Heilige Liturgie

55. Tweede Zondag na Driekoningen

„Heel de aarde aanbidde U, o God….” ( Ps. 65, 4 ; introitus )

De grote functie van de liturgie is op aarde tot stand brengen de voorafbeelding van, de reeds vol heimwee begerende deelname „in schaduwen en spiegelbeelden” aan de hemelse eredienst, de aanbidding van de Vader en het Lam. Het lichaam van Christus op aarde wordt in en door de liturgie een smekende en aanbiddende gemeenschap, die in geloof en verlangen samensmelt met de volmaakte gemeenschap der heiligen. Dan vooral moet de christen zich zijn eigen en innerlijkst zijn bewust worden, hemels voelen en denken, zich met de Bruid van het Lam aan de aarde onttogen weten, opgeheven in de sferen van het ongeschapen Licht en instemmen met het nieuwe lied van de onzichtbare koren.

„Als gij met Christus verrezen zijt, zoekt wat in den hoge is, waar Christus zetelt aan Gods rechterhand. Zint op de hemelse dingen, niet op wat van de aarde is” ( Kol. 3, 1. 2 ). Wij moeten de aardse dingen kunnen vergeten, ook onszelf en onze zorgen, om met de Kerk, met alle kinderen Gods, ons deemoedig te buigen voor de troon der eeuwige majesteit, om weg te zinken in aanbidding voor het ongenaakbaar wezen van onze God, voor de eeuwige glanzen van het goddelijk Licht, dat zich in „menslievendheid” ( Tit. 3, 4 ) aan ons heeft geopenbaard in het goddelijk Kind. Nog altijd ziet de Kerk het Kind in de kribbe vóór zich, maar als de Pantokrator , de almachtige Heer der glorie die uit liefde mens werd, als de Logos , het Woord, dat een kindje is geworden; maar dat Kind draagt in zijn handje de wereldbol, — en de wereld is een stofje in die zon.

„Heel de aarde aanbidde U, o God” , o Kind, o Koning, die de engelen loven.

Et psallat Tibi : en breke uit in lofzang” , in de hymnen der goddelijk liturgie waarin de deemoedige liefde zingt, haar eigen ellende vergeet en de hemel op aarde trekt, al is het slechts voor dat éne uur dat wij naderen mogen tot de grenzen van het vaderland.

Iubilate Deo omnis terra : juicht Gode toe, gij ganse aarde!” Het christenhart is bedroefd wanneer het bedenkt hoevele volken nog ontbreken in dit koor van lof. Maar het christelijk bewustzijn weet dat de Kerk de moeder der mensen is, dat Christus het Hoofd der Kerk is en van het heelal, Hij, in wie de volheid der Godheid woont, in wie is samengevat „alles wat in de hemel en op aarde is” ( Eph. 1, 10 ).

De heilige mis is het mysterium fidei , het onvolprezen geheim des geloofs, waarin de hemel en de aarde, de zegepralende en de strijdende Kerk, elkaar ontmoeten. De waarachtig gelovende mens zal altijd opnieuw in het offer der mis God loven en aanbidden. Hij zal de traagheid der natuur overwinnen en de aanvechtingen der wereld door de zege van zijn geloof. De wereld met haar rumoer gaat onachtzaam aan dit mysterie voorbij, terwijl zij onuitputtelijk energie besteedt aan wat even vergankelijk is als zij zelf. De gelovige weet dat in dit gebeuren van een half uur het middelpunt en de zin en de voltooiing der geschiedenis is vervat: „Jezus Christus, de waarachtige getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde” ( Openb. 1, 5 ).

Willem Grosssouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *