Heimwee naar het Vaderland

396. Allerheiligen en octaaf. I

„De zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen boze kwelling zal hen treffen. Voor het oog der dwazen leek het of zij stierven, maar zij zijn in vrede. Alleluja” ( Wijsh.3, 1-3 ; offertorium ).

„Gij hebt meegeleden met hen die gevangen waren en de roof van uw goederen met blijdschap verdragen, in de overtuiging dat gij betere en blijvende goederen bezit” ( Hebr.10, 34 ).

1. De wereld en haar tijdelijke goederen zijn uit hun aard vergankelijk. Het is het voordeel van de onnoemelijk harde tijd die wij beleefd hebben en nog beleven dat hij de wezenlijke vergankelijkheid van al het aardse op overtuigende wijze heeft aangetoond. Maar de mens heeft een onuitputtelijk vermogen tot zelfbedrog en altijd opnieuw klampt hij zich vast aan de strohalmen van bezit, genot, eer en rust. Sint Gregorius de Grote die de ineenstorting der oude beschaving voor zijn ogen zag geschieden sprak tot zijn gelovigen: „Vestigt uw aandacht niet op wat gij bezit, maar op wat gij zijt. Ziet, de wereld die gij bemint, vergaat. De heiligen bij wier tombe wij staan, hebben de wereld in haar bloei veracht. Toen duurde het leven lang, er was ononderbroken veiligheid, welvaart, gezondheid, rust en langdurige vrede. En toch, ofschoon de wereld bloeide, was zij in hun harten reeds verwelkt. ziet, nu is de wereld zelf dor geworden, en nog bloeit zij in onze harten! Overal heerst de dood, rouw en verwoesting. Van alle zijden worden wij geslagen en met bitterheid vervuld. Toch beminnen wij met verblinde geest en teugelloze begeerte de bitterheden der wereld. Wij jagen haar na die vergaat. Wij steunen op haar die wankelti” ( Homilia 28 ; negende les van het feest van de heilige Nereus , Achilleus en gezellen op 12 Mei). Woorden, die volledig en letterlijk van toepassing zijn op onze tijd.

2. Mogen de rampen die wij beleefd hebben ons hart uiteindelijk onthechten aan wat vergankelijk is, dat is ten slotte alles , wat gezocht wordt buiten God en de dingen van God om. Dan zal het lijden ons rijke vrucht brengen. Moge onze geest zich vooral in deze dagen vol smartelijk verlangen, met intens heimwee wenden naar ons ware vaderland en naar het eeuwige leven. Daar vinden wij veiligheid en rust, volheid van geluk en leven, onverliesbaar bezit, mateloos en eindeloos genot in de aanschouwing Gods, in de volmaakte gemeenschap der heiligen. Slaan wij onze ogen vol begeren naar het hemelse visioen van Sint Jan . „Ons vaderland is in de hemel. Vandaar verwachten wij als Verlosser, Jezus Christus, onze Heer” ( Phil.3, 20 ).

Leven wij zo, dat wij werkelijk naar de hemel verlangen kunnen. Het is gemakkelijk genoeg deze of soortgelijke woorden uit te spreken. Maar een echt verlangen naar het vaderland, zoals de heiligen het gekend hebben, veronderstelt een hart dat zich van egoïstische en wereldse begeerten weet los te maken en dat brandt van liefde voor God en de mensen. Bidden wij door de voorspraak der Moeder Gods en van alle heiligen met aandrang om deze grote genaden.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)