Geestelijke strijd

351. Dinsdag na de een en twintigste Zondag na Pinksteren

Het zijn voornamelijk twee redenen waarom wij wat onwennig staan tegenover het epistel van deze Zondag ( Eph.6, 10-17 ). De eerste is van zuiver formele aard. De beeldspraak die de apostel ge-

bruikt spreekt ons niet meer aan. Toch was zij in zijn tijd up to date . De wapenuitrusting Gods die de gelovige moet aantrekken, is die van een hopliet, de zwaar bewapende Romeinse legioensoldaat: het grote rechthoekige schild, het korte tweesnijdende zwaard, helm en gordel en pantser. Paulus had in onze tijd zeker ander (en moorddadiger) wapentuig gekozen voor het beeld van de geestelijke strijd. Want daarom is het hem te doen. Het gaat hem om een gevecht dat zich afspeelt in de geestelijke sfeer: „Want wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed, maar tegen overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten” Dat de christen om zijn heil moet kampen tegen de duivel, is een vertrouwde gedachte. Toch is het niet deze strijd waaraan de apostel hier allereerst denkt. Zie slechts wat zijn wapenen betekenen: waarheid en gerechtigheid, bereidwilligheid voor het evangelie des vredes, het geloof en het woord Gods. Het is zeker dat hij hier niet op de eerste plaats denkt aan de strijd die elke christen, individueel, moet voeren om het heil te verwerven, maar aan de voortdurende oorlog die de Kerk, de christenheid, moet wagen om het evangelie te verkondigen en het rijk Gods op aarde te verbreiden. En hier ligt een tweede en ernstiger reden van bevreemding. Wij zouden zeggen: deze strijd gaat tegen mensen en menselijke machten. Maar Paulus ziet verder: de machten die de wereld beheersen, zijn bovenaards, niet van vlees en bloed, doch „heerschappijen en overheden” , dat wil zeggen, de boze geesten. Het is een gedachte die wij bij hem ook elders (en in heel het Nieuwe Testament ) aantreffen. De duivel en zijn aanhang beheerst de wereld buiten Christus. Paulus was reëel genoeg om te erkennen, dat de factoren die de prediking van het evangelie in de weg stonden (het heidendom van zijn tijd met zijn afgoderij, toverij en vergoddelijking met de staatsmacht) zich in de menselijke sfeer openbaarden en uitwerkten, maar tegelijk geloofde hij vast dat de satan de grote regisseur was van dit bedrijf, de stuwende kracht achter de schermen van het aardse toneel. Dit besef is zelfs bij de christenen grotendeels verloren gegaan, en de duivel heeft er geen enkel belang bij dit geloof te verlevendigen. Toch is het misschien voor ons gemakkelijker dan voor vroegere generaties achter het boze in de wereld — nu zo gewelddadig, zo vanzelfsprekend, zo universeel om zich heen grijpend — hogere geestelijke machten te vermoeden.

2. De strijdbare christen, niet de vredelievende en behoudsgezinde burger is Paulus ‘ ideaal. Maar strijdbaar in een geestelijke zin, niet om tijdelijke macht en invloed te veroveren, doch om met geestelijke middelen mee te bouwen aan een geestelijk rijk. Het is in deze zin dat Christus zeide: „Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar een zwaard” ( Mt.10, 34 ). Dit zo dikwijls onbegrepen woord moeten wij combineren met die andere: „Zalig de vreedzamen” , en: „Zie, Ik zend u als schapen midden onder de wolven” ( Mt.10, 16 ). De katholiek die voor zijn geloof uitkomt, de christen die getuigt, zal vervolging lijden, maar juist door die geduldig en moedig gedragen vervolging de goede strijd strijden. De beste getuige van Christus is de martelaar. Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” ( 2 Tim.3, 12 ). Geen verderfelijker misverstand dan de mening dat de Kerk zou strijden om de macht. Zij vecht voor waarheid, gerechtigheid en liefde met de wapenen die de Zaligmaker haar schonk: gebed, prediking en lijden dat geen einde neemt.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)