Gewetensonderzoek

339. Donderdag na de Negentiende Zondag na Pinksteren

Het gewetensonderzoek wordt ons door de geestelijke schrijvers en de praktijk van vele eeuwen aanbevolen. Deze praktijk is veel ouder dan de meesten denken. Reeds Sint Antonius de kluizenaar kende haar; Paulus legt zijn christenen en gewetensonderzoek op vóór zij de eucharistie ontvangen ( 1 Kor.11, 28 ). Het is niets anders dan een speciale toepassing van de algemeen menselijke wijsheid: ken uzelf. Voor hen die met het streven naar de christelijke volmaaktheid ernst willen maken is het gewoonweg onmisbaar. De engelen konden het ontberen, daar zij zich steeds volkomen bewust, zichzelf volkomen doorzichtig zijn; maar hoe de mens is, weten wij allen. Men onderscheidt een algemeen en een bijzonder gewetensonderzoek. Het algemene heeft des avonds plaats en heeft betrekking op de zedelijke waarde van onze daden van de afgelopen dag. Het bijzondere betreft een „bijzonder punt” , — een gewoonte-zonde of -onvolmaaktheid die wij willen afwennen, een goede praktijk die wij ons eigen willen makenenz.Ook dit laatste is somtijds noodzakelijk. Als wij niet geruime tijd lang zulk een bepaald punt onder een heldere en scherpe loupe nemen, komt er van onze voornemens niets terecht. Ook dit weet iedereen die maar enige ervaring heeft van het streven naar de volmaaktheid.

Ondanks het onbetwistbaar nut van het gewetensonderzoek op zichzelf beschouwd zijn er, geloof ik, zeer weinig christenen die het gaarne doen en dus velen die het verwaarlozen. De concentratie die het vereist brengt een zekere geestesinspanning mee en het is voor de hoogmoed des mensen onaangenaam altijd opnieuw met zijn zonden en fouten te worden geconfronteerd. Al te vreesachtige en geremde naturen, zoals er zich onder de vromen niet weinige bevinden, vervallen licht in overdreven zelfontleding en raken somtijds verward in gewetensangsten; voor dezen zal het niet zelden raadzaam zijn het tijdelijk achterwege te laten. De voornaamste voorwaarden om het gewetensonderzoek te doen slagen niet alleen, maar ook om het werkelijk vruchtbaar te maken voor de opbouw van ons geestelijk leven, zijn deze twee: dat het geschiedt coram Domino , voor Gods oog, en dat het meer positief-christelijk wordt gericht dan gewoonlijk geschiedt.

2. Men moet zijn geweten onderzoeken voor Gods oog, in Gods tegenwoordigheid. De mens mag anderen niet oordelen, maar hij is ook zijn eigen rechter niet. „Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd. Het is de Heer die mij beoordeelt” ( 1 Kor.4, 4 ). Ten slotte gaat het er alleen over hoe God over ons denkt. Het gewetensonderzoek moet een poging zijn de dingen van onze ziel te zien in het licht van God. Wij zullen dan enerzijds ongetwijfeld onszelf strenger beoordelen en leven in heilzame vreze des Heren, maar anderzijds zal de angst (die nooit van God is) verdwijnen. God weet van wat voor maaksel wij zijn. Hij is barmhartig en heeft geduld. Hij is tevreden, als wij met eerlijke goede wil bezield zijn. Zo wij Christus’ maatstaf trachten aan te leggen, zal het gewetensonderzoek ons beschaamd maken en ootmoedig en berouwvol, doch niet angstig of onrustig.

3. Voor hen die met de genade Gods zware zonden weten te vermijden en hun ergste fouten hebben verbeterd zal een nuttige methode van onderzoek hierin bestaan, dat zij zich meermalen, op objectieve wijze, het christelijke ideaal voorhouden om vast te stellen, in welke richting hun streven moet gaan. Het waakzame speuren naar zonden en fouten blijft altijd noodzakelijk, maar mag niet onze enige zorg uitmaken. Dit zou ons ontmoedigen en onze energie verlammen. Hoe heilzaam vernederend en aansporend tegelijk is het bijvoorbeeld een stukje van de Bergrede te lezen en zich af te vragen in hoever men aan dit door de Heer zelf gesteld ideaal beantwoordt. Tracht ik werkelijk arm van geest te zijn, hongerend en dorstend naar gerechtigheid? Getuig ik van Christus en zijn evangelie voor de mensen, opdat Hij eenmaal van mij getuigenis kan afleggen voor de engelen Gods? Handel ik met de diepe overtuiging dat ik voor de Heer doe wat ik doe voor de minste der broeders? Op deze wijze raken wij los van het eeuwige zondenschema en wordt onze geest vrij voor het positief christelijke dat Jezus ons op de allereerste plaats kwam brengen.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Een mening over “1$s”

Geen opmerkingen meer mogelijk.