God met ons

18. Quatertemperwoensdag van de Advent

Wanneer de Advent zijn volheid heeft bereikt, plaatst de liturgie in het middelpunt van onze aandacht haar, die de ganse heilsverwachting van het Oude Testament in zich samenvat, de gezegende Maagd en Moeder Gods. Zij neemt in heel deze tijd, die bij uitstek de mariale tijd is van het kerkelijk jaar, een voorname plaats in. In haar komen alle lijnen tezamen van de grote verwachting die in en door haar vervuld gaat worden. Het evangelie van de mis bevat het eenvoudige en altijd weer ontroerende verhaal van de boodschap des engels dat in de loop van het jaar meermalen zal terugkeren. Het epistel verplaatst ons in de grijze oudheid van Israëls geschiedenis, in de tijd van Isaias . Daarom ook is deze profeet zo dierbaar aan het christelijk bewustzijn, omdat hij de wereld de eerste klare aankondiging heeft geschonken over de Moedermaagd. In het duister van een moeilijke tijd, nog eeuwen vóór de vervulling, terwijl de ware godsdienst slechts leeft in dat onbeduidende volk, verloren tussen grootmachten, en ook daar door ongeloof van velen en bedreiging van buiten gevaar loopt, klinkt zijn sterke stem: „Zie de Maagd zal ontvangen en een Zoon baren en zijn naam zal zijn Emmanuel ( Is. 7, 14 ).

1. Emmanuel : het heimwee der eeuwen en het verlangen der oeroude heuvelen: God met ons. Het heil verscholen in een verre toekomst en als vastgehecht aan een zo broze draad: de Maagd. Het meisje, kuis en eenzaam, tot wie de engel zeggen zal: „De Heer is met u.” Want geen is man is met haar, als de Almachtige en Heilige zijn wonder werkt. Door haar komt God met ons, door haar komt het Kind in de stal. „Dezen door wagens en genen door paarden, wij echter zijn sterk door de Naam van onze God” ( Ps. 19, 8 ). „Hij vindt geen behagen in de kracht van het ros, geen gevallen aan de schenken des mens. De Heer behagen die Hem vrezen, die zijn goedheid verbeiden” ( Ps. 146, 10. 11 ).

2. Zo is de wet van Gods komst en zo blijft zij, totdat Hij verschijnt in heerlijkheid en macht op het einde der tijden. Datgene waarnaar wij verlangen, waarnaar ook de wereld zonder het te weten smachtend uitziet: God met ons, de komst van het Rijk, wordt niet bewerkt door inspanning van de mens, maar door de genade des Heren. God toont zijn kracht en de vrijheid van zijn liefde door zijn heil te bewerken geheel onafhankelijk van menselijke berekeningen en machtsverhoudingen. En wij erkennen zijn genade en worden haar overvloedig deelachtig door het geloof , dat is door die houding der ziel, die alles van God verwacht en Hem deemoedig verbeidt, naar het voorbeeld der Maagd.

3. En ook hierin blijft de Heer zich gelijk, dat Hij gaarne komt door haar uit wie Hij naar het vlees is geboren. Het is alsof zij die in hun innerlijk leven Maria de haar toekomende plaats van Moeder gul inruimen, de wetten van Gods komen op geheel bijzondere wijze respecteren en daarom zijn genade overvloediger ontvangen mogen. Want de moeder betekent leven en overvloed van leven, mildheid, hartelijkheid en heel die niet nader te omschrijven atmosfeer van geborgen en zeker zijn die het kind alleen daar vindt. Men zou bijna willen zeggen: zij die zich niet geheel voor die moederlijke invloed openstellen, maken zich de geestelijke strijd moeilijker dan nodig is. Niet dat Maria het kruis verdoezelt, wel eer het tegendeel. Maar zij weet daaraan toch iets mee te delen dat alles zoeter maakt, zij, de zachtheid van het juk des Heren.

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *