommunie dat door de voortdurende deelname aan deze geheimen de werkelijkheid van ons heil moge toenemen.

Dat toch geen sleur of kleingelovigheid van onze kant grenzen stelle aan de onmetelijke liefde Gods die zich in de eucharistie aan ons wil meedelen! Dat de vrucht van dit sacrament aan de dag trede in een hemels leven, dat consequent en zonder vrees aan God in alles de volstrekte voorkeur geeft die Hem toekomt. „Ik wil zingen voor de Heer die alle goeds mij schonk” ( Ps. 12, 6 ; communio ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *